ECLI:NL:RBDHA:2025:23349
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. De maatregel was gebaseerd op artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en was reeds eerder getoetst als rechtmatig tot het sluiten van het onderzoek op 7 oktober 2025.
Eiser stelde dat er geen reëel zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn was, mede vanwege eerdere mislukte laissez-passer aanvragen bij de Algerijnse autoriteiten en het uitblijven van reactie op de recente aanvraag. Daarnaast voerde eiser aan dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn, omdat hij bij familieleden kan verblijven en bereid is tot meldplicht.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een lp in eerdere trajecten niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is, mede omdat lp-trajecten tijd vergen en eiser onvoldoende meewerkt. Het risico op onttrekking blijft aanwezig, mede gelet op eerdere gedragingen van eiser, en daarom is bewaring gerechtvaardigd. Ambtshalve toetsing aan EU-recht en het beginsel van non-refoulement leverde geen bezwaar op. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.