6.3.Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf en maatregelen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot doodslag, twee mishandelingen en een vernieling.
De verdachte heeft met één klap van een hamer uitgehaald tegen het hoofd van slachtoffer [naam 1] , waarbij de hamer op de schedel nabij het oog van [naam 1] terecht is gekomen. Hij is daarbij de grenzen van een proportionele verdediging te buiten gegaan. Het feit dat [naam 1] de eerste klap heeft uitgedeeld, kan op geen enkele wijze deze reactie van de verdachte rechtvaardigen. De gebeurtenis heeft een enorme impact gehad op het slachtoffer. Hij heeft er een gebroken jukbeen, een gebroken oogkas, bloedingen in de hersenen en een zwaar beschadigd oog aan overgehouden. Zijn linkeroog moest na de klap teruggeduwd worden in de oogkas. [naam 1] heeft meerdere dagen in het ziekenhuis doorgebracht en heeft tot op de dag van vandaag nog last van de gevolgen. Ter terechtzitting heeft [naam 1] verklaard dat hij zijn oog zelf op zijn plaats heeft moeten terugduwen, dat de vorm van de hamer nog in zijn gezicht staat als litteken en dat zijn zicht niet meer hetzelfde is geworden. Hij is als persoon veranderd en heeft nog dagelijks hoofdpijn.
De rechtbank zal met name de ernst van deze poging tot doodslag en de zware gevolgen daarvan voor het slachtoffer meewegen in de strafmaat.
De rechtbank stelt ook vast dat sprake lijkt van een zeker delictspatroon waarbij de verdachte snel in conflict raakt met mensen in zijn omgeving en daarop reageert met buitensporig geweld. De slachtoffers [naam 4] en. [naam 2] zijn, na een geringe woordelijke aanleiding door de verdachte aangevallen en toegetakeld. [naam 4] , een jongen van vijftien jaar oud en een kop kleiner dan de verdachte, heeft in zijn eigen slaapkamer een kopstoot gekregen van de verdachte waardoor een flinke wond is ontstaan en zijn kamervol bloed lag. [naam 2] is voor het huis van een vriendin aangevallen en vervolgens gebeten, tot bloedens toe. Wanneer het de verdachte niet zint, past hij zwaar geweld toe, zich niet bekommerend om de lichamelijke integriteit van anderen, laat staan de goederen van anderen, als die hem in zijn agressie in de weg zitten, zoals het raam in de badkamerdeur dat de verdachte heeft vernield.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 19 mei 2025. In het nadeel van de verdachte weegt de rechtbank mee dat in de afgelopen jaren meerdere malen wegens vergelijkbare feiten (mishandeling en vernieling) gevangenisstraffen en taakstraffen opgelegd zijn aan de verdachte. Eerdere hulpverleningstrajecten lijken ook weinig effect te hebben gehad.
Pro Justitia rapportage
De rechtbank heeft kennisgenomen van de Pro Justitia dubbelrapportage van 18 september 2025, bestaande uit een psychiatrisch onderzoek en een psychologisch onderzoek naar de persoon van de verdachte. Deze rapportage is opgesteld naar aanleiding van het incident van 14 mei 2025 en ziet dus niet op de overige in dit vonnis besproken feiten.
De psychiater heeft gerapporteerd dat in de maanden vanaf januari 2025 tot het incident van 14 mei 2025 sprake was van overmatig alcoholgebruik en dat de verdachte probeerde te minderen. Dat zorgde er echter voor dat de verdachte steeds achterdochtiger werd, zich onveilig voelde en dacht dat hij achtervolgd werd, zonder dat daar sprake van was. Er ontstonden psychotische belevingen, verder aangewakkerd door een traumatische woningoverval in 2022. De verdachte was in toenemend verminderde mate in staat zijn emoties, gedachten en impulsen te reguleren. Hij heeft in die periode uit angst meerdere malen contact opgenomen met de politie.
De psychiater concludeert dat ten tijde van het tenlastegelegde sprake is van een ziekelijke stoornis van zijn geestesvermogens, namelijk alcoholafhankelijkheid met een door alcohol geïnduceerde psychotische stoornis. Tevens is sprake van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, waarbij sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis. Deze beïnvloedde de gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. De psychiater adviseert het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen.
De psychiater concludeert dat gezien de complexiteit van de pathologie en het recidiverisico, met de heftige escalatie, het van belang is dat behandeling in een stevig kader wordt vormgegeven. De psychiater acht een tbs met voorwaarden daartoe het juiste kader en ook haalbaar.
De psycholoog heeft eveneens geconcludeerd dat bij de verdachte sprake is van een stoornis in het gebruik van alcohol en een antisociale persoonlijkheidsstoornis en dat in de maanden voorafgaand aan het incident in mei 2025 sprake was van een psychotische stoornis veroorzaakt door alcohol. Dit beïnvloedde de gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde. Hoewel een duidelijk, rechtstreeks verband tussen een aanwezige psychotische beleving en het tenlastegelegde niet wordt gezien, is het waarnemingsvermogen in algemene zin wel aangetast, door wisselend alcoholgebruik en onttrekking daarvan en toenemende gevoelens van angst. Ook de psycholoog adviseert het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen en acht een tbs met voorwaarden het meest passende kader voor behandeling.
De rechtbank neemt de conclusies van de psychiater en de psycholoog over en maakt deze tot de hare. De rechtbank zal het bewezenverklaarde onder dagvaarding I in verminderde mate aan de verdachte toerekenen en zal daarbij met de straftoemeting rekening houden.
Reclasseringsrapport (maatregelenrapport)
De rechtbank heeft voorts kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 22 oktober 2025. De reclassering heeft gematigd positief geadviseerd over het opleggen tbs met voorwaarden. De reclassering heeft geadviseerd om daaraan de volgende voorwaarden te verbinden:
- geen strafbare feiten plegen;
- meewerken aan reclasseringstoezicht;
- opname in een zorginstelling;
- meewerken aan een time-out;
- begeleid wonen of maatschappelijke omvang;
- ambulante behandeling;
- middelenverbod en meewerken aan middelencontrole;
- dagbesteding;
- meewerken aan schuldhulpverlening / beschermingsbewind;
- niet naar het buitenland (reisverbod);
- contactverbod.
De reclassering heeft verder geadviseerd om de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38z Sr op te leggen en heeft de dadelijke uitvoerbaarheid van de voorwaarden en het toezicht geadviseerd.
Ter terechtzitting zijn alle voorgestelde voorwaarden aan de verdachte voorgehouden. Hij heeft verklaard zich daarin volledig te kunnen vinden en aan elke voorwaarde te willen meewerken.
Tbs met voorwaarden en dadelijke tenuitvoerlegging
Met inachtneming van de beschouwingen, de conclusies en de adviezen van de deskundigen is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van het bij dagvaarding I bewezen verklaarde feit een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond. Het door de verdachte begane feit is een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld.
De aard en de ernst van dit feit en de algemene veiligheid van personen eisen naar haar oordeel het opleggen van de tbs-maatregel.
De rechtbank overweegt dat de tbs-maatregel zal worden opgelegd voor een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzakend voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
De rechtbank zal de adviezen van de rapporteurs volgen en
de maatregel tot terbeschikkingstelling met voorwaarden opleggen, waarbij de voorwaarden zullen worden ingevuld zoals de reclassering heeft geadviseerd in het maatregelenrapport.
Dadelijk uitvoerbaar
De rechtbank acht het ter beperking van het gevaar voor recidive noodzakelijk dat met de behandeling van de verdachte aansluitend aan de detentie wordt aangevangen. De rechtbank acht daarmee termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 38, zesde lid, Sr en zal bevelen dat de tbs-maatregel met voorwaarden dadelijk uitvoerbaar is.
De duur van de maatregel is ongemaximeerd, omdat de maatregel is opgelegd ter zake van een misdrijf, gericht tegen of die gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van personen.
Maatregel tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking
De rechtbank is van oordeel dat in onderhavige zaak het voorkomen van recidive van zwaarwegend belang is. Om het recidivegevaar in te perken, kan een maatregel tot vrijheidsbeperking en gedragsbeïnvloeding, als bedoeld in artikel 38z Sr, worden opgelegd. Daarmee wordt de mogelijkheid gecreëerd om de verdachte ook na afloop van de tbs-maatregel onder intensief toezicht te stellen indien dat in verband met de dan bestaande risico’s noodzakelijk is.
Aan de voorwaarden voor oplegging van genoemde maatregel is naar het oordeel van de rechtbank voldaan, omdat een tbs met voorwaarden wordt opgelegd. Daarnaast is naar het oordeel van de rechtbank de oplegging van de maatregel in het belang van de bescherming van de veiligheid van anderen en goederen, gelet op het in de rapportages geschatte hoge risico op zedendelicten. De rechtbank zal daarom de – door de reclassering geadviseerde en door de officier gevorderde –
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel opleggen.
De straf
Gelet op alles wat hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat, naast de op te leggen maatregelen, niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt. Voor een voltooide doodslag worden doorgaans gevangenisstraffen van acht tot twaalf jaar opgelegd. In strafverminderende zin weegt mee dat het hier gaat om een poging tot doodslag en dat dit bewezenverklaarde feit verminderd toe te rekenen is aan de verdachte. Dat geldt echter niet voor de overige bewezen verklaarde feiten, de twee mishandelingen en de vernieling. Deze zijn hem volledig toe te rekenen en zijn eveneens ernstige en overlast gevende feiten. Al met al, gelet op de ernst van de feiten en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers zal de rechtbank
een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren aan de verdachte opleggen.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering.