7.1.Het college heeft zich in het bestreden besluit gebaseerd op een positief advies van de welstandscommissie. Hoewel het college niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij het college zelf ligt, mag het college volgens vaste rechtspraak op een welstandsadvies afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel dan ook geen nadere toelichting. Dit is anders als de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een ander(e) deskundig te achten persoon of instantie dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.
8. De rechtbank ziet in wat eiser heeft aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat de inhoud of wijze van totstandkoming van het welstandadvies zodanige gebreken vertoont dat het college het advies niet ten grondslag had mogen leggen aan het bestreden besluit. Het summiere eerste advies van 15 maart 2024 is in de bezwaarfase nader gemotiveerd met een advies van 1 augustus 2024. Daaruit volgt dat de karakteristiek van de rijwoningen naar de mening van de welstandscommissie in voldoende mate gewaarborgd blijft. Het oorspronkelijk symmetrische daklandschap is in het verleden al door de dakverhoging bij nummer 30 gewijzigd in een asymmetrisch daklandschap. De uitwerking van het plan sluit volgens de welstandscommissie in voldoende mate aan bij de materialisering, detaillering en kleurstelling van de huidige bebouwing waarmee de samenhang is gewaarborgd. Het college heeft er verder op gewezen dat in het advies al rekening is gehouden met het geldende strengere welstandsregime. Nu eiser geen deskundig tegenadvies heeft overgelegd of andere concrete aanknopingspunten naar voren heeft gebracht die de deugdelijkheid van het welstandsadvies ondergraven, mocht het college doorslaggevende betekenis toekennen aan dit advies en dit ten grondslag leggen aan het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
9. Voor zover eiser met de stelling dat het college bij soortgelijke bouwplannen andere standpunten heeft ingenomen een beroep doet op het gelijkheidsbeginsel, overweegt de rechtbank dat eiser dit beroep op geen enkele wijze heeft onderbouwd. Deze grond kan daarom ook niet slagen.
10. Nu uit het voorgaande volgt dat het college terecht heeft aangenomen dat voldaan is aan de beoordelingsregels voor de omgevingsplanactiviteit ‘Bouwen’, geldt dat sprake is van een gebonden beschikking, waarbij geen ruimte bestaat voor een nadere belangenafweging. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan de betogen van eiser met betrekking tot schaduwwerking en de aanwezigheid van een privaatrechtelijke belemmering. Deze gronden zouden slechts aan de orde kunnen komen bij een afwijking van het Omgevingsplan. Daarvan is in dit geval geen sprake.
11. De rechtbank gaat ook voorbij aan het betoog van eiser dat voor het project een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit zoals bedoeld in artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet vereist zou zijn. Vaststaat dat de verleende omgevingsvergunning beperkt is tot de omgevingsplanactiviteit ‘Bouwen’ zoals bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet. De aanvraag van vergunninghouder was daartoe ook beperkt. Voor zover voor het bouwwerk ook een omgevingsvergunning voor een technische bouwactiviteit nodig is, ligt het op de weg van vergunninghouder om die vergunning aan te vragen. Dit betekent dat wat eiser heeft aangevoerd over de beweerdelijke wijziging van de draagconstructie van het pand in deze procedure onbesproken blijft, nu dit gelet op het geldende beoordelingskader voor een omgevingsplanactiviteit ‘Bouwen’ geen rol speelt.
Conclusie en gevolgen
12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de omgevingsvergunning in stand blijft. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.