De minister van Asiel en Migratie heeft op 15 november 2025 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Algerijnse nationaliteit, stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank behandelde het beroep op 1 december 2025.
De rechtbank constateerde dat de minister voldoende zware en lichte gronden had aangevoerd voor de bewaring, waaronder het niet op de juiste wijze binnenkomen van Nederland, het onttrekken aan toezicht en het niet meewerken aan vaststelling van identiteit. Eiser betoogde dat de bewaring te laat was omgezet en dat hij detentieongeschikt zou zijn, maar deze stellingen werden niet onderbouwd met documenten en faalden.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht geen lichter middel had toegepast, mede omdat eiser zich eerder aan toezicht had onttrokken en betrokken was bij een winkeldiefstal. De maatregel van bewaring was tot het sluiten van het onderzoek niet onrechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.