ECLI:NL:RBDHA:2025:23102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 13 februari 2024 ontvangen en de minister moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syriërs werd de beslistermijn verlengd met één jaar, waardoor de uiterste beslisdatum op 13 augustus 2025 lag.
Eiseres stelde de minister op 25 juli 2025 schriftelijk in gebreke, maar dit was nog vóór het verstrijken van de beslistermijn. Volgens de wet moet de ingebrekestelling na het verstrijken van de beslistermijn plaatsvinden om ontvankelijk te zijn. De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en hoefde niet te oordelen over een eventuele bestuurlijke dwangsom. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 29 oktober 2025.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.