ECLI:NL:RBDHA:2025:23625
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-tijdig beslissen door de minister van Asiel en Migratie
In deze zaak heeft eiseres, vertegenwoordigd door haar gemachtigde mr. C.T.W. van Dijk, beroep ingesteld tegen de minister van Asiel en Migratie omdat deze niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag. De minister heeft op 13 februari 2025 een besluit genomen, waartegen eiseres op 19 februari 2025 beroep heeft ingesteld. Op 10 april 2025 heeft de minister aan de rechtbank en eiseres laten weten dat er nog een aanvullend besluit zal volgen binnen zestien weken. Eiseres heeft op 5 augustus 2025 een ingebrekestelling ingediend en op 18 augustus 2025 opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van het aanvullende besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep van eiseres kennelijk niet-ontvankelijk is, omdat de minister inmiddels op de aanvraag heeft beslist. Eiseres heeft geen procesbelang bij haar beroep, aangezien het doel van haar beroep was om de minister te dwingen tot een beslissing, wat inmiddels is gebeurd. De rechtbank heeft geen zitting nodig geacht en heeft de beslissing genomen zonder verdere behandeling. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en er is geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding of het vaststellen van een bestuurlijke dwangsom. De uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf en is op 31 oktober 2025 openbaar gemaakt.