Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.[eiser] te [plaats] ( [land] ),2. ATRH HOLDING B.V. te Amsterdam,
SOLIDNATURE B.V.te Amsterdam,
4.
REVEALROX DMCCte Dubai (Verenigde Arabische Emiraten),
1.De procedure
2.De feiten
ter zake van de feiten waarop het beklag betrekking heeft”. Hiertoe heeft het hof het volgende overwogen:
Klagers hebben aangifte gedaan van valsheid in geschrift, smaad, smaadschrift, laster, belaging, afpersing en deelname aan een criminele organisatie, (onder andere) gepleegd door beklaagde.
Klagers hebben een omvangrijke aangifte met bijlagen opgesteld. Hieruit is ten opzichte van beklaagde een verklaring van [naam 1] te destilleren die hem in verband brengt met strafbare gedragingen. Voor deze verklaring geldt echter dat [naam 1] niet consequent is in zijn aantijgingen en dat de verklaring niet wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Beklaagde is in raadkamer gehoord. Hij ontkent de beschuldigingen. Bij deze stand van zaken zal de strafrechter op dit moment niet tot een bewezenverklaring van een strafbaar feit kunnen komen. Daar is in ieder geval nader onderzoek voor nodig. Het hof zal daartoe echter geen opdracht geven. Daarbij is het volgende van belang.
[naam 3] (...) en ene [naam 4] uit Rotterdam, die ook werkt voor het bedrijf [bedrijfsnaam] , hebben mij gevraagd om toe te geven dat ik achter de website zat. Als ik dat zou doen dan zou [eiser] alle aanklachten laten vervallen en stoppen met procederen. Ik heb ingestemd. Op dat moment had ik andere dingen aan mijn hoofd, waaronder de ziekte van mijn zoon en heb ik toegegeven. Er is echter geen enkel bewijs dat ik achter de oprichting zit. Ik heb er namelijk niets mee te maken.”