ECLI:NL:RBDHA:2025:23258
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen kennelijk gegrond verklaring beroep niet tijdig beslissen asielaanvraag ongegrond verklaard
Geopposeerde heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag van 24 mei 2022. De rechtbank heeft bij uitspraak van 2 juli 2024 het beroep kennelijk gegrond verklaard op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De minister, opposant, stelde verzet in tegen deze uitspraak omdat hij meent niet te hebben kunnen reageren op aanvullende gronden van geopposeerde en betoogde dat de 21-maandentermijn niet was verstreken. De rechtbank heeft het verzet beoordeeld zonder zitting en geconcludeerd dat beide partijen zich voldoende over de kernvragen hebben kunnen uitlaten, waaronder de aanvang van de beslistermijn volgens de Dublinverordening en de Procedurerichtlijn.
De rechtbank oordeelt dat de minister geen recht had op nadere reactie op de aanvullende gronden en dat de eerdere jurisprudentie voldoende bekend was. Daarom is het beroep terecht kennelijk gegrond verklaard en wordt het verzet ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het verzet van de minister tegen de kennelijk gegrondverklaring van het beroep wordt ongegrond verklaard.