Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, maakte bezwaar tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank toetste of de maatregel sinds het sluiten van het onderzoek in het laatste beroep op 4 november 2025 rechtmatig was.
Uit de voortgangsrapportage bleek dat de overheid voldoende voortvarend handelde: er waren meerdere schriftelijke rappels aan de Algerijnse autoriteiten, vertrekgesprekken met eiser, en op 3 december 2025 vond een presentatie van eiser plaats aan de diplomatieke vertegenwoordiger van Algerije die bereid was een vervangend reisdocument te verstrekken. Op 4 december 2025 werd een vlucht aangevraagd.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring gedurende de te beoordelen periode niet onrechtmatig was en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens wees zij het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.