ECLI:NL:RBDHA:2025:23347
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen ophouding op grond van artikel 50 lid 2 Vreemdelingenwet 2000
Eiser werd op 11 november 2025 opgehouden door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat de ophouding onrechtmatig was omdat zijn identiteit reeds bekend was uit het strafrechtelijk voortraject en hij onnodig vrijheidsberovend was behandeld.
De rechtbank overwoog dat de identiteit die tijdens de strafrechtelijke aanhouding is vastgesteld als uitgangspunt mag worden genomen, maar niet als onomstotelijk vaststaand hoeft te worden beschouwd in het verdere vreemdelingenrechtelijke traject. Omdat eiser tijdens de ophouding geen identiteitsdocument kon tonen, was de ophouding gerechtvaardigd.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter T. Boesman en griffier F.S. Ulrich op 1 december 2025 te Rotterdam. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de ophouding op grond van artikel 50, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 wordt ongegrond verklaard.