Beoordeling door de rechtbank
7. Eiser heeft op 23 februari 2011 zijn eerste asielaanvraag in Nederland gedaan. Deze aanvraag is bij besluit van 17 maart 2011 afgewezen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling van de aanvraag. Het beroep hiertegen heeft rechtbank ’s-Gravenhage in haar uitspraak van 12 april 2011 ongegrond verklaard. Eiser is op 7 juni 2011 vrijwillig teruggekeerd naar Iran.
8. Eiser heeft zich vervolgens op 12 september 2022 weer in Nederland gemeld en een herhaalde asielaanvraag gedaan. De minister heeft met het bestreden besluit van 3 maart 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
9. Eiser legt aan zijn asielaanvraag het volgende ten grondslag. In 2009 is eiser in Duitsland bekeerd tot het christendom. In 2011 is eiser vanuit Nederland teruggegaan naar Iran. Bij aankomst in Iran is eiser op het vliegveld ondervraagd en opgepakt. Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 1 jaar vanwege deelname aan demonstraties in 2009, illegale uitreis uit Iran en het indienen van een asielaanvraag in het buitenland. Vanaf november 2014 heeft eiser twee maanden vastgezeten vanwege het drinken van wijn. Vanaf april 2017 heeft eiser twee jaar in de gevangenis gezeten vanwege het verspreiden van het christendom. Ook hebben er op 16 augustus 2022 invallen plaatsgevonden bij eiser thuis, op zijn werk en bij zijn ouders.
Het bestreden besluit
10. Het asielrelaas van eiser bevat volgens de minister de volgende relevante elementen:
(1). Identiteit, nationaliteit en herkomst;
(2). Problemen bij terugkeer in 2011;
(3). Afvalligheid;
(4). Veroordeling in 2014;
(5). Bekering; en
(6). Recente problemen vanwege bekering
De minister vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig. Ook is de minister van oordeel dat de afvalligheid van eiser en de veroordeling in 2014 geloofwaardig zijn. De problemen van eiser bij terugkeer in 2011 vindt de minister niet geloofwaardig.
Hiertoe heeft de minister overwogen dat eiser de problemen niet met documenten heeft onderbouwd. Duitsland heeft de asielaanvraag van eiser in 2011 afgewezen. Uit deze afwijzing blijkt dat eiser Iran in 2011 op legale wijze heeft verlaten en dat de Duitse autoriteiten eisers deelname aan demonstraties niet geloofwaardig vinden. Verder komen de verklaringen van eiser niet overeen met de informatie die volgt uit het Algemeen ambtsbericht (AAB) van Iran van 2012. Het vijfde element, de bekering, vindt de minister ook niet geloofwaardig. De minister is namelijk van oordeel dat eiser oppervlakkig, tegenstrijdig en onpersoonlijk heeft verklaard. Daarnaast blijkt uit de Duitse beschikking van 1 februari 2011 dat de bekering van eiser in 2011 niet geloofwaardig is geacht. De door eiser overgelegde documenten, onder andere de brieven van [naam] , tonen niet aan dat eiser een diepgewortelde innerlijke overtuiging heeft. Het zesde relevante element, de recente problemen vanwege de bekering, vindt de minister ook niet geloofwaardig. Eiser heeft namelijk geen documenten overgelegd om zijn detentie vanaf 2017 te onderbouwen en hij heeft oppervlakkig en tegenstrijdig verklaard. Daarnaast heeft eiser in zijn asielprocedure in 2011 ook verklaard over een inval. Dit is toen ongeloofwaardig bevonden. Nu de minister van oordeel is dat de bekering van eiser niet geloofwaardig is, is het ook ongeloofwaardig dat de veroordeling in 2017 en de invallen in 2022 hebben plaatsgevonden. De minister concludeert daarom dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a of b, van de Vw. Tot slot legt de minister aan eiser een terugkeerbesluit op.
Het referentiekader van eiser
11. Eiser voert aan dat hij psychische klachten heeft en medicijnen gebruikt die er voor zorgen dat hij rustiger wordt. Ook heeft eiser last van concentratieproblemen. Hierdoor is het voor eiser lastiger om vragen te begrijpen en te beantwoorden. Het medisch advies van MediFirst van 7 augustus 2024 is niet concludent en inzichtelijk. In het advies wordt aan de ene kant gesteld dat eiser consistent overkomt en aan de andere kant wordt aangegeven dat hij door spanningen en concentratieproblemen zijn verhaal niet consistent kan vertellen.
12. De rechtbank is van oordeel dat uit de besluitvorming blijkt dat de minister bij de gehoren voldoende rekening heeft gehouden met het referentiekader van eiser. Eiser heeft de middelbare school afgemaakt en heeft jarenlang in een apotheek gewerkt. De minister heeft daarom mogen concluderen dat er van eiser mag worden verwacht dat hij de vragen begrijpt, en samenhangend en gedetailleerd kan verklaren en dat eiser inzicht kan geven in zijn persoonlijke ervaringen en gedachten. Uit het medisch advies van MediFirst van 8 december 2023 blijkt dat eiser psychische klachten ervaart en dat hier rekening mee moet worden gehouden tijdens het gehoor door hem op zijn gemak te stellen, tijd te geven om te antwoorden op de gestelde vragen en bij oplopende spanning of emotie een korte pauze aan te bieden. Ook heeft eiser moeite met het plaatsen van exacte data bij gebeurtenissen. De gehoormedewerker heeft tijdens het nader gehoor van 15 februari 2024 meerdere pauzes ingelast en meermaals gevraagd hoe het met eiser gaat (pagina’s 3, 6, 12, 24 en 27). Dat eiser niet chronologisch zou hebben verklaard, is eiser niet tegengeworpen. Uit het medisch advies van MediFirst van 7 augustus 2024 blijkt dat eiser, ondanks zijn psychische klachten, helder en duidelijk antwoord kan geven op vragen en dat horen niet belastbaar lijkt te zijn voor eiser omdat hij over gebeurtenissen kan praten en onder behandeling is. Ook staat in dit advies dat eiser door de opbouw van spanningen mogelijk last kan krijgen van concentratieproblemen waardoor hij zijn verhaal niet op een chronologische en consistente manier kan vertellen. Geadviseerd wordt om hiermee rekening te houden. Daarnaast wordt geadviseerd om eiser soms meer tijd te geven en om bepaalde gegevens (exacte data bij gebeurtenissen) te achterhalen of deze bij benadering uit te vragen. Uit het rapport van het aanvullend gehoor van 7 augustus 2024 blijkt niet dat eiser spanningen heeft ervaren. De gehoormedewerker heeft daarnaast meerdere pauzes ingelast en meermaals aan eiser gevraagd hoe het met hem ging (pagina’s 2, 9, 14). Tijdens de zitting heeft eiser er op gewezen dat hij in 2020 psychotisch is geweest. De minister heeft toegelicht dat deze psychose heeft plaatsgevonden vóór de gehoren en dat niet is gebleken dat de medicatie die eiser gebruikt hem dusdanig belemmerd in het beantwoorden van de vragen tijdens het horen. De rechtbank concludeert dat uit het voorgaande volgt dat de minister voldoende rekening heeft gehouden met de klachten en beperkingen van eiser. Deze beroepsgrond slaagt niet.
De problemen bij terugkeer in 2011
13. Eiser voert aan dat hij in 2011 is veroordeeld door de revolutionaire rechtbank. Vonnissen van revolutionaire rechtbanken staan niet in het Sana-systeem en kunnen daarom ook niet worden opgevraagd. Dat eiser met een laissez-passer legaal Iran is ingereisd, betekent niet dat hij ook legaal is uitgereisd. Eiser is bestraft vanwege zijn illegale uitreis en vanwege het aanvragen van asiel in het buitenland. Deze omstandigheden hebben geleid tot een gevangenisstraf, overeenkomstig het AAB van Iran van 2012.
14. De rechtbank is van oordeel dat de minister de problemen van eiser bij terugkeer in 2011 ongeloofwaardig heeft mogen vinden. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat de verklaringen van eiser in de Duitse procedure in 2011 ongeloofwaardig zijn bevonden. Daarnaast heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat hij illegaal uit Iran is uitgereisd. Uit de Duitse asielprocedure volgt namelijk dat eiser legaal is uitgereisd (beschikking van 1 februari 2011, pagina 6). De minister had daarom van eiser meer mogen verwachten dan alleen de eigen verklaringen van eiser. Ook blijkt uit het AAB van Iran van 2012 dat de gebeurtenissen zoals geschetst door eiser, niet gebruikelijk waren (zie pagina 64).
De bekering
15. Eiser voert aan dat het wel geloofwaardig is dat hij is bekeerd tot het christendom. Eiser heeft niet oppervlakkig, onpersoonlijk of tegenstrijdig verklaard. Uit de verklaringen van eiser tijdens de gehoren blijkt wel van een diepgewortelde innerlijke overtuiging. Dit wordt ondersteund door de verklaringen van [naam] en eisers regelmatige deelname aan de kerkdiensten.
Het toetsingskader
16. Ter beoordeling van de rechtbank staat of de minister zich niet ten onrechte op het standpunt stelt dat de bekering van eiser ongeloofwaardig is. Daarbij neemt de rechtbank Werkinstructie (WI) SUA Bekeerlingen en afvalligen 2022/3 als uitgangspunt. Volgens paragraaf 3.3. van de WI 2022/3 richt de minister zich, om de geloofwaardigheid van een bekering in het kader van een asielaanvraag te kunnen toetsen, op de volgende drie elementen:
1. De motieven voor en het proces van bekering;
2. De kennis van het nieuwe geloof; en
3. De activiteiten, zoals bezoeken aan religieuze bijeenkomsten die een persoon onderneemt binnen de nieuwe geloofsovertuiging en het effect van de verandering.
De verklaringen van de vreemdeling over deze drie elementen moeten steeds bezien worden in hun onderlinge samenhang, maar ook in het licht van de overige omstandigheden. Dit betekent dat de minister een integrale geloofwaardigheidsbeoordeling maakt, waarbij alle informatie uit het dossier wordt betrokken en waarbij rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden, achtergrond en leeftijd van de vreemdeling. Primair wordt gekeken naar de eigen verklaringen van de vreemdeling, maar ook andere informatie in het dossier (zoals verklaringen van derde partijen) wordt betrokken. Volgens de WI 2022/3 toetst de minister of aannemelijk is gemaakt dat de door de vreemdeling gestelde oprechte bekering gebaseerd is op een diepgewortelde innerlijke overtuiging. Uit de WI 2022/3 volgt dat beperkte verklaringen over één element eventueel kunnen worden gecompenseerd met verklaringen over de andere twee elementen.
Het element motieven voor en proces van bekering
17. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn motieven en proces van bekering niet persoonlijk heeft kunnen maken. Zo is aan eiser gevraagd om te vertellen over de periode in zijn leven waarin hij verdwaald was in zichzelf en hoe hij zichzelf weer heeft gevonden. Hierop heeft eiser geantwoord: “
Nadat je geestelijke natuur met god en Jezus aansluit, dan kan je jezelf vinden” en “
Eerder heb ik uitgelegd dat je moet geloven. He doet dit door het luisteren en accepteren van het geloof. Geloof vindt plaats in het kader van je hart, niet je hersenen”. Toen eiser is gevraagd hoe Jezus hem hier concreet mee geholpen heeft, heeft eiser geantwoord: “
Hij heeft mij veel geholpen, liefde voor anderen, geduld, en het vertellen van de waarheid” (aanvullend gehoor, pagina 12). Ook komt hetgeen eiser heeft verklaard in het nader gehoor over het moment waarop hij voor het eerst met het christendom in aanraking is gekomen, niet overeen met de toelichting in de zienswijze van 26 februari 2024. In het nader gehoor heeft eiser namelijk verklaard dat het christendom voor het eerst op zijn pad is gekomen toen eiser Iran ontvluchtte na de demonstraties en naar Duitsland ging (nader gehoor, pagina 14). Dit terwijl in de zienswijze van 26 februari 2024 eiser heeft toegelicht dat hij in 2004, tijdens zijn militaire dienst, een christen heeft ontmoet met wie hij sprak over het christendom en met wie hij huiskerken heeft bezocht.
Het element kennis van het nieuwe geloof
18. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser zijn vergaarde kennis over het christendom onvoldoende persoonlijk heeft weten te maken. Tijdens het aanvullend nader gehoor is eiser bijvoorbeeld gevraagd wat voor hem de connectie is tussen de bijbel en het spreken van de waarheid. Hierop heeft eiser geantwoord: “
Ik heb dit geleerd van de bijbel. Ik heb veel dingen van de bijbel geleerd. Met behulp van de bijbel heb ik mijzelf en god leren kennen”(pagina 8). Toen eiser is gevraagd waarom gesprekken over het christendom van belang zijn voor hem, heeft hij geantwoord: “
Ik leef in de manier van het christendom, de manier van god” (pagina 16). Ook is eiser in het aanvullend gehoor gevraagd of er verhalen uit de bijbel zijn die belangrijk voor hem zijn. Eiser heeft toen verwezen naar een verhaal over koning Jozef en zijn vrouw Zoleikha. Op de vraag waarom dit verhaal voor eiser belangrijk is, heeft hij geantwoord: “
Omdat overspel een slechte daad is. Verkrachting is een hele slechte daad” (pagina 17). Eiser heeft daarmee slechts algemene antwoorden gegeven, waarmee hij geen inzicht geeft in wat het christendom voor hem persoonlijk betekent en hoe het van invloed is op zijn manier van leven.
19. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de activiteiten die eiser verricht en heeft verricht, onvoldoende zijn om zijn onpersoonlijke verklaringen over zijn bekering en zijn kennis van het christendom te kunnen compenseren. Eiser heeft oppervlakkig verklaard over waarom het belangrijk is voor hem om christelijke activiteiten te verrichten, zoals het bezoeken van een huiskerk in Iran. Tijdens het nader gehoor is aan eiser gevraagd waarom dit belangrijk voor hem is. Hierop heeft eiser geantwoord: “
Omdat het mijn geloof is. De heilige geest is in mijn hart, dat is wie ik ben” (pagina 26). Als aan eiser wordt gevraagd waarom hij het belangrijk vond om door te gaan met het openlijk uiten van het christendom, ondanks de risico’s, heeft eiser geantwoord: “
Ik heb nooit verborgen dat ik christelijk ben zodat God, Jezus Christus mij niet zal ontkennen” (nader gehoor, pagina 9). Als de gehoormedewerker eiser vraagt om dit nader uit te leggen, heeft eiser geantwoord: “
Vanwege mijn geloof”. Eiser heeft hiermee geen inzicht gegeven in wat het voor hem persoonlijk betekent om het christendom actief en openlijk te uiten. Hoewel de activiteiten die eiser verricht, zoals het bezoeken van de kerk, in zijn voordeel wegen, maakt dit nog niet dat er gesproken kan worden van een diepgewortelde innerlijke overtuiging.
De verklaringen van derden
20. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister mogen oordelen dat de verklaringen van de koster weliswaar onderschrijven dat eiser activiteiten verricht en aanwezig is bij kerkdiensten, maar dat dit niet maakt dat op grond van deze verklaringen kan worden aangenomen dat eiser zich heeft bekeerd tot het christendom. De eigen verklaringen van eiser zijn namelijk doorslaggevend.
21. Gelet op wat hiervoor is overwogen, heeft de minister niet ten onrechte geconcludeerd dat eiser er niet in is geslaagd om door middel van zijn verklaringen zijn bekering tot het christelijke geloof aannemelijk te maken.
22. Eiser voert aan dat hij bij terugkeer met een laissez-passer grote kans loopt om te worden ondervraagd door de autoriteiten. Eiser beschikt nu niet over een Iraans paspoort. Bij terugkeer naar Iran heeft eiser te vrezen voor vervolging, gelet op de slechte mensenrechtensituatie vanwege zijn christelijke geloof.
23. De rechtbank is van oordeel dat de minister heeft mogen concluderen dat er van eiser mag worden verwacht dat hij zich terughoudend opstelt bij terugkeer naar Iran. De minister heeft de bekering van eiser immers niet ten onrechte ongeloofwaardig geacht. Onder deze omstandigheid mag de minister van eiser verwachten dat hij zich terughoudend opstelt bij terugkeer. De afvalligheid van eiser heeft de minister wel geloofwaardig geacht. Echter, volgt uit het AAB van Iran van 2021 dat een groot deel van de Iraniërs de dagelijkse, verplichte rituele gebeden niet uitvoert. Dat eiser seculier leeft, betekent dus niet automatisch dat hij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Eiser kan zich opnieuw conformeren aan de heersende culturele en religieuze normen en waarden om problemen te voorkomen. Tijdens de zitting heeft de minister erkend dat personen die terugkeren naar Iran met een laissez-passer een grotere kans worden om ondervraagd te worden. Echter is de rechtbank met de minister van oordeel dat een ondervraging niet hoeft te leiden tot een risico op vervolging of een reëel risico op ernstige schade. Van belang hierbij is namelijk het individueel profiel van eiser, waarbij de minister de bekering niet geloofwaardig heeft mogen vinden. Eiser heeft niet aannemelijk weten te maken dat juist hij risico zal lopen indien hij zal terugkeren naar Iran met gebruik van een laissez-passer.
Recente problemen vanwege bekering
24. Eiser voert aan dat het niet mogelijk is voor hem om documenten te overleggen met betrekking tot zijn veroordelingen of de invallen. Vonnissen van de revolutionaire rechtbanken staan niet in het Sanaa-systeem en kan eiser dus niet opvragen. Bewijsstukken van de invallen of van de arrestatie van de neef van eiser bestaan niet. Toen eiser de christelijke syllabi naar werk had meegenomen, heeft hij het risico verkeerd ingeschat.
25. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de problemen van eiser vanwege zijn bekering niet geloofwaardig zijn. Hierbij heeft de minister mogen betrekken dat eiser geen documenten heeft overgelegd om zijn detentie in 2017 en de invallen in 2022 te onderbouwen. Eiser heeft onvoldoende bevredigende redenen gegeven voor het ontbreken van documenten. Eiser heeft immers in 2011 voor het eerst een asielaanvraag gedaan en heeft tot op heden geen enkel document overgelegd. Daarnaast heeft de minister mogen betrekken dat de bekering van eiser tot het christendom ongeloofwaardig is bevonden. Dat maakt het ook ongeloofwaardig dat de veroordeling in 2017 en de invallen in 2022 hebben plaatsgevonden. Verder heeft de minister de verklaringen van eiser over de syllabussen oppervlakkig mogen vinden. Eiser heeft niet duidelijk gemaakt waarom het nodig was om de documenten op werk te bewaren, wetende dat een van zijn collega’s een gepensioneerde politieagent was. Daarnaast heeft eiser tegenstrijdig verklaard over het contact met zijn broer. In het nader gehoor heeft eiser verklaard dat zijn vader en broer hem hebben verstoten na de veroordeling in 2017. Tegelijkertijd heeft eiser verklaard dat hij nog wel contact heeft met zijn broer (nader gehoor, pagina 4 en 24).