Eisers ontvingen een last onder dwangsom van het college wegens een welstandsexces aan de aanbouw van hun woning. Zij stelden dat de wabo casemanager had toegezegd dat hun bouwplan geen welstandsexces zou opleveren, waardoor zij vertrouwen hadden dat handhaving uitbleef. Dit vertrouwen zou zijn geschonden, waardoor zij schadevergoeding vorderden.
De rechtbank beoordeelde het beroep aan de hand van het vertrouwensbeginsel en het toepasselijke overgangsrecht van de Omgevingswet. De last onder dwangsom was opgelegd onder de oude Wabo-regelgeving, die nog van toepassing was.
Uit de correspondentie bleek dat de toezegging van de casemanager betrekking had op het bouwplan zoals beschreven, maar dat de feitelijke uitvoering afweek door afwijkend materiaalgebruik en afwerking. De toezegging kon daarom niet worden toegepast op de afwijkende situatie. De rechtbank concludeerde dat het college terecht handhavend optrad en het beroep ongegrond was.
Het verzoek om schadevergoeding wegens de kosten voor het verwijderen van het welstandsexces werd eveneens afgewezen. Eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter R.H. Smits op 11 november 2025.