ECLI:NL:RBDHA:2025:23515
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens vertrek met onbekende bestemming
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. De rechtbank beoordeelt of het beroep ontvankelijk is.
De rechtbank stelt vast dat eiser sinds 30 oktober 2025 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde sinds 19 november 2025 geen contact meer heeft met eiser. Volgens vaste rechtspraak mag dan worden aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, waardoor hij geen procesbelang meer heeft bij inhoudelijke behandeling van het beroep.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Tevens wordt het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J. Holleman.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang.