ECLI:NL:RBDHA:2025:23639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens niet-tijdig beslissen verblijfsvergunning
Verzoekster diende beroep in tegen de minister van Asiel en Migratie wegens het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning. Nadat de minister alsnog op 10 september 2025 een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en verzocht om vergoeding van haar proceskosten.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen, waardoor toewijzing van proceskostenveroordeling mogelijk was. Gezien de lichte aard van de zaak en het beperkte belang, werd een wegingsfactor van 0,5 toegepast op het standaardbedrag volgens het Besluit Proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank veroordeelde de minister tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster. Er was geen aanleiding tot het houden van een zitting. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf op 4 november 2025.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot betaling van €453,50 aan proceskosten aan verzoekster.