ECLI:NL:RBDHA:2025:23270

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 november 2025
Publicatiedatum
8 december 2025
Zaaknummer
NL24.34749
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag van een Libanese eiser met betrekking tot bedreigingen door Hezbollah

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de asielaanvraag van een eiser van Libanese nationaliteit, die op 9 februari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd indiende. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag op 9 augustus 2024 afgewezen, met als reden dat de asielaanvraag ongegrond was. Eiser heeft beroep ingesteld tegen dit besluit, waarbij hij verschillende beroepsgronden aanvoert. De rechtbank heeft de zaak op 8 oktober 2025 behandeld, waarbij eiser, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig waren.

De rechtbank heeft in haar beoordeling vastgesteld dat de minister de afwijzing van de asielaanvraag deugdelijk heeft gemotiveerd. Eiser heeft verklaard dat hij in 2008 door Hezbollah is bedreigd en dat hij in 2018 opnieuw problemen heeft gehad na een conflict met de moefti. De rechtbank oordeelt dat de verklaringen van eiser over de bedreigingen en de beschietingen niet geloofwaardig zijn, omdat deze voornamelijk op vermoedens berusten en niet voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank concludeert dat de minister terecht heeft geoordeeld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, wat betekent dat eiser geen gelijk heeft en geen proceskostenvergoeding ontvangt. De uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, en is openbaar gemaakt op 10 november 2025.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.34749
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. T. der Bedrosian),
en

de Minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: R.A. Mandersloot).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw). Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiser heeft op 9 februari 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Hij stelt van Libanese nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedatum] 1967. De minister heeft met het bestreden besluit van 9 augustus 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
4. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 8 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, A. Baban als tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
6. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. Eiser is in 2008 voor het eerst bedreigd door Hezbollah. Hij is toen beschoten. Eiser heeft in de zomer van 2018 geprobeerd een ruzie tussen groepen jongeren te sussen. Hierbij is hij in conflict gekomen met de moefti. De moefti heeft eiser mondeling bedreigd. Twee tot drie maanden later lag er een handgranaat bij de auto van eiser. Hierop is eiser ondergedoken bij zijn familie in [plaats 1] . Eiser ging in het geheim naar zijn gezin in [plaats 2] . Ook zijn er een aantal keer mannen van Hezbollah bij eiser thuis geweest omdat zij opzoek waren naar hem. Eiser vermoedt dat dit te maken heeft met het conflict tussen hem en de moefti. Eiser heeft Libanon met behulp van een smokkelaar verlaten in juli 2019. Eiser heeft een door Bureau Documenten echt bevonden verklaring van een mukhtar van 21 september 2022 overgelegd.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
(1) Identiteit, nationaliteit en herkomst;
(2) Incident in 2008 met Hezbollah; en
(3) Problemen met Hezbollah na ruzie.
De minister stelt zich op het standpunt dat de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig zijn. De minister vindt het incident in 2008 met Hezbollah niet geloofwaardig, omdat de verklaringen van eiser over de beschieting door Hezbollah alleen berusten op vermoedens. Ook de problemen met Hezbollah na de ruzie vindt de minister niet geloofwaardig. De verklaringen van eiser dat Hezbollah de granaat onder zijn auto heeft gelegd zijn vaag en summier. Eiser heeft vaag en tegenstrijdig verklaard over de mannen die bij hem thuis zijn langsgekomen. Verder is de minister van mening dat eiser wisselend heeft verklaard over de periode dat hij ondergedoken heeft gezeten. Daarnaast kan er aan de door eiser overlegde verklaring van de mukhtar alleen beperkte waarde worden gehecht. De minister concludeert daarom dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Tot slot krijgt eiser, in de periode van 9 augustus 2024 tot 9 februari 2025, voorlopig uitstel van vertrek in afwachting van de beslissing op de ambtshalve beoordeling om toepassing van artikel 64 van de Vw.
Het incident met Hezbollah in 2008
8. Eiser voert aan dat hij niet zeker kan weten wie hem beschoten heeft, omdat hij de schutter niet kon vragen wie hij was, bij wie hij hoorde en waarom hij hem aan het beschieten was. Gezien de algemene situatie en de bij eiser bekende omgeving is hij tot de conclusie gekomen dat het Hezbollah was. De minister stelt onterecht dat het relaas in grote lijnen als niet geloofwaardig kan worden aangemerkt.
9. De rechtbank is van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat de verklaringen van eiser dat hij is beschoten door Hezbollah alleen op vermoedens berusten. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat eiser niet weet wie hem heeft beschoten. Op de vraag hoe eiser weet dat Hezbollah hem heeft beschoten, heeft eiser geantwoord dat hij het niet zeker weet en dat het een vermoeden is dat zij het waren (nader gehoor, p.20). Eiser heeft zijn vermoedens niet concreet weten te maken.
Problemen met Hezbollah in 2018
10. Eiser voert aan dat het hem niet verweten kan worden dat hij niet weet wie precies de handgranaat heeft geplaatst. Eiser heeft alleen een probleem gehad met Hezbollah en met de moefti van Hezbollah. Hij heeft met niemand anders problemen gehad. De minister kan niet verwachten dat hij deze problemen kan onderbouwen. Daarnaast heeft eiser niet tegenstrijdig verklaard over de mannen die thuis zijn langsgekomen. Eiser was toen niet zelf thuis, maar heeft via zijn vrouw te horen gekregen wat er is gebeurd. De mannen die langskwamen gaven soms zelf aan dat ze van Hezbollah waren, en de keren dat ze dit niet zelf zeiden, werden ze herkend als leden van Hezbollah. Ook heeft eiser niet wisselend verklaard over de periode waarin hij ondergedoken zat. Eiser heeft verklaard dat hij soms wel in het geheim naar huis ging, en op andere momenten niet. De minister gaat voorbij aan het feit dat eiser een hele tijd heeft ondergedoken. Tot slot gaat de minister te gemakkelijk voorbij aan de originele verklaring van de mukhtar. De mukhtar is een formeel en officieel persoon. Dat het document pas na vier jaar is afgegeven, maakt niet dat hierdoor de verklaringen ongeloofwaardig geacht dienen te worden.
11. Naar oordeel van de rechtbank heeft de minister deugdelijk gemotiveerd dat eisers verklaringen over zijn problemen met Hezbollah in 2018 naar aanleiding van de ruzie, ongeloofwaardig zijn. Eiser heeft verklaard niet te weten hoe de granaat naast zijn auto is beland. Op de vraag waarom eiser denkt dat Hezbollah de granaat bij zijn auto zou hebben neergelegd, heeft eiser geantwoord: “
Dat weet ik niet. Omdat ze mij willen vermoorden misschien, om een signaal aan mij te geven. Dat is gewoon de manier waarop zij mensen bedreigen”(nader gehoor, p.16). De minister heeft deze verklaringen vaag en summier mogen vinden. Ook heeft de minister de verklaringen van eiser over de mannen die bij hem thuis zijn langsgekomen vaag en tegenstrijdig mogen vinden. Eiser heeft tijdens het nader gehoor eerst verklaard dat deze mannen van Hezbollah waren (pagina 11). Later heeft eiser geantwoord op de vraag wie de mannen waren die bij hem thuis langskwamen dat hij het niet weet, omdat zij dat niet vertellen (pagina 19). Voor het vermoeden dat de mannen van Hezbollah waren, heeft eiser geen concrete aanwijzingen. Toen eiser is gevraagd wie hij denkt dat de mannen zijn, heeft hij namelijk geantwoord: “
Er is niemand anders dan de Hezbollah. Hun uiterlijk wijst daarop” , en: “
Ik heb het zelf niet gezien, maar mijn vrouw vertelde dat ze stevig waren, met baard en jong” (nader gehoor, pagina 19). Verder heeft de minister voldoende gemotiveerd dat eiser wisselend heeft verklaard over de periode dat hij ondergedoken heeft gezeten. Eiser heeft namelijk tijdens het nader gehoor eerst verklaard dat hij in het geheim terug ging naar zijn huis in [plaats 2] in de periode dat hij ondergedoken dat in [plaats 1] (nader gehoor, p.11). Later tijdens het nader gehoor heeft eiser verklaard dat dat hij niet terug ging naar zijn huis in [plaats 2] (p. 18). Toen eiser is geconfronteerd met deze tegenstrijdigheid, heeft hij geantwoord dat hij lang niet naar huis is geweest, maar naar een tijdje wel in het geheim. De minister heeft daarom mogen concluderen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard.
12. Met betrekking tot de verklaring van de mukhtar van 21 september 2022 is de rechtbank van oordeel dat de minister deugdelijk heeft gemotiveerd dat er beperkte waarde kan worden gehecht aan het document en de inhoud ervan niet opweegt tegen de wisselende, vage en tegenstrijdige verklaringen van eiser. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat het gaat om een document dat vier jaar na de ruzie met de moefti is opgesteld. Het is niet duidelijk hoe de mukhtar weet waarom eiser met de dood bedreigd wordt. Eiser heeft zelf verklaard dat hij niet zeker weet door wie en waarom hij wordt bedreigd. Met zijn verklaring tijdens de zitting dat het de taak van de mukthar is om op de hoogte te zijn van alles wat er speelt, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt hoe de mukhtar, die niet bij de incidenten aanwezig was, dit wel zou weten.
Het besluit- en vertrekmoratorium
13. Eiser heeft in de aanvullende gronden van 12 december 2024 aangevoerd dat de minister het bestreden besluit moet intrekken, omdat er een besluitmoratorium geldt voor Libanon. Tijdens de zitting heeft eiser te kennen gegeven dat dit geen beroepsgrond is waar de rechtbank op hoeft te beslissen. De rechtbank zal dit daarom verder niet bespreken.

Conclusie en gevolgen

14. De minister heeft de aanvraag mogen afwijzen als ongegrond. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk heeft. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van mr. W.J.T. Twijnstra, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
10 november 2025

Documentcode: [Documentcode]

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.