In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag op 17 november 2025, wordt het beroep van Stichting [eiseres] tegen de verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van bedrijfsactiviteiten door het bouwen van een FR3-fabriek aan de [adres] in Gouda beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. De stichting, vertegenwoordigd door gemachtigde H. Du Pré, stelt dat zij als belanghebbende moet worden aangemerkt, omdat de zichtlijn op de Hollandse IJssel van belang is voor de leefbaarheid in de wijk Korte Akkeren. De rechtbank oordeelt dat de stichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij een collectief belang behartigt en dat haar beroep ontvankelijk is.
De rechtbank behandelt vervolgens de vraag of de omgevingsvergunning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. De rechtbank concludeert dat de voorgenomen uitbreiding niet in strijd is met het bestemmingsplan en dat de vergunning terecht is verleend. De rechtbank wijst erop dat de aanvraag voor de omgevingsvergunning is ingediend vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet, waardoor de Wabo van toepassing blijft.
Uiteindelijk komt de rechtbank tot de conclusie dat het beroep van eiseres ongegrond is en dat er geen aanleiding is voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.