ECLI:NL:RBDHA:2025:23424
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontnemingsvordering wegens vrijspraak mensenhandel in vereniging
De rechtbank Den Haag behandelde op 9 december 2025 de ontnemingsvordering tegen de betrokkene, geboren in 2001, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland. De vordering betrof een bedrag van €48.482,00, dat het openbaar ministerie wilde ontnemen als wederrechtelijk verkregen voordeel uit het vermeende medeplegen van mensenhandel.
Tijdens de terechtzittingen op 14 mei, 6 en 11 november en 25 november 2025 is het onderzoek gevoerd. De rechtbank nam kennis van de standpunten van het openbaar ministerie en de verdediging. Uiteindelijk sprak de rechtbank de betrokkene vrij van het ten laste gelegde feit van medeplegen van mensenhandel.
Omdat de betrokkene is vrijgesproken van het strafbare feit dat de grondslag vormde voor de ontnemingsvordering, bestaat er geen rechtvaardiging voor het opleggen van een betalingsverplichting. Daarom wees de rechtbank de ontnemingsvordering af en sprak het vonnis uit in aanwezigheid van de voorzitter en rechters.
Uitkomst: De ontnemingsvordering wordt afgewezen wegens vrijspraak van het medeplegen van mensenhandel.