ECLI:NL:RBDHA:2025:23625

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 oktober 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
NL25.38842
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet-tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie

In deze zaak heeft eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. C.T.W. van Dijk, beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. De minister heeft op 13 februari 2025 een besluit genomen, waartegen eiseres op 19 februari 2025 beroep heeft ingesteld. Op 10 april 2025 heeft de minister aan de rechtbank en eiseres laten weten dat er nog een aanvullend besluit zal volgen binnen zestien weken. Eiseres heeft op 5 augustus 2025 een ingebrekestelling ingediend en op 18 augustus 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het aanvullende besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels op de aanvraag heeft beslist. Eiseres heeft geen procesbelang bij haar beroep, aangezien het doel van haar beroep was om de minister te dwingen tot een beslissing, wat inmiddels is gebeurd. De rechtbank heeft geen zitting nodig geacht en heeft de beslissing genomen zonder verdere behandeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding of het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf en is op 31 oktober 2025 openbaar gemaakt.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.38842
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag.
Op 13 februari 2025 heeft de minister op de aanvraag van eiseres beslist. Eiseres heeft hiertegen op 19 februari 2025 beroep ingesteld.
Bij brief van 10 april 2025 heeft de minister aan de rechtbank en eiseres medegedeeld dat nog een aanvullend besluit zal volgen binnen zestien weken.
Eiseres heeft op 5 augustus 2025 een ingebrekestelling ingediend en op 18 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het aanvullende besluit.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiseres tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Dit nu heeft de minister gedaan bij het besluit van 13 februari 2025. Eiseres kan dus niet bereiken dat met het beroep van
18 augustus 2025 de minister ertoe wordt aangezet om alsnog een beslissing op de aanvraag te nemen. Dat maakt dat eiseres geen procesbelang heeft bij haar beroep.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3. De aankondiging van de minister dat hij nog een aanvullend besluit zal nemen, maakt dit alles niet anders. Het uitblijven van het aangekondigde aanvullende besluit kan eiseres aankaarten in het kader van haar beroep van 19 februari 2025.
4. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk. Al daarom is er al geen reden voor het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
J.M. Pattynama, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
31 oktober 2025

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.