Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 10 januari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou ontwijken. Eiser, die de Poolse nationaliteit bezit en in juni 2024 gedwongen was uitgezet, stelde dat de maatregel onterecht was en dat een lichter middel zoals een meldplicht volstond.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden onder 3b en 3h van het Vreemdelingenbesluit 2000 feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Eiser had zich aan het toezicht onttrokken door illegaal Nederland binnen te komen zonder melding, en was eerder tot ongewenst vreemdeling verklaard. De rechtbank verwierp het verweer dat de ongewenstverklaring geen risico op onttrekking rechtvaardigde.
Verder concludeerde de rechtbank dat de minister terecht geen lichter middel had opgelegd, mede vanwege het eerdere onttrekken aan toezicht en het ontbreken van een lopend traject bij een hulporganisatie. De ambtshalve toetsing wees uit dat de maatregel niet onrechtmatig was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.