ECLI:NL:RBDHA:2025:23467

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 december 2025
Publicatiedatum
9 december 2025
Zaaknummer
11753875 \ CV EXPL 25-1967
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N. Hengeveld
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding van een overeenkomst voor de aankoop en plaatsing van een inloopdouche na aanhoudende tekortkomingen

In deze zaak heeft eiser, wonende te Leiden, een inloopdouche gekocht bij Mobilae, die op 14 februari 2022 is geplaatst. Na plaatsing zijn er aanhoudende problemen met de douche ontstaan, wat heeft geleid tot een eerdere procedure in 2023 waarin partijen een onderlinge regeling hebben getroffen. Echter, deze regeling heeft niet geleid tot een deugdelijke oplossing. Eiser heeft daarom de overeenkomst ontbonden en vordert terugbetaling van het betaalde bedrag van € 7.350, maar niet de korting van € 1.880 die Mobilae bij de aankoop heeft gegeven, omdat niet is aangetoond dat eiser deze kosten opnieuw zal moeten maken bij de aanschaf van een nieuwe douche.

De procedure begon met een dagvaarding op 12 juni 2025, gevolgd door verstek en een mondelinge behandeling op 15 oktober 2025. Eiser heeft zijn vorderingen onderbouwd met bewijsstukken, waaronder foto’s en e-mailcorrespondentie. Mobilae heeft verweer gevoerd en betwist dat er sprake is van een gebrekkige douche, en heeft aangevoerd dat een deel van de koopsom al is terugbetaald. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Mobilae tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en heeft de overeenkomst ontbonden. Eiser heeft recht op terugbetaling van € 7.350, maar niet op de korting van € 1.880. Mobilae is ook veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 903.

De kantonrechter heeft de vordering van eiser toegewezen en Mobilae veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 7.350, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 3 maart 2025, en de proceskosten. Het vonnis is uitgesproken op 10 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
NH(C)
Zaaknummer: 11753875 \ CV EXPL 25-1967
Vonnis van 10 december 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. N.H. Fridsma,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
PRACTICOMFORT B.V.h.o.d.n.
MOBILAE NEDERLAND,
gevestigd te Sassenheim,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Mobilae,
gemachtigde: mr. C. Hoek.

1.Waar gaat de zaak over?

1.1.
[eiser] heeft een inloopdouche gekocht bij Mobilae. De inloopdouche is op 14 februari 2022 geplaatst, maar er zijn aanhoudend problemen geweest met de douche. In eerste instantie heeft dat geleid tot een procedure in 2023, waarbij partijen tot een onderlinge regeling zijn gekomen. Ook die afspraak heeft echter niet tot een naar behoren functionerende douche geleid. De overeenkomst wordt daarom ontbonden, en Mobilae wordt veroordeeld het door [eiser] betaalde bedrag van € 7.350 terug te betalen. [eiser] heeft echter geen recht op uitbetaling van de door Mobilae gegeven korting van € 1880 bij aankoop van de inloopdouche. Het is namelijk niet duidelijk geworden dat [eiser] die kosten bij aankoop van een nieuwe inloopdouche wel zal moeten maken.
Het verweer van Mobilae dat al een deel van de koopsom is terugbetaald, slaagt niet. Mobilae heeft weliswaar al een bedrag aan [eiser] betaald, maar deze betaling zag op een vergoeding voor de juridische kosten van de eerdere procedure en betrof een tegemoetkoming voor de last die [eiser] van de aanhoudende problemen heeft gehad.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 juni 2025, met producties,
- het tegen Mobilae verleende verstek,
- de brief van 3 juli 2025 van [naam 1] tot zuivering van het verstek,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- het bericht van 3 oktober 2025 met producties van [eiser] ,
- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 15 oktober 2025.
2.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

3.De feiten

3.1.
Partijen zijn op 1 december 2021 overeengekomen dat [eiser] van Mobilae een inloopdouche zou kopen en Mobilae deze zou plaatsen in de badkamer van [eiser] tegen een vergoeding van € 7.350 (de overeenkomst).
3.2.
De douche is op 14 februari 2022 geplaatst. Zes weken na plaatsing zijn er problemen ontstaan bij het openen en sluiten van de douchedeur. [eiser] heeft op 7 april 2022 melding gemaakt van dit probleem bij Mobilae, waarna op 6 mei 2022 monteurs zijn langs geweest. Omdat de wand bleef trillen en ‘zingen’ is op 10 mei 2022 de monteur wederom langs geweest. De monteur heeft naar aanleiding van dat bezoek genoteerd:

nieuwe afspraak maken het profiel te vervangen profiel zit scheef en heeft speling is niet af te stellen als je de deur open doet trilt de deur hevig’.
3.3.
De problemen hielden aan en er volgden in het najaar van 2022 meerdere bezoeken van monteurs. Op 24 november 2022 stuurt [eiser] vervolgens een ingebrekestelling aan Mobilae. Op 6 januari 2023 reageert Mobilae dat zij in gesprek zijn met de leverancier van de deur. Na dit contact stuurt [eiser] enige tijd later wederom een ingebrekestelling en wordt er meermaals door Mobilae aangegeven dat op de klachten zal worden teruggekomen. Een reactie blijft echter uit, waardoor [eiser] Mobilae op 28 juni 2023 dagvaart.
3.4.
Ter zitting van 15 november 2023 komen partijen tot overeenstemming en wordt afgesproken dat Mobilae de glaswanden van de douchecabine vervangt met glaswanden van een dikte van 8 tot 10 mm.
3.5.
De douchedeur wordt op 20 december 2023 vervangen, maar vanaf maart 2024 doen zich opnieuw problemen voor. Na wederom meerdere bezoeken van monteurs meldt Mobilae per e-mail van 11 juni 2024:

de oorzaak is dat we bij u een andere configuratie hebben geplaatst dan wij normaal gesproken doen. De service monteurs zijn daarmee (nog) niet bekend en daardoor verloopt herstel niet goed’.
3.6.
Er wordt op 18 september 2024 door Mobilae een remake uitgevoerd. Kort daarna treedt er lekkage op. Door een monteur van Mobilae wordt op 11 november 2024 geconstateerd dat de glazenwanden niet correct zijn geplaatst en er worden nieuwe materialen besteld.
3.7.
Op 19 december 2024 bericht [eiser] aan de heer [naam 2] van Mobilae:
‘[…]
Wat voor ons ontbreekt in zo’n overleg geen enkele aandacht voor de emotionele schade die bij ons is ontstaan. Inmiddels in de afgelopen 3 jaar 20 tal bezoeken van services teams Mobilae ervaren (resultaat bekend)
Als voorbeeld het melden van de klachten t/m de ervaring rechtbankzitting en [s]chikkingsvoorstel. In voorkomende gevallen veelal zeer moeilijke communicatie.
Enkele voorwaarden voor ons erg belangrijk:
Remake niet uitvoeren in de periode t/m 05-01-2025
[…]
Kontrole na de uitvoering van de Remake minimaal na 6 werkdagen door deskundigen medewerkers.
Tegemoetkoming in de kosten door ons gemaakt voor de advocaat in november 2023 voor de zitting bij de rechtbank in Leiden € 248,28.
Een substantiële financiële tegemoetkoming voor alle ellende t/m heden ervaren.
[…]’
3.8.
Vervolgens reageert de heer [naam 2] daarop op 24 december 2024:
‘[…]
Wij beseffen goed welke impact dit allemaal op u heeft. Een passende blijk van inleving willen wij dan ook aan u geven. Onze bedoeling is dat na de goede installatie te doen’.
3.9.
Op 22 januari 2025 vindt een bespreking tussen [eiser] en de heer [naam 3] van Mobilae plaats. Van dat gesprek wordt door de heer [naam 3] een gespreksverslag opgemaakt waarin onder meer staat vermeld:
‘Vanaf dag 1 is er niks dan problemen geweest.
[…]
Wanneer je gaat douchen stroomt het water in alle hoeken direct de badkamer in. Dit is heel slecht.
Oplossing moet als volgt zijn.
[…]
Vanaf het moment dat de nieuwe opstelling geplaatst wordt dient de 5 jaar garantie periode weer van start te gaan. Dit is een harde eis van meneer en mevrouw.
[…]
Na het CORRECT plaatsen van de douchecabine dient er een compensatie te komen in overleg met [voornaam [naam 2]][kantonrechter: de heer [naam 2] ]
die reeds eerder is toegezegd. De hoogte hierin wordt samen besproken. Hier moet maximaal 2 maanden uitslag in komen. Dit bovenop de advocaten kosten van € 400,- die al gemaakt zijn door de klanten.’
3.10.
Op 10 februari 2025 volgt, na een mislukte poging op 17 januari 2025, wederom een remake.
3.11.
Mobilae maakt op 14 februari 2025 een bedrag van € 2.498,28 aan [eiser] over onder de beschrijving ‘
[nummer] retourbetaling’.
3.12.
Op 19 februari 2025 wordt een controle van de remake uitgevoerd door de heer [naam 4] van Mobilae. Hij constateert dat er wederom dingen niet goed zijn gegaan en maakt daarvan een verslag op dat binnen Mobilae wordt doorgestuurd. De heer [naam 4] bericht daarover aan [eiser] op 28 februari 2025:
‘[…]
Ik heb verslag gemaakt, en ingestuurd naar de juiste personen en die moeten het gaan oppakken.’
3.13.
[eiser] wordt vervolgens op 3 maart 2025 door de heer [naam 3] gebeld. Aan [eiser] wordt voorgesteld de overeenkomst te ontbinden en aan [eiser] een bedrag van € 5.000 te vergoeden. Op 7 maart 2025 stuurt Mobilae vervolgens aan [eiser] :
‘[…]
Zoals telefonisch besproken met de heer [naam 3] sturen wij u hierbij de gemaakte afspraken.
Gezien uw badkamer situatie hebben wij in samenspraak met u besloten om het huidige geïnstalleerde product te laten staan en u te voorzien van een refund, zodat u de mogelijkheid heeft om elders een externe partij in te schakelen voor de gewenste werkzaamheden. Het is zeer spijtig dat onze wegen gaan scheiden, wij zullen ook uw NAW-gegevens verwijderen uit ons klantensysteem.
3.14.
[eiser] geeft op dezelfde dag in reactie op Mobilae aan:

Goedemiddag ik heb met [naam 3]geen enkele afspraak gemaakt n.a.l.v. het voorstel door hem gedaan per telefoon op 3 maart j.l.
Ik heb [naam 3] slechts aangegeven het voorstel met mijn vrouw en betrokkene te bespreken en dan met een reactie te komen.
Vrijdag 7 maart heb ik per mail aan [naam 3] verzocht om mededeling/voorstel telefonisch aan mij gedaan per mail aan mij toe te sturen.
Voor alle duidelijkheid er is op dit moment nog geen afspraak.’

4.Het geschil

4.1.
[eiser] vordert – samengevat – dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (i) voor recht wordt verklaard dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden, dan wel dat de overeenkomst wordt ontbonden, en (ii) Mobilae wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 9.230 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 7 april 2022, met veroordeling van Mobilae in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.
4.2.
[eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat Mobilae al jaren niet deugdelijk nakomt, en [eiser] daarom heeft besloten de overeenkomst te (laten) ontbinden. Als gevolg van de ontbinding stelt [eiser] recht te hebben op (terug)betaling van de koopsom van de douche (€ 7.350) inclusief een door Mobilae gegeven korting bij aankoop (€ 1880).
4.3.
Mobilae voert verweer. Mobilae concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
4.4.
Volgens Mobilae is geen sprake van een gebrekkige douche en is het merendeel van de werkzaamheden uit coulance verricht. Ook voert Mobilae als verweer aan dat – in het geval de overeenkomst is of wordt ontbonden – al een bedrag van € 2.498,28 aan [eiser] is terugbetaald.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat Mobilae tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en in verzuim verkeert. De overeenkomst zal daarom worden ontbonden. Als gevolg van die ontbinding moet Mobilae aan [eiser] een bedrag van € 7.350 betalen. De kantonrechter licht dit hieronder nader toe.
Mobilae heeft geen naar behoren werkende douche geplaatst
5.2.
[eiser] heeft gesteld dat Mobilae de overeenkomst niet goed is nagekomen. Mobilae heeft betwist dat er na de verschillende remakes (nog) sprake is van een gebrekkige douche. Het merendeel van de werkzaamheden door Mobilae zou uit coulance zijn gedaan.
5.3.
Ter onderbouwing van zijn stelling heeft [eiser] echter een filmpje en twee foto’s van de douchewand overgelegd. Op de foto is te zien dat er grote vlekken op het glas zitten. Op het filmpje is te horen dat de douchewand bij het openen aanzienlijk ‘trilt’. Bovendien heeft [eiser] toegelicht dat de heer [naam 4] van Mobilae op 19 februari 2025 – na de laatste remake van 10 februari 2025 – heeft geconstateerd dat (i) een onjuiste doucheset is geplaatst, (ii) er vervuiling op de glazenwanden zit die niet te verwijderen is, en (iii) een waterkeringstrip onjuist is gemonteerd waardoor water onder de deur doorstroomt. De heer [naam 4] zou zijn constateringen in een verslag hebben gezet en dit verslag binnen Mobilae hebben doorgestuurd. [eiser] heeft aangegeven het verslag niet te hebben ontvangen, maar hij heeft gewezen op de e-mailcorrespondentie van kort daarna waarin [eiser] op 28 februari 2025 aan de heer [naam 4] mailt: ‘
Kunt u al voortgang melden n.a.v. uw rapportage van uw bezoek van 19-02 jl.’. De heer [naam 4] antwoordt daarop: ‘
Ik heb verslag gemaakt, en ingestuurd naar de juiste personen en die moeten het gaan oppakken’.
5.4.
Hoewel Mobilae ter zitting heeft betwist dat de heer [naam 4] dergelijke constateringen zou hebben gedaan, heeft Mobilae ook te kennen gegeven niet met de heer [naam 4] te hebben gesproken en het betreffende verslag niet te hebben opgevraagd. In dat licht heeft [eiser] , onder verwijzing naar het overgelegde beeldmateriaal en de e-mailcorrespondentie met de heer [naam 4] , voldoende onderbouwd dat de douche op dit moment nog steeds niet voldoet, en is dat door Mobilae onvoldoende gemotiveerd betwist. Daarmee staat vast dat Mobilae tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst.
De overeenkomst wordt vanwege de vastgestelde tekortkoming ontbonden
5.5.
De vastgestelde tekortkoming door Mobilae levert grond op voor ontbinding. [eiser] heeft zich in dat kader in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat de overeenkomst al buitengerechtelijk is ontbonden. Mobilae lijkt zich daarmee te hebben verenigd door zich in de processtukken op het standpunt te stellen dat partijen de overeenkomst met wederzijds goed vinden hebben ontbonden.
5.6.
Van buitengerechtelijke ontbinding is echter naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake geweest. Uit de overgelegde stukken blijkt dat Mobilae op enig moment heeft besloten de overeenkomst niet verder voort te willen zetten. Mobilae heeft in dat kader aangevoerd dat [eiser] daarmee telefonisch op 3 maart 2025 akkoord zou zijn gegaan. [eiser] heeft dat echter gemotiveerd weersproken, waardoor er niet van kan worden uitgegaan dat partijen de overeenkomst in samenspraak hebben beëindigd.
5.7.
[eiser] heeft op een later moment in het kader van schikkingsonderhandelingen aangegeven ‘
alleen akkoord te gaan met ontbinding van de overeenkomst door Mobilae’ indien de koopsom en kosten voor rechtsbijstand door Mobilae zouden worden vergoed. Uit deze correspondentie moet worden afgeleid dat van een door de wet vereiste ontbindingsverklaring door [eiser] geen sprake is geweest. Daarbij is overigens ook relevant dat aan Mobilae nooit de bevoegdheid tot ontbinding is toegekomen, nu zij de partij betreft die in de nakoming van de overeenkomst is tekortgeschoten. Een eventuele ontbindingsverklaring door Mobilae heeft daarom geen rechtsgevolg.
5.8.
Van buitengerechtelijke ontbinding is aldus geen sprake geweest waardoor de door [eiser] gevorderde verklaring voor recht zal worden afgewezen. [eiser] heeft echter ook gevorderd dat de overeenkomst in deze procedure wordt ontbonden. Die vordering zal gezien het voorgaande worden toegewezen.
Mobilae moet een bedrag van € 7.350 aan [eiser] (terug)betalen
5.9.
Als gevolg van de ontbinding vordert [eiser] betaling van € 9.230. Dit betreft het bedrag dat [eiser] daadwerkelijk heeft betaald (€ 7.350) plus een door Mobilae bij de aanschaf van de douche gegeven korting (€ 1880). [eiser] heeft zich in dit kader op het standpunt gesteld dat ook de gegeven korting van € 1880 voor vergoeding in aanmerking komt, nu het niet zeker is dat [eiser] wederom een korting kan bedingen bij een andere badkamerwinkel. Mobilae heeft betwist dat het bedrag van € 1880 onder de ontstane ongedaanmakingsverbintenissen valt en opgemerkt dat door [eiser] – bijvoorbeeld aan de hand van offertes – niet nader is onderbouwd dat [eiser] deze kosten zal moeten maken bij aanschaf van een nieuwe inloopdouche.
5.10.
Vast staat dat [eiser] € 7.350 aan Mobilae heeft betaald. Dat bedrag komt op basis van de ongedaanmakingsverbintenissen die voortvloeien uit de ontbinding voor vergoeding in aanmerking. [eiser] heeft zonder nadere onderbouwing van de kosten die [eiser] zal moeten maken voor de aanschaf en plaatsing van een nieuwe inloopdouche niet voldoende gemotiveerd dat het bedrag van € 1880 als aanvullende schade moet worden gekwalificeerd. Dit bedrag komt dan ook niet voor vergoeding in aanmerking.
Mobilae heeft niet al een deel van € 2.498,28 terugbetaald
5.11.
Mobilae heeft zich ten aanzien van de ongedaanmakingsverplichtingen nog op het standpunt gesteld dat zij al een bedrag van € 2.498,28 aan [eiser] heeft terugbetaald, waardoor dit bedrag van het totaal zou moeten worden afgetrokken. Op het bankrekeningafschrift van 14 februari 2025 staat immers – zo stelt Mobilae –vermeld: ‘
retourbetaling’. Volgens [eiser] betreft deze betaling echter geen terugbetaling, maar (i) een overeengekomen tegemoetkoming voor alle (emotionele) ‘ellende’ van de afgelopen 3 jaar (€ 2250), en (ii) een vergoeding van de proceskosten van [eiser] van de eerste procedure in 2023 (€ 248,28). [eiser] heeft daarbij gewezen op de correspondentie hierover met Mobilae vanaf 19 december 2024.
5.12.
Op 19 december 2024 meldt [eiser] immers dat hij zeer ontevreden is over de gang van zaken en dat de problemen met de douche inmiddels al 3 jaar lang voortslepen. Er zijn op dat moment inmiddels circa 20 keer monteurs langs geweest. [eiser] meldt dat hij een tegemoetkoming in de advocaatkosten voor de zitting in november 2023 verwacht van € 248,28. Ook eist hij een substantiële tegemoetkoming voor alle ‘ellende’. De heer [naam 2] van Mobilae reageert daarop op 24 december 2024: ‘[w]
ij beseffen goed welke impact dit allemaal op u heeft. Een passende blijk van inleving willen wij dan ook aan u geven. Onze bedoeling is dat na de goede installatie te doen’. De door [eiser] genoemde tegemoetkoming komt vervolgens ook aan bod in het gesprek van 22 januari 2025 met de heer [naam 3] van Mobilae. In het gespreksverslag is opgetekend: ‘
na het CORRECT plaatsen van de douchecabine dient er een compensatie te komen in overleg met [voornaam [naam 2]] reeds eerder is toegezegd.[…]
Dit bovenop de advocaten kosten van € 400,- die al gemaakt zijn door de klanten.’ Op 14 februari 2025, na wat op dat moment de laatste remake lijkt, wordt een bedrag overgemaakt van € 2.498,28. Het bedrag is opgebouwd uit een bedrag van € 2250 en de precies door [eiser] genoemde advocaatkosten van € 248,28.
5.13.
Het bedrag van € 2.498,28 strekt naar het oordeel van de kantonrechter niet in mindering op het terug te betalen bedrag van € 7.350. Zoals door [eiser] toegelicht is de betaling immers gedaan in de veronderstelling dat de douche is hersteld en Mobilae dus deugdelijk is nagekomen. De vergoeding staat daarmee dus – zoals partijen ook hebben afgesproken – los van de verplichtingen van Mobilae onder de overeenkomst en daarmee dus ook van de verplichtingen die voortvloeien uit de ontbinding. De tegemoetkoming van € 2.498,28 is tussen [eiser] en Mobilae overeengekomen als vergoeding van de proceskosten van [eiser] van de eerste procedure in 2023 en als verzachting van de last die [eiser] van de aanhoudende problemen heeft gehad.
De wettelijke rente
5.14.
De vordering van [eiser] zal dus voor een bedrag van € 7.350 worden toegewezen. [eiser] heeft in dat kader ook wettelijke rente gevorderd vanaf 7 april 2022, als zijnde de dag waarop [eiser] voor het eerst melding bij Mobilae heeft gemaakt van de problemen rondom de douche. Niet is echter gebleken dat voorafgaand aan 7 april 2022 reeds een redelijke termijn voor herstel aan Mobilae is geboden, waardoor niet kan worden vastgesteld dat Mobilae vanaf 7 april 2022 in verzuim verkeerde. Voor de ingangsdatum van de wettelijke rente zal worden aangesloten bij 3 maart 2025, zijnde het moment waarop de heer [naam 3] namens Mobilae telefonisch aan [eiser] heeft meegedeeld de overeenkomst niet te willen voortzetten.
Mobilae moet ook de proceskosten van [eiser] betalen
5.15.
Mobilae is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [eiser] betalen. Omdat [eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Mobilae niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
Totaal
903,00
5.16.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt Mobilae om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 7.350, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 maart 2025, tot de dag van volledige betaling,
6.2.
veroordeelt Mobilae in de proceskosten van € 903,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
6.3.
veroordeelt Mobilae tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
6.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N. Hengeveld en in het openbaar uitgesproken op 10 december 2025.