ECLI:NL:RBDHA:2025:23054

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
NL25.28579
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit minister

Verzoeker heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit van de minister van Asiel en Migratie van 23 juni 2025. Tegelijkertijd heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd om te voorkomen dat de uitzetting wordt uitgevoerd voordat op het beroep is beslist.

De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81 Awb Pro een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist. Nu het hoofdberoep bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening af. De uitspraak is gedaan door rechter A. Sibma en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddel openstaat.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de uitzetting wordt afgewezen omdat het hoofdberoep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.28579

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.R. Hagenaars)
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. Ö. Sari).

Procesverloop

1. Bij beroepschrift van 27 juni 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het besluit van de minister van 23 juni 2025. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer NL25.28578.
2. Bij verzoekschrift van 27 juni 2025 heeft verzoeker de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat uitzetting achterwege wordt gelaten tot op het beroep is beslist.
3. Bij uitspraak van heden is het samenhangende beroep ongegrond verklaard.

Overwegingen

4. Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld , op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
5. Aangezien het beroep met zaaknummer NL25.28578 bij uitspraak van heden ongegrond is verklaard, bestaat er geen aanleiding een voorlopige voorziening te treffen.
6. Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening dient om die reden te worden afgewezen.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.