Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel, ingediend op 3 april 2024. De minister heeft de beslistermijn van zes maanden overschreden, ondanks een ingebrekestelling op 29 juli 2025. De rechtbank acht het beroep gegrond omdat de minister niet binnen de wettelijke termijn heeft beslist.
De rechtbank bepaalt dat de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen over de asielmotieven van eiseres, en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen. Voor elke dag dat de minister deze termijn overschrijdt, is een dwangsom van € 100,- opgelegd, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres van € 453,50, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting, op basis van de stukken. De minister moet nu binnen de gestelde termijn alsnog een besluit nemen, anders verbeurt hij de dwangsom.