Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande,
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting te [plaats] .
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2025 tot en met 2 maart 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk
- een hoeveelheid cocaïne heeft bereid en bewerkt en
- een grote hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad,
zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 23 januari 2025 tot en met 2 maart 2025 te 's-Gravenhage en/of in de Dominicaanse Republiek, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten
en/of
- een telefoon.
3.De bewijsbeslissing
Naar aanleiding van deze berichten is tevens het vermoeden ontstaan dat [de verdachte] en [medeverdachte 1] zich bezig zouden houden met de (internationale) handel in cocaïne.
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
Den Haagen/of
de Dominicaanse Republiekvoorbereidingshandelingen heeft gepleegd ten aanzien van de (internationale) handel in cocaïne. Het bewijs daarvoor zou bestaan uit de chatberichten die in de mobiele telefoons van de verdachte en [medeverdachte 1] werden aangetroffen.
ten aanzien van de periode van vóór 26 februari 2025vrijgesproken.
hij in de periode van
26 februari2025 tot en met 2 maart 2025 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een of meer anderen opzettelijk
- een hoeveelheid cocaïne heeft bereid en bewerkt en
- een grote hoeveelheid cocaïne aanwezig heeft gehad,
zijnde telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
hij in de periode van
26 februari2025 tot en met 2 maart 2025 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met
eenander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van Pro de Opiumwet, voor te bereiden en te bevorderen, te weten
en zich of
eenander gelegenheid en inlichtingen tot het plegen van die feiten heeft getracht te verschaffen,
een persoon(app)gesprekken gevoerd over de beschikbaarheid en prijs en de wijze van transport van verdovende middelen,
- een telefoon.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
7.De beslissing
4 (VIER) JAREN;