ECLI:NL:RBDHA:2025:23668

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
11 december 2025
Zaaknummer
11709901 \ RL EXPL 25-9335
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot functiewaardering en indeling van de functie van operator Volkeraksluizen

In deze zaak vorderen werknemers, werkzaam als operator bij Rijkswaterstaat, een herwaardering van hun functie en indeling in een hogere salarisschaal. De werknemers zijn van mening dat de huidige functiebeschrijving en indeling in schaal 6 niet overeenkomen met de werkzaamheden die zij verrichten. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding, de conclusie van antwoord en de aanvullende producties. Tijdens de mondelinge behandeling zijn de werknemers en hun gemachtigde, mr. K. ten Broek, verschenen, evenals de vertegenwoordiger van Rijkswaterstaat, mw. I. Reuselaars, bijgestaan door mr. R. van Vliet. De kantonrechter heeft vastgesteld dat de functiebeschrijving van de werknemers in augustus 2022 is vastgesteld en dat deze een organieke functie moet weergeven. De werknemers stellen dat de functiebeschrijving niet volledig is en dat zij taken uitvoeren die niet zijn opgenomen. De kantonrechter heeft geoordeeld dat Rijkswaterstaat in redelijkheid tot de vaststelling van de functiebeschrijving heeft kunnen komen en dat de indeling in schaal 6 gerechtvaardigd is. De vorderingen van de werknemers zijn afgewezen, en zij zijn veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Den Haag
Zaaknummer: 11709901 \ RL EXPL 25-9335
Vonnis van 9 december 2025
in de zaak van:

1.[eiser 1]

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [eiser 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

3. [eiser 3] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

4. [eiser 4] ,

wonende te [woonplaats 4] ,

5. [eiser 5] ,

wonende te [woonplaats 5] ,

6. [eiser 6] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

7. [eiser 7] ,

wonende te [woonplaats 6] ,

8. [eiser 8] ,

wonende te [woonplaats 7] ,

9. [eiser 9] ,

wonende te [woonplaats 8] ,

10. [eiser 10] ,

wonende te [woonplaats 9] ,

11. [eiser 11] ,

wonende te [woonplaats 10] ,

12. [eiser 12] ,

wonende te [woonplaats 11] ,

13. [eiser 13] ,

wonende te [woonplaats 12] ,

14. [eiser 14] ,

wonende te [woonplaats 9] ,

15. [eiser 15] ,

wonende te [woonplaats 13] ,

16. [eiser 16] ,

wonende te [woonplaats 14] ,

17. [eiser 17] ,

wonende te [woonplaats 15] ,

18. [eiser 18] ,

wonende te [woonplaats 7] ,

19. [eiser 19] ,

wonende te [woonplaats 16] ,

20. [eiser 20] ,

wonende te [woonplaats 17] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: “de werknemers”,
gemachtigde: mr. K. ten Broek,
tegen
DE PUBLIEKELIJKE RECHTSPERSOON DE STAAT DER NEDERLANDEN IN HET BIJZONDER HET MINISTERIE VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT MEER BIJZONDER RIJKSWATERSTAAT,
zetelende te 's-Gravenhage,
gedaagde partij,
hierna te noemen: “Rijkswaterstaat”,
gemachtigde: mr. R. van Vliet.

1.De procedure

1.1.
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • De dagvaarding met producties 1 tot en met 36;
  • De conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 17;
  • De aanvullende productie 37 van de zijde van de zijde van de werknemers, ingekomen ter griffie op 15 oktober 2025.
1.2.
Op 4 november 2025 heeft een mondelinge behandeling van de zaak plaatsgevonden. [eiser 1] , [eiser 2] , [eiser 3] , [eiser 4] , [eiser 5] , [eiser 7] , [eiser 8] , [eiser 10] , [eiser 12] , [eiser 13] , [eiser 14] , [eiser 16] , [eiser 17] en [eiser 18] zijn in persoon verschenen, bijgestaan door mr. K. ten Broek. Namens Rijkswaterstaat is mw. I. Reuselaars verschenen, bijgestaan door mr. R. van Vliet. Ter zitting zijn door beide partijen spreekaantekeningen overgelegd, die zich in het procesdossier bevinden. Van het overige verhandelde ter zitting heeft de griffier aantekeningen gemaakt die zich tevens in het procesdossier bevinden.
1.3.
Na de mondelinge behandeling is de uitspraakdatum bepaald op heden.

2.De feiten

2.1.
Rijkswaterstaat is georganiseerd in landelijke en regionale organisatieonderdelen. Eén van de landelijke onderdelen van Rijkswaterstaat betreft het organisatieonderdeel Verkeer- en Watermanagement (hierna: VWM). VWM is onderverdeeld in drie subonderdelen, waaronder subonderdeel Scheepvaart- en watermanagement (hierna: SWM). SWM is vervolgens onderverdeeld in een aantal afdelingen, waaronder de afdeling Operationeel Scheepvaartverkeer- en Watermanagement West (hierna: de afdeling West SWM). De afdeling West SWM bestaat uit een aantal teams, waaronder het team ‘Volkeraksluizen Stellendam’.
2.2.
Het team Volkeraksluizen en Stellendam bestaat uit 29 operators en één teamleider. De werkzaamheden worden verricht op de Volkeraksluizen. Dit is een complex dat bestaat uit drie naast elkaar gelegen schutsluizen voor de beroepsvaart, vier spuisluizen, een jachtensluis en een basculebrug in de autosnelweg A29 (de Volkerakbrug). De Volkeraksluizen zijn gelegen in de Volkerakdam tussen het Hollandsch Diep en het Volkerak Zoommeer. Zij vormen onderdeel van de Schelde-Rijnverbinding, de verbinding van de havens van Antwerpen en Rotterdam. De sluizen zijn de grootste binnenvaartsluizen van Europa.
2.3.
De werknemers zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst bij Rijkswaterstaat en werkzaam in het team Volkeraksluizen en Stellendam. De functie van de werknemers is met ingang van 1 oktober 2022 ingedeeld in de functiefamilie Uitvoering, functiegroep Medewerker Operationeel Verkeersmanagement schaalniveau 6 (hierna: MOV-6) van het Functiegebouw Rijk (FGR). Op de arbeidsovereenkomst is de Cao Rijk (hierna: de Cao) van toepassing.
2.4.
In paragraaf 28.5 van de Cao is bepaald dat het functiewaarderingssysteem van de sector Rijk (hierna: Fuwasys) grondslag vormt voor de waardering van functies. Fuwasys is een door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontwikkeld weegsysteem van veertien kenmerken. Per kenmerk kan een score van 1 tot en met 5 worden gegeven. Toepassing van het weegsysteem leidt tot een indeling in een hoofdgroep en niveaugroep – lees: een functietypering – van het Functiegebouw Rijk (hierna: FGR). Aan iedere functietypering in FGR is een salarisschaal verbonden.
2.5.
In de Handleiding Fuwasys 2002 staat ten aanzien van de eisen waaraan een functiebeschrijving moet voldoen het volgende:
“(…)
Inhoudelijke eisen
  • Bij het beschrijven van een functie kunt u gebruik maken van referentiemateriaal zoals kenmerken, reeksen, afzonderlijke functietypen, functie-informatieformulieren en functiedocumenten.
  • Een functiebeschrijving moet zodanig opgesteld zijn dat de zwaarte van de functie eenduidig bepaald kan worden. U moet alleen informatie geven die wezenlijk is voor de functie. In een functiebeschrijving mag geen ballastinformatie voorkomen.
  • Een functiebeschrijving moet een organieke functie weergeven. Een organieke functie is het samenstel van werkzaamheden dat rechtstreeks is afgeleid van de taakstelling van de organisatie(-eenheid). Elke functiebeschrijving moet dus geheel los staan van de kwaliteit, de inzet en de productiviteit waarmee een functievervuller zijn functie vervult. (…)”
2.6.
In 2018 is door een aantal van de werknemers werkzaam als operator in de Volkeraksluizen verzocht tot het doen uitvoeren van een functie-(waarderings)onderzoek. Naar aanleiding daarvan heeft Rijkswaterstaat in de periode augustus tot en met oktober 2018 een ‘quick scan’ laten uitvoeren naar een deel van de werkzaamheden van de werknemers, waarna is geadviseerd tot het doen uitvoeren van een formeel waarderingsonderzoek naar de werkzaamheden van de werknemers. Op 19 juni 2019 heeft de (toenmalige) directeur van SWM een verzoek ingediend om een herwaarderingsonderzoek in gang te zetten.
2.7.
Vervolgens heeft een waarderingsonderzoek plaatsgevonden naar een deel van de werkzaamheden van de werknemers, namelijk die werkzaamheden die zien op de zogenaamde vierde stoel, ook wel CA-taken genoemd. Het waarderingsonderzoek is uitgevoerd door de Uitvoeringsorganisatie Bedrijfsvoering Rijk (UBR). UBR heeft geadviseerd om dit deel van de werkzaamheden in te delen in MOV-6 van het FGR.
2.8.
Op 3 november 2020 heeft de HID VWM de betrokken werknemers in kennis gesteld van het voorgenomen besluit om overeenkomstig het indelingsadvies de huidige functie-indeling te handhaven. De betrokken werknemers hebben daarna hun bedenkingen geuit tegen het voorgenomen besluit, waarna door de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat op die bedenkingen is gereageerd in een rapport van 1 juli 2021. In dat rapport is geadviseerd (1) het voorgenomen besluit in te trekken en (2) tot het doen van een functiewaarderingsonderzoek naar de gehele functie van operator Volkeraksluizen, bestaande uit het opstellen van een functiebeschrijving voor de gehele functie, een functiewaardering met behulp van Fuwasys (het functiewaarderingssysteem) en op basis daarvan een indeling in het FGR.
2.9.
Op 2 juli 2021 heeft de HID VWM besloten het voorgenomen besluit in te trekken en een functiewaarderingsonderzoek uit te laten voeren naar de gehele functie van operator Volkeraksluizen.
2.10.
Human Capital Group (hierna: HCG) heeft het functiewaarderingsonderzoek daarna uitgevoerd. Nadat tweemaal een concept-functiebeschrijving was opgesteld, waarop de betrokken werknemers telkens hebben gereageerd, is in augustus 2022 de definitieve functiebeschrijving vastgesteld. In de functiebeschrijving is beschreven welke werkzaamheden de operators verrichten. Ten aanzien van het doel van de functie van operator staat in de functiebeschrijving – voor zover hier relevant – het volgende:
“(…)
Doel van de functie
Het doel van de functie van Operator is het veilig en efficiënt laten doorstromen van het scheepvaart- en wegverkeer door en over de Volkeraksluizen (hierna: het object).
(…)”
2.11.
Op basis van de vastgestelde functiebeschrijving heeft HCG in een adviesrapport van 19 oktober 2022 de functie van Operator Volkeraksluizen aan de hand van de veertien Fuwasys-kenmerken gewaardeerd. Die waardering heeft geleid tot een totale somscore van 33 punten. HCG heeft daarna, op basis van Fuwasys, geadviseerd de functie in te delen in de functiefamilie Uitvoering, functiegroep Medewerker Operationeel Verkeersmanagement, schaal 6 van het FGR. HCG heeft in haar advies toegelicht waarom schaal 7 van deze functiegroep niet passend werd geacht:
“(…)
De functietypering van Medewerker Operationeel Verkeersmanagement, schaal 7, is niet passend omdat in de onderzochte functie sprake is van het zelfstandig bedienen van complexe objecten en niet het coördineren van de bediening van meerdere en/of complexe objecten, wat in de schaal 7-functie aan de orde is. Het coördineren betekent in dit verband ‘zorg dragen voor de aansluiting tussen voorstellen, plannen of activiteiten van meerdere eenheden en na overleg met deze eenheden aanpassen van de afzonderlijke voorstellen, plannen en activiteiten’.
(…)”
2.12.
Op 3 november 2022 zijn de betrokken werknemers door Rijkswaterstaat in kennis gesteld van het voornemen om het advies van HCG over te nemen. De betrokken werknemers hebben daarna een inhoudelijke reactie met bedenkingen ingediend op het voorgenomen besluit, waarna de Corporate Dienst van Rijkswaterstaat in een rapport van 23 februari 2023 inhoudelijk heeft gereageerd op die bedenkingen en heeft geadviseerd te besluiten de functie van operator Volkeraksluizen te waarderen in schaal 6 en deze ongewijzigd in te delen in de MOV-6 van het FGR.
2.13.
Op 1 maart 2023 heeft Rijkswaterstaat vervolgens het besluit genomen om voornoemd advies over te nemen en de indeling in schaal 6 te handhaven. Op 13 april 2023 is dit besluit tijdens een bijeenkomst toegelicht. Tijdens die bijeenkomst hebben de betrokken werknemers aangegeven dat zij ook taken verrichten die behoren bij een functie van VTS-operator. De betrokken werknemers hebben dat standpunt verduidelijkt in een e-mail van 9 mei 2023, waarna Rijkswaterstaat in een e-mail van 6 juni 2023 heeft geconcludeerd dat het standpunt van de betrokken werknemers geen aanleiding geeft om te adviseren de functiebeschrijving aan te passen of de functie opnieuw te waarderen.
2.14.
Daarna hebben de betrokken werknemers op 6 oktober 2023 een verzoek gedaan aan de Geschillencommissie Rijk om de functie van Operator Volkeraksluizen aan te vullen met de juiste taken en verantwoordelijkheden en de functie op de juiste wijze in te delen. Op 28 februari 2024 heeft de Geschillencommissie Rijk uitspraak gedaan. Zij heeft geoordeeld dat de functiebeschrijving voldoende dekkend is en zorgvuldig is opgesteld. Ook is volgens de Geschillencommissie Rijk niet gebleken dat de operators voor meer dan 70% werkzaamheden uitvoeren die schaal 6 overstijgend zijn. De Geschillencommissie heeft daarom geoordeeld dat Rijkswaterstaat de functie van de operators in redelijkheid heeft kunnen inschalen in salarisschaal 6.

3.Vordering, grondslag en verweer

3.1.
De werknemers vorderen, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te verklaren voor recht dat de functie van operator Volkeraksluizen met ingang van 1 augustus 2022 gewaardeerd dient te worden in schaal 7 dan wel schaal 8;
II. Rijkswaterstaat te veroordelen tot indeling van de door de werknemers uitgevoerde functie van operator Volkeraksluizen met ingang van 1 augustus 2022 in schaal 7 dan wel schaal 8;
III. Rijkswaterstaat te veroordelen tot vaststelling en betaling aan de werknemers van het achterstallige salaris inclusief toeslagen en IKB-budget ter hoogte van het verschil tussen schaal 6 enerzijds en schaal 7 dan wel schaal 8 vanaf 1 augustus 2022;
IV. Rijkswaterstaat te veroordelen tot betaling aan de werknemers van de wettelijke rente over de onder III genoemde vordering, gerekend vanaf 1 augustus 2022 tot de dag der algehele voldoening;
V. Rijkswaterstaat te veroordelen tot betaling van de wettelijke verhoging van 50% op grond van artikel 7:625 BW over de onder III genoemde vordering;
VI. Rijkswaterstaat te veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 925,- inclusief BTW;
VII. Rijkswaterstaat te veroordelen in de kosten van de procedure.
3.2.
Aan deze vorderingen leggen de werknemers – samengevat – ten grondslag dat de in augustus 2021 vastgestelde functiebeschrijving geen goede weergave betreft van de opgedragen werkzaamheden. Mede om die reden zijn de werknemers van mening dat de indeling c.q. de waardering van de functie niet op de juiste gronden heeft plaatsgevonden. Daarnaast zijn de werknemers van mening dat de (inhoudelijke) weging van de werkzaamheden (in Fuwasys) niet juist is. De werknemers stellen zich aldus op het standpunt dat het besluit van Rijkswaterstaat om de functie van de operators in te delen in MOV-6 van het FGR niet redelijk is. Zij menen dat de functie ingedeeld moet worden in schaal 7 of in schaal 8. In onderhavige procedure vorderen zij de kantonrechter dan ook dienovereenkomstig te oordelen. Daarnaast maken de werknemers aanspraak op achterstallig salaris, bestaande uit het verschil tussen schaal 6 enerzijds en schaal 7 dan wel schaal 8 vanaf 1 augustus 2022. De werknemers maken verder aanspraak op de wettelijke rente, wettelijke verhoging en buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
Rijkswaterstaat concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de werknemers, met veroordeling van de werknemers in de kosten en de nakosten van de procedure, een en ander te betalen binnen veertien dagen na het vonnis en te vermeerderen met de wettelijke rente als betaling van de proceskosten en/of nakosten na veertien dagen na het uitspreken van het vonnis uitblijft.
3.4.
Rijkswaterstaat verweert zich en stelt zich – samengevat – op het standpunt dat de vastgestelde functiebeschrijving de werkzaamheden van de werknemers in voldoende mate dekt. Zowel het proces als de inhoud van de vastgestelde functiebeschrijving kunnen de redelijke toets van kritiek voldoende doorstaan. Rijkswaterstaat stelt dan ook dat die functiebeschrijving als basis kan dienen voor de waardering c.q. indeling van de functie. Rijkswaterstaat stelt verder dat zij volledig binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem Fuwasys is gebleven en alle kenmerken van de functie van Operator op een juiste wijze zijn beoordeeld. Rijkswaterstaat heeft daarom op 1 maart 2023 in redelijkheid kunnen besluiten tot het indelen van de functie van operator Volkeraksluizen in MOV-6 van het FGR. Omdat die indeling geen wijziging betreft van het loon dat de werknemers hebben ontvangen, is Rijkswaterstaat geen achterstallig salaris verschuldigd aan de werknemers en dienen de vorderingen te worden afgewezen.

4.De beoordeling

Juridisch kader
4.1.
Volgens vaste rechtspraak heeft de kantonrechter, wanneer een geschil over een besluit tot functiewaardering wordt voorgelegd, slechts te beoordelen of de werkgever binnen de grenzen van het toepasselijke functiewaarderingssysteem is gebleven en, indien dat het geval is, of de werkgever in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen (vergelijk HR 14 maart 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF2290,
NJ2003/312, en 2 mei 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF3800,
NJ2003/442 en Hof Arnhem-Leeuwarden, 21 mei 2013, ECLI:NL:GHARL:2013:3569). Dit betreft aldus een marginale toetsing.
4.2.
In onderhavige procedure dient dan ook beoordeeld te worden of Rijkswaterstaat in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de functie van de werknemers, de operators, in te schalen in MOV-6 van het FGR. Daartoe dient allereerst te worden beoordeeld of de functiebeschrijving van de operators op juiste wijze is vastgesteld.
Functiebeschrijving
4.3.
De werknemers stellen zich op het standpunt dat de in augustus 2022 vastgestelde functiebeschrijving geen goede weergave betreft van de functie van operator Volkeraksluizen. Zij stellen dat die weergave niet volledig en niet correct is, omdat onvoldoende acht is geslagen op (1) de door de werknemers uit te voeren CA-taken (functionele eindverantwoordelijkheid), (2) het feit dat de werkzaamheden moeten worden verricht in een complex beheersgebied en (3) het feit dat onder de uit te voeren werkzaamheden ook VTS-werkzaamheden vallen.
4.4.
De kantonrechter zal deze punten hieronder bespreken en stelt daarbij voorop dat
– op basis van de Handleiding Fuwasys 2002 – als uitgangspunt dient te worden genomen dat de functiebeschrijving een organieke functie moet weergeven; het samenstel van werkzaamheden dat rechtstreeks is afgeleid van de taakstelling van de organisatie(-eenheid). Dit betreft dus een beschrijving van de functie zoals deze structureel en in hoofdlijnen binnen de organisatie is ingericht.
CA-taken
4.5.
Niet in geschil is dat de CA-taken op pagina 2 en 3 van de in augustus 2022 vastgestelde functiebeschrijving worden beschreven. De kantonrechter begrijpt dat de CA-taken zien op de werkzaamheden die door de operators worden uitgevoerd op de zogeheten ‘vierde stoel’. In de functiebeschrijving worden deze werkzaamheden als volgt beschreven:
“(…)
Werkzaamheden stoel 4: Centraal-Algemeen (CA) taken
Monitoren schutproces
• Behoudt het totaaloverzicht op de werkvloer bij de uitvoering van het gehele schutproces,
beantwoordt vragen van de andere operators, geeft hun en schippers aanwijzingen of neemt zelf actie.
• Beoordeelt het verkeer en overige (weers)omstandigheden op de vaarweg en autosnelweg A29 en geeft relevante informatie door aan de verkeersposten.
• Controleert en beoordeelt de voor de regio relevante scheepvaartberichten die de doorstroming op het object kunnen beïnvloeden, en neemt zo nodig actie.
• Fungeert als eerste aanspreekpunt voor de Teamleider en de operators in stoel 1, 2 en 3, en
informeert de Teamleider zo nodig over bijzonderheden.
(…)”
4.6.
De werknemers zijn van mening dat de taken en verantwoordelijkheden van de CA overschrijden ten opzichte van hetgeen in deze functiebeschrijving is verwoord. Zij menen namelijk dat het overgrote deel van de (voormalige) taken van de Hoofdsluismeester, een functie die in 2009 is opgeheven, is overgeheveld naar de CA-taken/de vierde stoel. De werknemers stellen dat slechts een klein deel van die taken is overgegaan naar de teamleider. De werknemers menen daarbij dat de teamleider lang niet altijd aanwezig is en dat de CA de andere operators functioneel aanstuurt. Daarnaast stellen de werknemers dat Rijkswaterstaat specifieke taken, zoals het vastleggen van beelden in het CCTV-systeem en het beantwoorden van telefoon- en mailverkeer, ten onrechte niet heeft benoemd in de functiebeschrijving.
4.7.
Naar het oordeel van de kantonrechter geeft de functiebeschrijving een afdoende weergave van de door de werknemers te verrichten CA-taken. Rijkswaterstaat onderkent dat de functie van Hoofdsluismeester sinds 2009 niet meer bestaat en stelt dat de taken van de Hoofdsluismeester sindsdien zijn verspreid over meer dan twintig operators en diverse andere functies, zoals bijvoorbeeld de teamleider. Het mag zo zijn dat slechts een klein deel van de taken van de Hoofdsluismeester is overgeheveld naar de operators die werkzaam zijn op de CA-plek/vierde stoel. Vast staat echter dat de operators bij toerbeurt werkzaam zijn op de vierde stoel en daarmee evenredig veel tijd doorbrengen op de vierde stoel als op stoelen 1, 2 en 3 en dat de operators dus – naast de CA-taken op de vierde stoel – ook lichtere werkzaamheden verrichten op stoelen 1, 2 en 3. Dit wordt door de werknemers ook niet weersproken. Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit het voorgaande dat maar een klein deel van de werkzaamheden van de Hoofdsluismeester is overgeheveld naar de operators werkzaam op de vierde stoel en dat deze zwaardere werkzaamheden dus – vanwege het rouleren – ook maar voor een evenredig klein gedeelte van de arbeidsduur worden verricht. Hoe dan ook zijn eze taken beschreven in de functiebeschrijving, dus bij de vaststelling daarvan is er rekening mee gehouden. De vraag is dan of de werkzaamheden zo wezenlijk anders en/of zwaarder zijn dat ze de reikwijdte van die functieomschrijving overschrijden. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat onvoldoende gebleken.
4.8.
De werknemers hebben nog aangevoerd dat de operator werkzaam op de CA-plek de andere operators functioneel aanstuurt. De werknemers stellen dat de CA beslissingsbevoegd is en dat in de Object Specifieke Bediening Instructie (OSBI – productie 25 bij dagvaarding) is opgenomen dat de CA in bepaalde situaties opdrachten kan geven, dat afstemming met de CA vereist is en dat de CA toestemming dient te geven.
Naar de kantonrechter begrijpt betwist Rijkswaterstaat niet dat de operators een bepaalde mate van zelfstandigheid en autonomie hebben, maar ligt de functionele eindverantwoordelijkheid bij de teamleider of bij een hogergeplaatste leidinggevende als de teamleider afwezig is. De werknemers werkzaam in de functie van operator zijn geen functioneel leidinggevende en ook zijn zij niet eindverantwoordelijk, ook niet als zij de vierde stoel bezetten. Rijkswaterstaat heeft verder onder verwijzing naar paragraaf 11.4 van het OSBI gesteld dat calamiteiten gemeld moeten worden bij de Officier van Dienst, die het op zijn beurt meldt bij de dienstdoende teamleider of afdelingshoofd. Rijkswaterstaat bestrijdt daarmee dat de medewerkers in het geval van calamiteiten naar eigen inzicht handelen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dat ook onvoldoende gebleken.
4.9.
De werknemers hebben verder nog aangevoerd dat zij andere CA-specifieke taken uitvoeren, zoals het besluiten om beelden van het CCTV-systeem vast te leggen, het contact hebben met aannemers en het nemen van beslissingen bij het afhandelen van telefoon- en mailverkeer. Zoals hiervoor onder 4.4 is weergegeven hoeft Rijkswaterstaat bij de beschrijving van een organieke functie geen rekening te houden met details van de functie, de feitelijke invulling van de functie en de belevingen van de werknemers. De kantonrechter is het met Rijkswaterstaat eens dat het vastleggen van beelden in het CCTV-systeem en het contact hebben met aannemers zodanige details van in wezen ondergeschikt belang betreffen dat deze niet behoeven te worden beschreven in een organieke functiebeschrijving. De werknemers hebben dan wel aangevoerd dat het vastleggen van beelden in het CCTV-systeem geen detail betreft, maar situaties betreffen die zeker een paar keer per week voorkomen en ook dat de CA recentelijk nog bijna dagelijks contact zou hebben met de aannemer die gedurende anderhalf jaar werkzaamheden zou hebben verricht. De laatste betreffen echter situaties en contacten met een aannemer in verband met tijdelijke werkzaamheden. Daaruit volgt al dat het geen werkzaamheden betreffen die structureel en constant worden uitgevoerd. Het vastleggen van beelden in het CCTV-systeem zal waarschijnlijk vaker plaatsvinden, maar blijft niettemin een ondergeschikt detail van de functie. De kantonrechter is dan ook van mening dat deze niet behoeven te worden weergegeven in de organieke functiebeschrijving. De werkzaamheden ten aanzien van het beantwoorden van telefoon- en mailverkeer zijn verder reeds benoemd in de functiebeschrijving onder Administratieve en facilitaire werkzaamheden.
Complex beheersgebied
4.10.
De werknemers stellen zich op het standpunt dat de functiebeschrijving onvoldoende rekening houdt met de bijzondere kenmerken van de Volkeraksluizen, meer specifiek dat sprake is van blokkanalen tot in de sluis waarbij geen verkeersleider aanwezig is. Rijkswaterstaat onderkent dat de Volkeraksluizen een groot en druk complex vormen, met intensief en hectisch werk. De kantonrechter stelt verder vast dat in de functiebeschrijving onder de ‘omgeving van de functie’ die specifieke kenmerken van de Volkeraksluizen ook worden beschreven en daar dat dus rekening mee is gehouden. Rijkswaterstaat stelt echter dat de operators geen coördinerende rol vervullen met betrekking tot het totale gebied, zij niet belast zijn met de aansturing, regie of integrale afstemming van de verschillende objecten of processen die zich binnen het beheersgebied voordoen en de werkzaamheden van de operators zijn beperkt tot het bedienen van specifieke objecten binnen het Volkeraksluizencomplex. De werknemers betwisten dit en stellen zich op het standpunt dat zij de verkeersstromen coördineren die uit diverse richtingen de sluizen van het complex naderen en binnenkomen. Ook stellen zij zorg te dragen voor het schutproces. De kantonrechter begrijpt uit de stellingen van de werknemers dat zij ook coördinerende werkzaamheden in de blokkanalen menen te verrichten. Dat behoort dan wel niet tot het takenpakket zoals dat is vastgesteld, maar blijkbaar voeren de operators die werkzaamheden wel uit. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben de werknemers echter onvoldoende onderbouwd dat dit een wezenlijk en/of in tijd gesproken aanzienlijk onderdeel van de werkzaamheden vormt. Daar komt bij dat Rijkswaterstaat onweersproken heeft gesteld dat op de Volkeraksluizen met vier stoelen gewerkt wordt, waar dat bij de andere sluizen in Nederland niet het geval is en met twee stoelen gewerkt wordt, zodat op individueel niveau de werkzaamheden minder belastend zouden moeten zijn. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Rijkswaterstaat ook op dit punt in redelijkheid tot vaststelling van de functiebeschrijving kunnen komen.
VTS-werkzaamheden
4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter gaat tot slot de vergelijking met VTS-werkzaamheden die de werknemers maken niet op. Vast staat dat de Volkeraksluizen geen aangewezen VTS-post zijn en dat de werknemers ook niet de wettelijke VTS-opleiding hebben gevolgd. Dat zij gebruikmaken van dezelfde hulpmiddelen als VTS-operators, maakt dat niet anders. De communicatie via de radar en marifoon is ondersteunend om vaarverkeer vlot en veilig door de sluizen te begeleiden. Dat is in overeenstemming met het doel van de functie van de operator zoals verwoord in de functiebeschrijving van augustus 2022; namelijk het veilig en efficiënt laten doorstromen van het scheepvaart- en wegverkeer door en over de Volkeraksluizen. De werkzaamheden zijn dus niet sturend, maar ondersteunend, wat een verschil is met de functie van VTS-operator. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Rijkswaterstaat dan ook in redelijkheid tot het oordeel kunnen komen om de VTS-werkzaamheden niet op te nemen in de organieke functiebeschrijving.
Tussenconclusie functiebeschrijving
4.12.
Uit de in hoofdstuk 2 van dit vonnis weergegeven feiten blijkt dat Rijkswaterstaat ten aanzien van de vaststelling van de functiebeschrijving een uitvoerig en zorgvuldig proces heeft doorlopen. Verder komt de kantonrechter aan de hand van al hetgeen hiervoor onder 4.3 tot en met 4.11 is overwogen tot het oordeel dat Rijkswaterstaat in redelijkheid tot de vaststelling van de functie zoals weergegeven in de functiebeschrijving van augustus 2022 heeft kunnen komen. Zowel het proces als de inhoud van de vastgestelde functiebeschrijving kunnen de redelijke toets van kritiek naar het oordeel van de kantonrechter aldus in voldoende mate doorstaan.
Functiewaardering
4.13.
Vervolgens moet de vraag worden beantwoord of Rijkswaterstaat in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de functie van operator in te delen in MOV-6 van het FGR. Ook ten aanzien daarvan geldt dat het besluit van Rijkswaterstaat slechts marginaal hoeft te worden getoetst.
4.14.
Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep moet de rechter uitsluitend beoordelen of de waardering op voldoende gronden berust. Een functiewaardering blijft in stand, tenzij deze onhoudbaar is. Dat een andere waardering verdedigbaar is, is niet voldoende om in te grijpen (ECLI:NL:CRVB:2018:3831, r.o. 4.1 en 4.2).
4.15.
In paragraaf 28.5 van de Cao is bepaald dat Fuwasys de grondslag vormt voor de waardering van functies. Fuwasys is een door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties ontwikkeld weegsysteem van veertien kenmerken. Per kenmerk kan een score van 1 tot en met 5 worden gegeven. Toepassing van het weegsysteem leidt tot een indeling in een hoofdgroep en niveaugroep – lees: een functietypering – van het Functiegebouw Rijk (hierna: FGR). Aan iedere functietypering in FGR is een salarisschaal verbonden.
4.16.
De werknemers stellen zich op het standpunt dat de toegekende somscore te laag is. Zij zijn het niet eens met de toekenning van een 2-score voor de kenmerken 2, 5, 9, 11, 13 en 14 en stellen dat de score op die kenmerken een 3 zou moeten zijn.
4.17.
Het indelingsbesluit van 1 maart 2023 is inhoudelijk gebaseerd op het rapport van HCG, waarin per criterium binnen Fuwasys is toegelicht waarom een bepaalde score is toegekend en waarom niet voor een hogere score is gekozen. In dat rapport wordt ook ingegaan op de door de medewerkers ingebrachte bedenkingen. Na het voorgenomen indelingsbesluit is op 23 februari 2023 en 6 juni 2023 ingegaan op de bedenkingen van de werknemers. Dat heeft geen aanleiding gevormd om de indeling aan te passen.
4.18.
Ten aanzien van kenmerk 2, doel dat door het uitvoeren van de werkzaamheden moet worden bereikt, stellen de werknemers dat de score te laag is gewaardeerd, omdat de werknemers functioneel verantwoordelijk zijn voor het daadwerkelijk leveren van het operationele eindproduct. De CA is wel degelijk belast met een aansturende en coördinerende rol, aldus de werknemers. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Rijkswaterstaat de bedenkingen van de werknemers op dit punt in redelijkheid kunnen passeren nu – zoals ook hierboven bij de functiebeschrijving is overwogen – de teamleider de functioneel eindverantwoordelijke is voor het dagelijks functioneren van de Volkeraksluizen en niet de operator.
4.19.
Ten aanzien van kenmerk 5, dynamiek van de werkzaamheden, is door de werknemers aangevoerd dat zij de uitvoering van het werk continu moeten aanpassen omdat sprake is van een hoge mate van onvoorspelbaarheid en onverwachte omstandigheden, waarbij de impact van de keuzes en werkzaamheden hoog is en voorschriften of protocollen geen oplossing bieden. Ook ten aanzien van dit kenmerk heeft Rijkswaterstaat de bedenkingen van de werknemers naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid kunnen passeren nu Rijkswaterstaat voldoende heeft onderbouwd dat de operators hun werkzaamheden uitvoeren aan de hand van procedures en richtlijnen zoals beschreven staan in de OSBI, specifieke delen van wet- en regelgeving en veiligheidsvoorschriften.
4.20.
Ten aanzien van kenmerk 9, kader, geldt het volgende. De kantonrechter begrijpt dat dit een waardering betreft van alle werkinstructies, regels, voorschriften, richtlijnen, beleidslijnen en -uitgangspunten, door de politieke en/of ambtelijke top geformuleerde strategische concepten en (internationale) wetgeving, waarbinnen de functie moet worden uitgevoerd. De werknemers stellen zich op het standpunt dat binnen de functie ruimte is voor een eigen invulling ter uitvoering van hun functie. Naar het oordeel van Rijkswaterstaat is dat echter niet het geval omdat de werknemers zich te allen tijde dienen te houden aan de werkinstructies. Dat dit anders zou zijn is de kantonrechter onvoldoende gebleken.
4.21.
Voor wat betreft kenmerk 11, kennis en inzicht, geldt dat dit een waardering betreft van de door opleiding en/of ervaring verkregen kennis en inzicht (werk- en denkniveau) die nodig zijn om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. De werknemers stellen zich op het standpunt dat een score 3 moet worden toegekend omdat het voor een goede uitoefening van de functie noodzakelijk is dat de medewerker verdiepingsmodules volgt en algemene kennis niet voldoende is. Ook stellen zij dat een bepaalde inwerkperiode noodzakelijk is om de werkzaamheden op de Volkeraksluizen te kunnen uitvoeren. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Rijkswaterstaat in redelijkheid tot een score van 2 kunnen komen op dit onderdeel. In het systeem van Fuwasys dient bij kennis en inzicht alleen te worden beschreven welke kennis in organieke zin voor de functie vereist wordt. Specifieke opleidingen en modules en inwerkperiodes behoren niet te worden beschreven (ECLI:NL:RBDHA:2022:3001, r.o. 4.5).
4.22.
De werknemers stellen tot slot ten aanzien van kenmerk 13 en 14, complexiteit van de contacten en doel van de contacten, dat in de contacten met derden, zoals aannemers en schippers, niet slechts sprake is van het uitwisselen van informatie. De werknemers stellen dat samengewerkt dient te worden aan een gemeenschappelijk gewenst resultaat met partijen die eigen belangen hebben en dat met die partijen ook afstemming dient plaats te vinden. Rijkswaterstaat heeft in dit kader gesteld dat het contact van de werknemers met derden gaat over het toestemming geven of onthouden voor het uitvoeren van werkzaamheden en afspraken maken over de wijze waarop het werk kan worden gedaan. De kantonrechter heeft (in het kader van de vaststelling van de functiebeschrijving) reeds overwogen dat de contacten die de operators met aannemers stellen te hebben een zodanig detail betreft, dat dat niet afzonderlijk dient te worden beschreven in de organieke functiebeschrijving. In het verlengde daarvan is de kantonrechter van oordeel dat Rijkswaterstaat in redelijkheid tot het oordeel heeft kunnen komen om deze contacten niet meegewogen hoeven te worden bij het dertiende en veertiende kenmerk. Het gaat immers niet om werkzaamheden die een wezenlijk onderdeel vormen van de functie.
Conclusie functiewaardering
4.23.
De kantonrechter komt gelet op al het voorgaande tot de conclusie dat Rijkswaterstaat ook ten aanzien van de functiewaardering een uitvoerig en zorgvuldig proces heeft doorlopen en dat zij in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen om de functie van operator in te delen in MOV-6 van het FGR.
4.24.
Al het voorgaande bijeen genomen heeft tot gevolg dat de vorderingen van de werknemers zullen worden afgewezen.
Proceskosten
4.25.
De werknemers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Rijkswaterstaat worden begroot op:
- salaris gemachtigde € 1.086,00
- nakosten €
135,00
Totaal € 1.221,00
4.26.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals hierna vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
wijst de vorderingen van de werknemers af,
5.2.
veroordeelt de werknemers in de proceskosten van € 1.221,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de werknemers de betaling van de proceskosten niet tijdig voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025 in aanwezigheid van de griffier.