ECLI:NL:RBDHA:2025:23534
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het beroep van een Somalische moeder en haar dochter tegen de niet-in behandeling name van hun asielaanvraag op basis van de Dublinverordening
In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres, een Somalische moeder, tegen het niet in behandeling nemen van haar aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor haar en haar minderjarige dochter. De minister van Asiel en Migratie heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 18 juli 2025 niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de asielaanvraag. Eiseres heeft eerder een beroep ingesteld tegen een besluit van 7 augustus 2024, waarbij haar asielaanvraag buiten behandeling werd gesteld. De rechtbank heeft dit beroep gegrond verklaard en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Bij het bestreden besluit heeft verweerder echter opnieuw de aanvraag niet in behandeling genomen, wat eiseres niet accepteert.
De rechtbank heeft het beroep op 18 september 2025 behandeld, waarbij eiseres, haar dochter en haar gemachtigde aanwezig waren. Eiseres betoogt dat de medische en psychische problematiek van haar dochter een inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag vereist. De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de asielaanvraag niet inhoudelijk behandeld kan worden, ondanks de medische situatie van de dochter. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet deugdelijk is gemotiveerd en vernietigt dit besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van eiseres en haar dochter.
De rechtbank heeft ook de proceskosten van eiseres toegewezen, die zijn vastgesteld op € 1.814,-. De uitspraak is openbaar gemaakt en partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep.