Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- gemeen gevaar voor een of meer goederen, te weten (een deel van) de woning aan de [adres 2] te 's-Gravenhage en/of de houten jaloezieën van die woning en/of de inboedel van die woning en/of het raam van die woning en/of omliggende panden te duchten was en/of
- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander, te weten dhr. [naam 1] en/of [naam 2] te duchten was.
3.De bewijsbeslissing
op9 juli 2025 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht, door open vuur in aanraking te brengen met houten jaloezieën, terwijl daarvan
- gemeen gevaar voor goederen, te weten (een deel van) de woning aan de [adres 2] te 's-Gravenhage en de houten jaloezieën van die woning en de inboedel van die woning en het raam van die woning en omliggende panden te duchten was en
- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor
anderen, te weten [naam 1] en [naam 2] , te duchten was.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 144,96, bestaande uit materiële schade.
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
216 (TWEEHONDERDZESTIEN) DAGEN;
180 (HONDERDTACHTIG) DAGEN, niet zal worden ten uitvoer gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
150 (HONDERDVIJFTIG) UREN;
75 (VIJFENZEVENTIG) DAGEN;
€ 144,96 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 9 juli 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [naam 1] ;
,ten behoeve van [naam 1] ;