ECLI:NL:RBDHA:2025:23301
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het parkeerbeleid en de ontvankelijkheid van het bezwaarschrift van eiseres tegen het college van burgemeester en wethouders van Katwijk
In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 10 december 2025, in de zaak tussen eiseres en het college van burgemeester en wethouders van Katwijk, wordt het beroep van eiseres tegen het parkeerbeleid van verweerder beoordeeld. Eiseres, die sinds begin 2023 in contact is met verweerder over het parkeerbeleid, heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 10 februari 2025, waarin haar bezwaar niet ontvankelijk werd verklaard. De rechtbank behandelt het beroep en oordeelt dat het bezwaar van eiseres tegen de brief van 10 december 2024 terecht niet-ontvankelijk is verklaard, maar dat zij wel ontvankelijk is in haar bezwaar tegen het besluit van 23 april 2024, dat haar adres als POET (parkeren op eigen terrein) heeft aangewezen. De rechtbank oordeelt dat verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, omdat de oprit van eiseres voldoet aan de gestelde afmetingen voor POET. Eiseres heeft aangevoerd dat zij het oneens is met het huidige parkeerbeleid en dat het voor haar onrechtvaardig is dat zij nu een duurdere tweede bewonersparkeervergunning moet betalen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit van 10 februari 2025, omdat verweerder niet inhoudelijk is ingegaan op het bezwaar van eiseres. De rechtbank bepaalt dat het bezwaar tegen het besluit van 23 april 2024 ongegrond is en dat verweerder het griffierecht aan eiseres moet vergoeden.