ECLI:NL:RBDHA:2025:23541
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.R. van der Meer
- M.P. Verloop
- B. Wallage
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag financiële ondersteuning zorgmedewerker met langdurige post-COVID klachten
De rechtbank Den Haag heeft op 19 november 2025 uitspraak gedaan in het bestuursrechtelijke beroep van een zorgmedewerker tegen de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De zorgmedewerker had een aanvraag ingediend voor eenmalige financiële ondersteuning op grond van de Regeling zorgmedewerkers met langdurige post-COVID klachten, maar deze werd door de minister afgewezen wegens het ontbreken van objectief en verifieerbaar bewijs van langdurige post-COVID klachten en onvoldoende arbeidsongeschiktheid.
De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan de voorwaarden van artikel 2.1 van de Regeling, omdat hij geen medische verklaring overlegde waaruit blijkt dat langdurige post-COVID klachten zijn vastgesteld vóór 1 juni 2023. Ook gaf eiser zelf aan slechts enkele weken arbeidsongeschikt te zijn geweest, terwijl de Regeling vereist dat de zorgmedewerker minimaal 104 weken ziek is met langdurige klachten. De ingediende medische stukken, waaronder verklaringen van huisarts en KNO-arts, ondersteunden de stelling van langdurige post-COVID klachten niet voldoende.
De rechtbank stelde vast dat het bestreden besluit een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht is en dat het bezwaar van eiser terecht ontvankelijk was verklaard. Na inhoudelijke toetsing concludeerde de rechtbank dat de minister de aanvraag terecht had afgewezen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiser geen proceskostenvergoeding ontvangt en het griffierecht niet wordt terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van financiële ondersteuning wegens langdurige post-COVID klachten wordt ongegrond verklaard.