Uitspraak
[verzoeker] ,
de burgemeester van de gemeente Den Haag,
[belanghebbende] ,
IProcedure
11 november 2025 (14:37 uur).
.
- de gemachtigde van verzoeker;
- [naam 1] namens verweerder;
- [naam 2] namens Veilig Thuis.
Rechtbank Den Haag
Op 14 oktober 2025 legde de burgemeester van Den Haag een tijdelijk huisverbod op aan verzoeker, met een contactverbod ten aanzien van de achterblijfster. Dit huisverbod werd op 24 oktober 2025 verlengd tot 11 november 2025. Verzoeker stelde beroep in tegen deze verlenging en vroeg om een voorlopige voorziening.
De rechtbank hield op 4 november 2025 een mondelinge zitting waarbij verzoeker niet verscheen. Verzoeker betoogde dat het verlengingsbesluit ondeugdelijk was gemotiveerd, dat er geen dreiging meer was en dat het huisverbod onterecht werd gebruikt om een geschil over een geldlening op te lossen. Verweerder stelde dat de dreiging en het risico op escalatie nog steeds bestonden, mede door het ontbreken van veiligheidsafspraken en de ambivalente houding van partijen ten aanzien van hulpverlening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de burgemeester terecht heeft geoordeeld dat de dreiging voortduurde en dat de verlenging noodzakelijk was om hulpverlening op te starten en escalatie te voorkomen. Verzoeker had niet aannemelijk gemaakt dat de situatie was verbeterd. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van het tijdelijk huisverbod wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.