Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, ingediend op 15 augustus 2023. De rechtbank stelt vast dat de minister de uiterste beslistermijn van 21 maanden heeft overschreden en dat eiser de minister correct in gebreke heeft gesteld, waarna het beroep werd ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is en legt de minister een termijn van zes weken na verzending van deze uitspraak op om alsnog een besluit te nemen. Daarnaast wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank weegt het belang van snelle en zorgvuldige besluitvorming en constateert dat eiser is gehoord, maar dat de minister nog geen vervolgactie heeft ondernomen.
Verder wordt de minister veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser van € 453,50, omdat eiser een professionele gemachtigde inschakelde. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.M. Pattynama en is uitgesproken op 31 oktober 2025.