Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.De procedure
- het bericht van de rechtbank aan Staatsloterij, waarbij zij in de gelegenheid is gesteld zich over dit verzoek uit te laten;
Rechtbank Den Haag
In deze civiele procedure tussen Staatsloterij B.V. en Loterijverlies.NL B.V. heeft Loterijverlies verzocht om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het vonnis van 17 september 2025, waarin de rechtbank het bevoegdheidsincident van Loterijverlies had afgewezen. Staatsloterij maakte bezwaar tegen dit verzoek.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 110 lid 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen hogere voorziening is toegestaan tegen beslissingen over relatieve bevoegdheid. Daarnaast kan de rechtbank wel tussentijds hoger beroep toestaan indien dit niet leidt tot onredelijke vertraging.
De rechtbank oordeelde dat het toestaan van tussentijds hoger beroep in deze zaak een onredelijke vertraging van de procedure zou veroorzaken en wees het verzoek daarom af. Alle overige beslissingen werden aangehouden.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter M. Dam op 29 oktober 2025.
Uitkomst: Het verzoek tot openstellen van tussentijds hoger beroep tegen het vonnis inzake het bevoegdheidsincident is afgewezen wegens onredelijke vertraging.