ECLI:NL:RBDHA:2025:23706

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
C/09/692945 / JE RK 25-1753
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige met autismespectrumstoornis

De rechtbank Den Haag behandelde op 11 november 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp van een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige heeft een autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking, wat leidt tot kwetsbaarheid, impulsief en agressief gedrag, en middelengebruik. Eerdere plaatsingen in open en gesloten settings bleken onvoldoende effectief.

De gecertificeerde instelling motiveerde het verzoek met het onveranderde problematische gedrag en het ontbreken van een geschikte plek binnen de verstandelijke gehandicaptenzorg. De minderjarige staat op wachtlijsten bij diverse zorginstellingen, maar vanwege contra-indicaties is plaatsing nog onzeker. De advocaat en moeder uitten kritiek op het gebrek aan voortvarendheid van de gecertificeerde instelling in het vinden van een passende plek.

De kinderrechter oordeelde dat aan de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan en dat gesloten jeugdhulp noodzakelijk is om te voorkomen dat de minderjarige zich onttrekt aan de benodigde hulp. De machtiging wordt voor zes maanden verleend met de verwachting dat de gecertificeerde instelling actief zoekt naar een geschikte vervolgplek. De beslissing is direct uitvoerbaar bij voorraad en de behandeling van het verzoek voor het overige wordt aangehouden tot nader te bepalen zitting.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt verlengd en de machtiging tot gesloten jeugdhulp wordt voor zes maanden verleend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/692945 / JE RK 25-1753
Datum uitspraak: 11 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats],
hierna te noemen: [minderjarige],
advocaat: mr. A. Roozdar uit Den Haag.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats].

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 13 oktober 2025;
  • de brief van de moeder van 3 november 2025;
- de instemmende verklaring van de gedragswetenschapper van 5 november 2025;
- het gezinsplan van de gecertificeerde instelling van 5 november 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • [naam 1] namens de gecertificeerde instelling;
  • de advocaat;
  • de moeder;
- [naam 2], behandelcoördinator.
[minderjarige] is niet verschenen, [minderjarige] heeft ervoor gekozen om naar de dagbesteding te gaan en niet ter zitting te zullen verschijnen.

2.De feiten

2.1.
[minderjarige] is erkend door [naam 3].
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige].
2.3.
[minderjarige] verblijft feitelijk bij [zorginstelling 1].
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 17 december 2024 de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 14 november 2025 en voor dezelfde duur machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 mei 2025 machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 12 juni 2025 en het verzoek voor het overige aangehouden.
2.6.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 10 juni 2025 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van twaalf maanden en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van twaalf maanden.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd.
De problematiek van [minderjarige] is nog onveranderd. Hij is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en een licht verstandelijke beperking, wat maakt dat hij kwetsbaar is voor overvraging en beïnvloedbaar is. [minderjarige] heeft weinig inzicht en zelfkennis waardoor hij dagelijks aansturing en ondersteuning nodig heeft. In de thuissituatie is er sprake geweest van ernstige gedrags- en emotieregulatieproblematiek, het gedrag van [minderjarige] was impulsief, onvoorspelbaar en agressief waarbij hij het gezag van zijn moeder niet accepteerde en volledig zijn eigen gang ging. Veel hulpverlening is ingezet om de zorgen weg te kunnen nemen, [minderjarige] verbleef eerder in een open setting maar doordat hij veelvuldig weg liep is hij in [zorginstelling 1] geplaatst. Die plaatsing kenmerkt zich door een patroon van wegloopgedrag en onttrekking aan hulpverlening. Wanneer hij weer terugkeert op de groep is [minderjarige] regelmatig onder invloed van middelen. [minderjarige] houdt zich niet aan gemaakte afspraken en regels, daar komt bij dat hij geen inzicht heeft in de gevolgen van zijn keuzes en gedrag waardoor hij risicovol gedrag vertoont en er weinig grip en zicht op hem is.
De gecertificeerde instelling is van mening dat een passende plek voor [minderjarige] binnen de verstandelijke gehandicaptenzorgsector noodzakelijk is. Een WLZ indicatie zal worden aangevraagd zodat [minderjarige] de begeleiding, behandeling en ondersteuning geboden kan worden die hij nodig heeft. Tot er een geschikte vervolgplek is gevonden voor [minderjarige] vindt de gecertificeerde instelling dat een plaatsing bij [zorginstelling 1] het meest passend is.
[minderjarige] staat momenteel op de wachtlijst bij [zorginstelling 2], echter is zijn drugsgebruik een contra indicatie. Op korte termijn zal er wel een intake worden gepland bij [zorginstelling 3] maar onduidelijk is nog op welke termijn hij daar dan terecht kan wanneer de intake positief verloopt. Daarnaast wordt er ook gezocht naar een passende plek voor [minderjarige] buiten de regio.

4.De standpunten

4.1.
De advocaat heeft [minderjarige] niet inhoudelijk gesproken over het verzoek maar hij heeft zijn twijfels over wat [minderjarige] tegenover de gedragswetenschapper heeft verklaard, namelijk dat hij akkoord gaat met het verzoek. Al langer wordt aangegeven dat [zorginstelling 1] niet de geschikte plek is voor [minderjarige] maar tot op heden is het de gecertificeerde instelling niet gelukt om een passende plek voor hem te vinden. De advocaat heeft zich op het standpunt gesteld dat de gecertificeerde instelling niet voortvarend heeft gehandeld. De afgelopen zes maanden is er geen uitvoering gegeven aan de gesloten machtiging waardoor deze is vervallen. Bij toewijzing van het verzoek dient dit voor maximaal drie maanden te zijn zodat de gecertificeerde instelling wordt gemotiveerd om voortvarender te werk te gaan om een geschikte plek voor [minderjarige] te vinden. De advocaat heeft verzocht om te overwegen de gecertificeerde instelling opdracht te geven een andere, meer ervaren, jeugdbeschermer aan te wijzen.
4.2.
De moeder sluit zich aan bij hetgeen door de advocaat naar voren is gebracht. Zij benadrukt dat de gecertificeerde instelling niet voortvarend te werk gaat. Al langere tijd is duidelijk dat [zorginstelling 1] niet de geschikte plek voor [minderjarige] is, echter is een WLZ indicatie pas zeer recent aangevraagd.
4.3.
Desgevraagd heeft de behandelcoördinator meegedeeld dat [minderjarige] een plek nodig heeft waar hij langdurig kan blijven en waar hem, ondanks zijn grillige gedrag, de begeleiding geboden wordt die hij nodig heeft. De populatie binnen [zorginstelling 1] heeft een delinquente inslag, [minderjarige] is niet zo weerbaar waardoor hij in ingewikkelde situaties terecht komt. Op langere termijn is dat dan ook schadelijk voor hem en zijn ontwikkeling. Er is geen gesloten machtiging nodig voor behandeling van [minderjarige]. Hoe meer hij wordt beperkt, hoe minder hij meewerkt en hij zich steeds meer onttrekt. Een gesloten machtiging voor de duur van drie maanden zal druk leggen op de gecertificeerde instelling in het vinden van een geschikte plek en zal [minderjarige] het gevoel geven dat het gedrag wat hij laat zien van invloed is op wat er gaat komen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
Ook is de kinderrechter van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen.
5.3.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. [minderjarige] wordt nog steeds in zijn ontwikkeling bedreigd. Hij is gediagnosticeerd met een autismespectrumstoornis en een verstandelijke beperking, is impulsief en onvoorspelbaar en heeft veel ondersteuning en aansturing nodig. Daar komt bij dat er bij [minderjarige] ook sprake is van middelengebruik en is hij meermalen met de politie in aanraking gekomen. [minderjarige] heeft geen inzicht in de gevolgen van zijn keuzes en zijn gedrag waardoor hij risicovol gedrag vertoont en er weinig grip en zicht op hem is. Hij is eerder in verschillende open accommodaties geplaats maar daar liep hij regelmatig weg. Ook in geslotenheid lukt het [minderjarige] niet om zich aan gemaakte afspraken en regels te houden. Hoewel [zorginstelling 1] niet de juiste plek is voor [minderjarige], is er op dit moment ook geen geschikte plek voor hem beschikbaar. Momenteel staat hij op de wachtlijst voor [zorginstelling 2] en zal op korte termijn een intake bij [zorginstelling 3] plaatsvinden, mogelijk is er snel duidelijkheid of, en zo ja, waar [minderjarige] terecht kan. De kinderrechter zal om die reden de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengen en de gecertificeerde instelling machtigingen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp voor de duur van zes maanden en aanhouden voor het overige. De kinderrechter gaat er van uit dat de gecertificeerde instelling alles zal doen wat in hun vermogen ligt om een geschikte vervolgplek voor [minderjarige] te vinden.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 14 mei 2026;
6.2.
verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 11 november 2025 tot 11 mei 2026;
6.3.
houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan tot een nader te bepalen zitting,
gelegen vóór 11 mei 2026, tegen welke zitting de gecertificeerde instelling, [minderjarige] en zijn advocaat en de moeder dienen te worden opgeroepen;
6.4.
verklaart de beslissing onder 6.1. uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door
mr. E. van Die, kinderrechter, in aanwezigheid van S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en op schrift gesteld op 20 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.