ECLI:NL:RBDHA:2025:23301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen parkeerbeleid en POET-aanwijzing op woonadres
Eiseres maakte bezwaar tegen het parkeerbeleid van de gemeente Katwijk, specifiek tegen de aanwijzing van haar woonadres als POET (parkeren op eigen terrein), waardoor zij geen recht meer heeft op een eerste bewonersparkeervergunning. Verweerder verklaarde het bezwaar tegen een toelichtende brief niet-ontvankelijk en oordeelde dat bezwaar tegen het wijzigingsbesluit te laat was ingediend.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 10 december 2024 geen besluit is in de zin van de Awb, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Echter, eiseres maakte tijdig bezwaar tegen het wijzigingsbesluit, wat verweerder ten onrechte niet heeft onderkend. Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd en wordt het bezwaar inhoudelijk beoordeeld.
De rechtbank stelt vast dat de aanwijzing van het adres als POET terecht is, omdat de oprit voldoet aan de gestelde afmetingen en het belang van het reguleren van de parkeerdruk zwaarder weegt dan het belang van eiseres. Het verzoek om maatwerk in het parkeervergunningensysteem wordt afgewezen vanwege onevenredige kosten en beleidsmatige overwegingen.
De rechtbank verklaart het bezwaar tegen het wijzigingsbesluit ongegrond en bepaalt dat verweerder het griffierecht aan eiseres moet vergoeden. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit van 10 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 10 februari 2025 wordt vernietigd, maar het bezwaar tegen het wijzigingsbesluit parkeerbelastingen 2024 wordt inhoudelijk ongegrond verklaard.