Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 18 september 2023. De minister heeft niet binnen de wettelijke beslistermijn van 21 maanden een besluit genomen. Eiser stelde de minister op 22 juli 2025 schriftelijk in gebreke en diende vervolgens beroep in nadat ook na twee weken geen besluit volgde.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister de beslistermijn heeft overschreden. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van acht weken op, rekening houdend met het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming, mede omdat eiser nog niet is gehoord over zijn asielmotieven.
Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de minister de nieuwe termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. De minister wordt tevens veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser, vastgesteld op € 453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp bij het indienen van het beroepschrift.
De uitspraak is gedaan door rechter O. Veldman en griffier J.M. Pattynama en is uitgesproken in het openbaar op 17 oktober 2025.