Deze uitspraak betreft twee tijdelijke omgevingsvergunningen voor een vuurwerkbewaarplaats in Zoetermeer. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van eiser niet-ontvankelijk is, omdat het procesbelang is vervallen. De zaak begon met een besluit van 15 april 2024, waarbij het college van burgemeester en wethouders een tijdelijke omgevingsvergunning verleende voor de periode tot half oktober 2024. Deze vergunning werd later verlengd tot 15 juni 2027. Echter, op 14 mei 2025 werd omgevingsvergunning II ingetrokken, wat leidde tot de vraag of eiser nog procesbelang had bij zijn beroep. De rechtbank concludeerde dat, aangezien de vergunningen waren verlopen en er geen schade was aangetoond, eiser geen belang meer had bij de behandeling van zijn beroep. Bovendien werd vastgesteld dat er geen rechtswege beroep was ontstaan tegen een nieuwe omgevingsvergunning die op 6 december 2024 was verleend, omdat deze op basis van een nieuwe aanvraag was verleend en niet als een wijziging van eerdere vergunningen kon worden beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en wees de verzoeken om griffierecht en proceskostenvergoeding af, omdat het college niet tegemoet was gekomen aan het beroep van eiser.