ECLI:NL:RBDHA:2025:23665
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken materiële connexiteit bij Wob-procedure
Verzoeker heeft op 20 december 2020 een Wob-verzoek ingediend voor documenten over de wettelijke aansprakelijkheid tussen overheid en leveranciers van COVID-19-vaccins. De minister heeft op 10 maart 2022 deels besloten tot openbaarmaking, maar vanwege bezwaren van derden werd de feitelijke verstrekking opgeschort.
Op 23 juli 2025 maakte verzoeker bezwaar tegen het niet verstrekken van de documenten en vroeg om een voorlopige voorziening. De minister verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de termijn. Verzoeker stelde dat de minister de Awb niet correct had gevolgd en dat sprake was van détournement de procedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet voldoet aan het materiële connexiteitsvereiste, omdat het verzoek niet ziet op de inhoud van het bestreden besluit. Hierdoor is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. Wel werd de minister opgedragen het betaalde griffierecht aan verzoeker te vergoeden, gezien de bijzondere omstandigheden en het feit dat de zienswijzen van derden alsnog zijn opgevraagd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van materiële connexiteit met het bestreden besluit.