ECLI:NL:RBDHA:2025:23485

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
11754486 \ RL EXPL 25-11309
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Non-conformiteit bij de verkoop van een tweedehands auto en de gevolgen voor de koper

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Den Haag op 2 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen een eisende partij en een gedaagde partij, beide betrokken bij de verkoop van een tweedehands auto. De eisende partij, vertegenwoordigd door mr. S.W. Teuwen, heeft een Opel Meriva gekocht van de gedaagde partij, een besloten vennootschap gevestigd in Apeldoorn, voor een bedrag van € 2.500,00. De auto werd verkocht zonder garantie. Na de aankoop bleek de auto non-conform te zijn, aangezien de stuurbekrachtiging regelmatig uitviel, wat leidde tot gevaarlijke situaties. De eisende partij heeft de gedaagde partij herhaaldelijk verzocht om de gebreken te verhelpen, maar zonder resultaat. Uiteindelijk heeft de eisende partij de koopovereenkomst ontbonden en terugbetaling van de koopsom geëist, evenals schadevergoeding voor de geleden kosten.

De kantonrechter heeft geoordeeld dat de auto niet voldeed aan de verwachtingen die de eisende partij op grond van de koopovereenkomst mocht hebben. De rechter heeft vastgesteld dat de gedaagde partij niet in staat is geweest om het bewijsvermoeden van non-conformiteit te weerleggen. De eisende partij heeft recht op terugbetaling van de koopsom en vergoeding van de gemaakte kosten, waaronder sleepkosten, rapportagekosten en huur van een vervangende auto. De gedaagde partij is veroordeeld tot betaling van deze bedragen, evenals de proceskosten. De uitspraak benadrukt de verantwoordelijkheden van verkopers in consumentenkoop en de rechten van consumenten bij non-conformiteit.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
JB/c
Zaaknummer: 11754486 \ RL EXPL 25-11309
Vonnis van 2 december 2025
in de zaak van
[eisende partij],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eisende partij] ,
gemachtigde: mr. S.W. Teuwen,
tegen
de besloten vennootschap [gedaagde partij] B.V.,
gevestigd te Apeldoorn,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: [gemachtigde]

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding van 10 juni 2025 met producties 1 t/m 15;
  • de conclusie van antwoord van 14 augustus 2025;
1.2.
Op 30 oktober 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eisende partij] is verschenen samen met zijn partner, bijgestaan door mr. S.W. Teuwen. Voor [gedaagde partij] is verschenen [naam 1] , bijgestaan door [gemachtigde] . Van het verhandelde ter zitting zijn door de griffier aantekeningen gemaakt, die zich in het griffiedossier bevinden. Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[eisende partij] heeft op 20 december 2023 bij [gedaagde partij] een Opel Meriva uit 2009 met het kenteken [kenteken] (hierna: de auto) gekocht voor een bedrag van € 2.500,00. [eisende partij] en [gedaagde partij] zijn hierbij overeengekomen dat de auto zonder garantie is verkocht.
2.2.
Op 23 december 2023 heeft [eisende partij] de auto bij [gedaagde partij] opgehaald. Bij het wegrijden merkte [eisende partij] dat de auto bij het sturen zwaar aanvoelde. [eisende partij] is meteen teruggereden naar [gedaagde partij] en heeft het probleem met het stuur aan één van de medewerkers van [gedaagde partij] medegedeeld. De medewerker [naam 2] heeft een testrit met de auto gemaakt en deelde [eisende partij] mee dat het een accuprobleem betrof en dat de stuurbekrachtiging beter zou gaan werken als [eisende partij] een stuk met de auto zou rijden waardoor de accu zou opladen.
2.3.
In de dagen daarna is de stuurbekrachtiging van de auto een aantal keer uitgevallen tijdens het rijden.
2.4.
Op 28 december 2023 heeft [eisende partij] de auto naar garage Louwman laten verslepen. Louwman heeft de auto op 29 december 2023 onderzocht en een rapportage opgesteld waarin het volgende staat vermeld:
‘Stuurbekrachtiging werkt niet, foutcodes uitgelezen: C1500 (8) aanwezig: KOPPEL SENSOR defect! Compleet stuurhuis vervangen’
2.5.
Bij e-mail van 14 januari 2024 heeft [eisende partij] aan [gedaagde partij] bericht dat de auto op dat moment bij Louwman stond en dat daar is geconstateerd dat het gehele stuurhuis vervangen dient te worden. In deze e-mail is aan [gedaagde partij] gevraagd om de kosten van de vervanging van het stuurhuis te vergoeden.
2.6.
Bij e-mail van 25 januari 2024 heeft [eisende partij] [gedaagde partij] gesommeerd om binnen zes werkdagen een oplossing aan te bieden.
2.7.
Op 11 juli 2024 heeft (de gemachtigde van) [eisende partij] [gedaagde partij] aangeschreven met het verzoek om de auto kosteloos te vervangen of te herstellen.
2.8.
Bij brief van 27 augustus 2024 heeft (de gemachtigde van) [eisende partij] de koopovereenkomst ontbonden wegens dwaling en verzocht om terugbetaling van de koopprijs van € 2.500,00.

3.Het geschil

3.1.
[eisende partij] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde partij] tot betaling van:
  • een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 121,00 aan sleepkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 februari 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 95,29 aan rapportagekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 december 2023 tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 88,05 aan schorsingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 februari 2024 tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 168,39 aan toekomstige sleepkosten;
  • een bedrag van € 2.329,59 aan huur van huurauto’s te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de factuurdata tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 453,75 aan buitengerechtelijke kosten;
  • de proceskosten;
3.2.
[eisende partij] legt aan zijn vordering samengevat het volgende ten grondslag. [eisende partij] stelt dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Reeds bij aanschaf voldeed de auto al niet aan de verwachtingen die hij op grond van de koopovereenkomst mocht stellen. De auto stuurde direct na koop zwaar en door [gedaagde partij] is diezelfde dag aan [eisende partij] medegedeeld dat het stuur beter zou sturen als de accu zou worden opgeladen door er een stuk mee te rijden. In de dagen daarna viel de stuurbekrachtiging van de auto regelmatig uit, wat de auto volgens [eisende partij] non-conform maakt. Het uitvallen van de stuurbekrachtiging leidt immers tot gevaarlijke situaties op de weg. Bovendien mag [eisende partij] ook van een tweedehands auto verwachten dat de auto veilig te gebruiken is in het verkeer. Doordat [gedaagde partij] nooit op de e-mails van [eisende partij] heeft gereageerd, verkeert zij in verzuim. [eisende partij] stelt dat hij de overeenkomst dus terecht heeft ontbonden en vordert hierom (terug)betaling van de koopsom en vergoeding van de schade die hij heeft geleden wegens de non-conformiteit van de auto.
3.3.
[gedaagde partij] betwist dat de auto ten tijde van de koop gebrekkig was. [gedaagde partij] betwist dat sprake is van non-conformiteit. [eisende partij] had erop bedacht moeten zijn dat bij een tweedehands voertuig de kans op gebreken na levering groter is. Dat [eisende partij] dit mocht verwachten, blijkt ook uit de lage aankoopprijs. Voor zover de stuurbekrachtiging van de auto uitvalt en dit gebrek er ten tijde van de koop al was, betwist [gedaagde partij] dat dat een gebrek is dat aan normaal gebruik van de auto in de weg staat. [gedaagde partij] betwist dus dat het plotseling uitvallen van de stuurbekrachtiging kan zorgen voor een onveilige situatie. [gedaagde partij] voert tevens aan dat het risico op gebreken op het moment van levering volledig over is gegaan op [eisende partij] . [eisende partij] heeft de auto immers bewust zonder garantie gekocht. Tot slot voert [gedaagde partij] aan dat [eisende partij] niet heeft voldaan aan zijn schadebeperkingsplicht.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

De auto is non-conform
4.1.
De kern van het geschil richt zich op de vraag of de auto aan de overeenkomst beantwoordt en de eigenschappen bezit die [eisende partij] op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Naar het oordeel van de kantonrechter is de door [eisende partij] gekochte auto non-conform. Dit zal hierna worden toegelicht.
4.2.
De kantonrechter stelt voorop dat de koop van de auto door [eisende partij] een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is. Op grond van artikel 7:17 BW geldt dat de zaak op het moment van levering de eigenschappen dient te bezitten die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen. Bij een consumentenkoop wordt ter bescherming van de consument vermoed dat de zaak bij levering al niet aan de overeenkomst beantwoordt, indien het gebrek zich binnen één jaar na levering openbaart, tenzij de verkoper anders aantoont of de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet (artikel 7:18a lid 2 BW).
4.3.
Bij de koop van een tweedehands auto geldt tevens het volgende. Ook deze auto moet geschikt zijn voor normaal gebruik. Daarbij geldt dat de koper van een tweedehands auto - afhankelijk van de ouderdom, het aantal gereden kilometers en de koopprijs - tot op zekere hoogte rekening moet houden met het bestaan van mankementen. Een auto is ook bij normaal gebruik namelijk aan slijtage onderhevig en in het algemeen geldt dat de kans dat gebreken gaan optreden groter wordt naarmate de auto ouder is. Dat gegeven is verdisconteerd in de koopprijs van de tweedehands auto die meestal lager is dan die van een nieuwe auto. Wanneer een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee, naar de verkoper bekend is, aan het verkeer deel te nemen, zal als regel moeten worden aangenomen, dat de auto niet beantwoordt aan de overeenkomst indien, als gevolg van een daaraan klevend gebrek dat niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld, zodanig gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid zou opleveren. [1]
4.4.
Tussen partijen is niet in geschil dat de auto ten tijde van levering, op 23 december 2023, zwaar stuurde. Als gevolg van de geruststellende mededeling van [gedaagde partij] , als professionele partij, heeft [eisende partij] daar geen verder onderzoek aan hoeven te wijden. Ook is niet in geschil dat in de dagen daarna de stuurbekrachtiging een aantal keer is uitgevallen en dat Louwman op 28 december 2023 de auto heeft onderzocht en heeft geconstateerd dat het gehele stuurhuis vervangen dient te worden. Dit betekent dat vast staat dat de auto binnen vijf dagen na aankoop gebreken vertoonde. Hierdoor wordt op basis van het bewijsvermoeden verondersteld dat de zaak ook al bij levering niet aan de overeenkomst voldeed. Dit bewijsvermoeden kan worden ontzenuwd, maar [gedaagde partij] is daar niet in geslaagd. [gedaagde partij] heeft enkel betwist dat de auto gebrekkig was bij aflevering. Om het bewijsvermoeden te kunnen ontzenuwen is meer nodig dan een enkele betwisting. Het had op de weg gelegen van [gedaagde partij] om bijvoorbeeld een rapport te overleggen waaruit blijkt dat zij de auto voor aflevering heeft uitgelezen en dat destijds geen gebrek is geconstateerd. Ook van het aanbod van [eisende partij] om de auto te onderzoeken, nadat deze al door Louwman was onderzocht, heeft [gedaagde partij] geen gebruik gemaakt. Dit betekent dat er van wordt uitgegaan dat de auto niet voldoet aan de verwachtingen die [eisende partij] op basis van de koopovereenkomst had en mocht hebben.
4.5.
De gestelde gebreken zijn voldoende om tot non-conformiteit van de auto te komen. [eisende partij] heeft haar standpunt dat het uitvallen van de stuurbekrachtiging een gevaarlijke situatie oplevert onderbouwd door aan te tonen dat Louwman (telefonisch) heeft verklaard dat een auto waarvan de stuurbekrachtiging plots wegvalt tijdens het rijden, niet mag worden meegegeven aan de koper. [gedaagde partij] betwist dat het uitvallen van de stuurbekrachtiging een gevaarlijke situatie oplevert en heeft hiertegen in gebracht dat zolang de auto rolt, het uitvallen van de stuurbekrachtiging geen gevaarlijke situatie oplevert, omdat sommige oude auto’s ook geen stuurbekrachtiging hebben. De kantonrechter gaat aan het standpunt van [gedaagde partij] voorbij, omdat zij dit standpunt wederom niet heeft onderbouwd, met bijvoorbeeld een verklaring van een (door haar ingeschakelde) deskundige. Bovendien gaat het hier om het wegvallen van de stuurbekrachtiging op onverwachtse momenten – wat meestal pas zal worden opgemerkt in een bocht – waarop ad hoc en adequaat gereageerd moeten. Dat is wezenlijk anders dan bij oude auto’s die helemaal geen stuurbekrachtiging hebben. Daarvan weet de bestuurder dat reeds op voorhand.
4.6.
Omdat sprake is van een consumentenkoop kan een professionele verkoper, zoals [gedaagde partij] , zich niet onttrekken aan de wettelijke regels over non-conformiteit door af te spreken dat geen garantie wordt verstrekt. De conclusie van het voorgaande is dat [gedaagde partij] er niet in is geslaagd om het bewijsvermoeden te weerleggen. [gedaagde partij] heeft ook niet gemotiveerd betwist dat het uitvallen van de stuurbekrachtiging een gevaarlijke situatie oplevert. Dat maakt dat sprake is van een non-conforme auto.
[eisende partij] heeft de overeenkomst terecht buitenrechtelijk ontbonden
4.7.
Omdat de auto non-conform is, had [eisende partij] op grond van artikel 7:21 BW in beginsel recht op kosteloos herstel van de auto. [eisende partij] heeft meerdere e-mails gestuurd naar [gedaagde partij] en [gedaagde partij] heeft nooit per e-mail gereageerd. [eisende partij] heeft [gedaagde partij] dus voldoende in de gelegenheid gesteld om tot herstel over te gaan. Omdat [gedaagde partij] geen kosteloos herstel heeft aangeboden, is zij in verzuim komen te verkeren. Hierdoor kreeg [eisende partij] het recht om de overeenkomst buitengerechtelijk te ontbinden, hetgeen is gebeurd bij brief van 27 augustus 2024.
4.8.
Door deze ontbinding, is de verplichting voor partijen ontstaan om de door hen ontvangen prestaties ongedaan te maken. Dit houdt in dat [eisende partij] de auto terug dient te geven aan [gedaagde partij] en dat [gedaagde partij] de koopprijs van de auto terug dient te betalen. Het door [eisende partij] gevorderde bedrag van € 2.500,00 zal dan ook worden toegewezen.
[gedaagde partij] moet (een deel van) de schade van [eisende partij] vergoeden
4.9.
Op grond van artikel 7:24 BW heeft [eisende partij] het recht op schadevergoeding.
Sleepkosten, rapportagekosten en schorsingskosten
4.10.
[eisende partij] vordert betaling van:
  • de kosten voor het wegslepen van de auto van Louwman naar de stallingsplek (€ 121,00);
  • de rapportagekosten van Louwman (€95,29);
  • de kosten doordat [eisende partij] zijn kenteken heeft moeten schorsen bij de RDW (€88,05);
  • toekomstige kosten voor het verslepen van de auto naar [gedaagde partij] (€168,39).
4.11.
[gedaagde partij] heeft als verweer tegen de sleepkosten aangevoerd dat [eisende partij] de auto ook naar [gedaagde partij] had kunnen brengen in plaats van naar Louwman. De kantonrechter gaat aan dit verweer voorbij, nu juridische onderbouwing van dit standpunt ontbreekt. Daarnaast heeft [eisende partij] onweersproken gesteld dat hem geadviseerd was niet meer met de auto te rijden. [gedaagde partij] is in Apeldoorn gevestigd en de kosten voor het verslepen daarheen is aanzienlijk duurder dan naar Louwman die bij hem in de omgeving zit. [gedaagde partij] heeft tegen de rapportagekosten, schorsingskosten en de toekomstige sleepkosten geen verweer gevoerd, waardoor deze schadepost als onweersproken zullen worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals in de beslissing vermeld.
Kosten van huurauto’s
4.12.
[eisende partij] vordert een bedrag van € 2.329,59 voor de huur van huurauto’s. [eisende partij] heeft aan deze vordering ten grondslag gelegd dat [eisende partij] financieel niet in staat was om een andere auto te kopen of te laten repareren. Hierom heeft [eisende partij] een aantal keer een auto gehuurd. [gedaagde partij] heeft verweer gevoerd tegen de hoogte van de vordering. [gedaagde partij] voert aan dat [eisende partij] niet voldaan heeft aan haar schadebeperkingsplicht door voor dit bedrag auto’s te huren. Ter zitting heeft [eisende partij] verduidelijkt dat zijn partner ziek is en dat zij niet samenwonen. Omdat de woning van zijn partner niet eenvoudig te bereiken is met het openbaar vervoer en zijn partner hulp nodig heeft, heeft [eisende partij] auto’s gehuurd. De kantonrechter is van oordeel dat het beroep op de schadebeperkingsplicht van [gedaagde partij] slaagt. Hoewel begrijpelijk is dat [eisende partij] in het begin gebruik heeft gemaakt van huurauto’s had hij zich op een eerder moment moeten realiseren dat de kosten daarvan teveel opliepen. De kantonrechter zal daarom het schadebedrag matigen rekening. De kantonrechter matigt het schadebedrag tot een bedrag van € 1.200,00.
Buitengerechtelijke incassokosten
4.13.
[eisende partij] heeft duidelijk gemaakt dat hij [gedaagde partij] meermaals heeft aangeschreven met het doel om het geschil buiten rechte op te lossen. Bovendien heeft (de gemachtigde) van [eisende partij] op 27 augustus 2024 ontbonden en gesommeerd tot terugbetaling van de koopsom van € 2.500,00. Daarmee staat vast dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht die voor vergoeding in aanmerking komen. Het gevorderde bedrag van € 453,75 (inclusief btw) is in overeenstemming met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en wordt geacht redelijk te zijn. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde partij] moet de proceskosten van [eisende partij] betalen
4.14.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [eisende partij] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal [gedaagde partij] niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [eisende partij] worden begroot op:
- griffierecht
90,00
- salaris gemachtigde
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
903,00

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om aan [eisende partij] te betalen
  • een bedrag van € 2.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 27 augustus 2024, tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 121,00 aan sleepkosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 29 februari 2024, tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 95,29 aan rapportagekosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 29 december 2023, tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 88,05 aan schorsingskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag, met ingang van 8 februari 2024, tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 168,39 aan toekomstige sleepkosten;
  • een bedrag van € 1.200,00 aan huur van huurauto’s, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag berekend vanaf de datum van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling;
  • een bedrag van € 453,75 aan buitengerechtelijke incassokosten;
5.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 903,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde partij] niet tijdig aan een van de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. N.F.H. van Eijk en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2025.

Voetnoten

1.HR 15 april 1994, NJ 1995/614 Schirmeister/de Heus