Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. W. Vrooman).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 14 november 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser, van Tadzjiekse nationaliteit, voerde aan dat de staandehouding onterecht was omdat hij niet strafrechtelijk veroordeeld was en dat de minister een lichter middel had moeten toepassen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht de maatregel oplegde vanwege een concrete Dublinclaim en het feit dat eiser in het Schengeninformatiesysteem (SIS) staat gesignaleerd als een niet-toelaatbare vreemdeling met een gevarenclassificatie wegens betrokkenheid bij terrorisme en vuurwapengevaar. Strafrechtelijke veroordeling is niet vereist voor de maatregel.
De rechtbank concludeert dat de minister voldoende heeft gemotiveerd dat geen lichter middel toereikend was, mede vanwege de ernst van de gronden en het ontbreken van beschermingswaardig familieleven. Ook is vastgesteld dat de minister voortvarend heeft gehandeld bij de overdracht en dat de maatregel tot het moment van onderzoek niet onrechtmatig was.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.