Op 11 november 2025 heeft de kinderrechter van de Rechtbank Den Haag een beschikking gegeven in de zaak van Stichting Jeugdbescherming West Haaglanden, betreffende een verzoek tot machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, geboren in 2010. De kinderrechter heeft het verzoek tot uithuisplaatsing toegewezen, na een zorgvuldige afweging van de feiten en omstandigheden. De minderjarige, hierna te noemen [minderjarige], is op 30 oktober 2025 met een spoedmachtiging uit huis geplaatst en verblijft momenteel op een crisisplek van [zorginstantie 1]. De kinderrechter heeft vastgesteld dat er sprake is van dreigend en agressief gedrag van [minderjarige], zowel thuis bij de vader als bij de moeder, en dat er grote zorgen zijn over zijn mentale welzijn, waaronder sombere gedachten. De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag en hebben beiden ingestemd met de uithuisplaatsing, hoewel de moeder zich frustreert over de communicatie rondom de situatie van [minderjarige]. De kinderrechter heeft benadrukt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van [minderjarige] en dat er aandacht moet zijn voor contactherstel met beide ouders. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als er hoger beroep wordt ingesteld. De kinderrechter heeft ook een brief aan [minderjarige] geschreven om hem te informeren over de beslissing en de redenen daarvoor.