6.3.Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank neemt bij haar beoordeling van de maatregel of strafoplegging het volgende in aanmerking.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de diefstal van een fatbike. Hij heeft deze meegenomen terwijl hij wist dat deze niet van hem was, met als doel om de fatbike te verkopen. De verdachte heeft daarmee voor de zoveelste keer laten zien geen respect te hebben voor het eigendom van anderen en heeft puur gehandeld uit eigen financieel gewin.
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 13 oktober 2025, waaruit volgt dat hij al vele malen tot gevangenisstraffen is veroordeeld voor vermogensdelicten.
Persoonlijke omstandigheden
De verdachte is een kwetsbare persoon met een licht verstandelijke beperking. Hij leeft voor een groot deel op straat en gaat in en uit (deels) begeleide woonvormen. Steeds lijken problemen, veroorzaakt door de verdachte zelf, er voor te zorgen dat hij bij die woonvormen moet vertrekken. Werk of andere vormen van structurele dagbesteding heeft hij niet. De verdachte ontvangt een uitkering, maar pleegt naar eigen zeggen vooral vermogensdelicten omdat het leven op straat veel geld kost en hij van die uitkering niet kan rondkomen.
Reclasseringsadvies
De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de reclassering d.d. 20 oktober 2025 over de wenselijkheid of noodzakelijkheid van de ISD-maatregel voor de verdachte, dat is opgemaakt en ondertekend door P. Baak, reclasseringswerker, en H. Arendse, unitmanager.
Uit het rapport volgt dat het plegen van strafbare feiten door de verdachte voortkomt uit het ontbreken van stabiele huisvesting, een baan en toereikend inkomen. Tevens is sprake van psychosociale problemen, waar hij onvoldoende besef van lijkt te hebben, en mijdt hij zorg terwijl hij onvoldoende zelfredzaam is. Dit alles leidt ertoe dat het de verdachte zelf niet lukt om stabiliteit in zijn leven te behouden. Het recidiverisico en het risico op onttrekken aan de voorwaarden worden ingeschat als hoog.
De reclassering ziet geen mogelijkheden om die risico’s in een voorwaardelijk kader in te perken. Door de gebrekkige ontvankelijkheid van de verdachte voor (forensische) zorg, zijn onbereikbaarheid, recidives, het overtreden van huisregels, zijn zelfoverschatting en het ontbreken van actuele diagnostiek, zijn eerdere (forensische) zorgtrajecten onvoldoende effectief gebleken en hebben eerdere bijzondere voorwaarden ook niet geleid tot stabiliteit en gedragsverandering. Het is niet duidelijk welke zorg de verdachte (primair) nodig heeft en of die zorg haalbaar en realiseerbaar is. Diagnostisch onderzoek en eventuele toeleiding naar zorg vanuit een gestructureerde, intramurale setting (na eventuele forensische interventies) zouden daarbij uitkomst kunnen bieden. De verdachte voldoet aan zowel de harde als de zachte criteria voor het opleggen van een ISD-maatregel.
De reclassering adviseert gelet op het voorgaande om bij veroordeling van de verdachte aan hem een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.
Weging
De rechtbank stelt vast dat is voldaan aan de vereisten voor het opleggen van de ISD-maatregel.
Het feit waarvoor de verdachte wordt veroordeeld is een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Uit het strafblad blijkt dat de verdachte in de vijf jaren voordat hij dit feit pleegde ten minste drie keer voor een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een vrijheidsbenemende straf. Het feit waarvoor de verdachte nu wordt veroordeeld, heeft hij gepleegd nadat deze straffen ten uitvoer zijn gelegd.
De verdachte valt onder de definitie van stelselmatige dader uit de Richtlijn voor strafvordering bij meerderjarige veelplegers, nu over een periode van vijf jaren processen-verbaal voor meer dan tien misdrijffeiten tegen hem zijn opgemaakt, waarvan ten minste één misdrijf in de laatste twaalf maanden, terug te rekenen vanaf de pleegdatum van het laatst gepleegde misdrijffeit.
De rechtbank is van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte opnieuw een misdrijf zal plegen. Omdat de verdachte steeds weer overlast en schade veroorzaakt, gaat nu het belang van de samenleving voor. Daarom is het voor de veiligheid van personen en goederen nodig om de ISD-maatregel op te leggen. Daarnaast kan de ISD-maatregel een bijdrage leveren aan het oplossen van de problematiek die bij de verdachte speelt en aan het voorkomen van herhaling van delictgedrag na afloop van de ISD-maatregel.
Vooral ter optimale bescherming van de maatschappij, maar ook om een eventuele oplossing van de problematiek van de verdachte alle kansen te geven, is het belangrijk voldoende tijd te nemen om de ISD-maatregel ten uitvoer te leggen. Daarom zal de rechtbank de ISD-maatregel opleggen voor de maximale duur van twee jaren en de tijd die de verdachte vóór tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft gezeten niet aftrekken van de duur van die maatregel.