ECLI:NL:RBDHA:2025:23020
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van vervolging in Egypte
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende man, diende op 21 maart 2023 een asielaanvraag in. Hij stelde dat hij vanwege politieke activiteiten en een lopende strafzaak in Egypte vervolgd zou worden. De minister wees de aanvraag op 1 augustus 2024 af, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank Den Haag.
De rechtbank behandelde het beroep op 23 september 2025. Eiser legde aan zijn asielrelaas ten grondslag dat hij sinds 2012 actief was tegen het militaire regime in Egypte, was gearresteerd en mishandeld in de zogenaamde Al-Khoors zaak, en dat het strafrechtelijk onderzoek nog niet was afgerond. Hij vreesde vervolging bij terugkeer.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het verleden van eiser geloofwaardig was, hij niet aannemelijk had gemaakt dat er nog een strafzaak tegen hem loopt of dat hij vanwege zijn politieke overtuiging een reëel risico loopt op vervolging. De overgelegde stukken, waaronder een arrestatiebevel en vonnis, waren onvoldoende onderbouwd en vertoond interne inconsistenties. Ook was er geen recente negatieve aandacht van de autoriteiten sinds 2017.
De rechtbank concludeerde dat de minister de afwijzing terecht had gehandhaafd en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar en bevat informatie over hoger beroep.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.