Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Jordaanse nationaliteit dragende persoon, verzocht asiel in Nederland met het argument dat hij in 2019 door IS in Turkije gerekruteerd en getraind zou zijn, waarna hij drie jaar lang bedreigd werd vanwege zijn weigering. De minister wees de aanvraag af wegens gebrek aan geloofwaardigheid en onvoldoende onderbouwing met documenten.
De rechtbank behandelde het beroep waarbij eiser aanvullende bewijsstukken en verklaringen aanvoerde, waaronder politieverklaringen, medische documenten en communicatie met zijn oom die banden zou hebben met IS. De rechtbank oordeelde echter dat deze stukken onvoldoende samenhangend bewijs vormden en dat het relaas van eiser inconsistenties bevatte.
De rechtbank vond het ongeloofwaardig dat IS gedurende drie jaar enkel via sociale media contact zou hebben gehouden zonder fysieke acties, en dat eiser na langdurig onderduiken zijn oom in Duitsland zou confronteren. Ook het late indienen van de asielaanvraag en het niet melden in eerdere Europese lidstaten ondermijnden de geloofwaardigheid.
De rechtbank concludeerde dat de minister de afwijzing voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het relaas.