De Raad voor de Kinderbescherming verzocht de kinderrechter om drie minderjarigen onder toezicht te stellen voor de duur van een jaar, omdat de kinderen en hun moeder nog steeds lijden onder gevoelens van angst en spanning veroorzaakt door een complexe ouderrelatie en het ontbreken van adequate traumaverwerking. De kinderen wonen bij hun moeder, die het ouderlijk gezag heeft, en hebben al geruime tijd geen contact met hun vader vanwege angst.
Tijdens de zitting, waarbij de moeder afwezig was, werden de minderjarigen gehoord via een brief en werd hun situatie besproken. De vader stemde in met de ondertoezichtstelling en gaf aan open te staan voor hulpverlening en contactherstel. De gecertificeerde instelling onderschreef het verzoek en benadrukte het belang van gedragsverandering bij beide ouders om het welzijn van de kinderen te verbeteren.
De kinderrechter oordeelde dat de ontwikkeling van de minderjarigen ernstig wordt bedreigd door de angst en spanningen in het gezin. Vrijwillige hulpverlening had onvoldoende effect. Daarom is het noodzakelijk dat een jeugdbeschermer regie voert over de hulpverlening en het contactherstel tussen vader en kinderen begeleidt. De beschikking tot ondertoezichtstelling is direct uitvoerbaar verklaard en geldt voor de periode van 7 november 2025 tot 7 november 2026.