ECLI:NL:RBDHA:2025:23596
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek kantonrechter wegens gebrek aan partijdigheid
Verzoeker heeft de kantonrechter gewraakt wegens vermeende partijdigheid in een civiele procedure tegen de wederpartij, waarbij onder meer werd gesteld dat de kantonrechter bevooroordeeld was en de belangen van de wederpartij boven die van verzoeker stelde.
De wrakingskamer heeft het verzoek ontvankelijk verklaard, ondanks dat het formeel later werd ingediend, omdat de klacht over partijdigheid eerder al bij het gerechtsbestuur was gemeld. De klachten betroffen vooral de wijze van bejegening en vermeende ongelijke behandeling van de gemachtigden.
Na beoordeling van het proces-verbaal en de omstandigheden concludeerde de wrakingskamer dat er geen concrete feiten of omstandigheden zijn die de objectief gerechtvaardigde schijn van partijdigheid van de kantonrechter rechtvaardigen. Ook eerdere betrokkenheid van de kantonrechter bij een minnelijke schikking vormt geen wrakingsgrond.
Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen en de procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter wordt afgewezen wegens ontbreken van concrete feiten die de schijn van partijdigheid rechtvaardigen.