ECLI:NL:RBDHA:2025:23708

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
C/09/693414 / FA RK 25-7975
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenbeschikking ambulant inzake aansluitende zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg

Op 11 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag een tussenbeschikking gegeven in een zaak betreffende een aansluitende zorgmachtiging voor betrokkene, geboren in 1961. De officier van justitie had op 22 oktober 2025 een verzoek ingediend voor deze zorgmachtiging op basis van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). Tijdens de mondelinge behandeling zijn verschillende betrokkenen gehoord, waaronder de betrokkene zelf, haar advocaat, een verpleegkundige en haar dochter. De advocaat pleitte voor afwijzing van het verzoek, stellende dat betrokkene momenteel in een stabiele omgeving verkeert en vrijwillig in zorg kan blijven. De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene lijdt aan een schizoaffectieve stoornis en dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. De rechtbank oordeelde dat verplichte zorg noodzakelijk is om ernstig nadeel te voorkomen, en verleende de zorgmachtiging voor een periode van zes weken, met een verdere behandeling van het verzoek vóór 23 december 2025. De beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, en is vastgesteld op 21 november 2025.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/693414 / FA RK 25-7975
Datum beschikking: 11 november 2025

Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg

Tussenbeschikkingnaar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats], [land],
wonende te [woonplaats],
advocaat: mr. P. Arkema-Hummel te Zoetermeer.

ProcesverloopBij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 22 oktober 2025, heeft de officier van justitie verzocht om een aansluitende zorgmachtiging.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 20 oktober 2025 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 8 oktober 2025;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 21 oktober 2025;
- een brief van de officier van justitie van 23 september 2025, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn en betrokkene geen justitiële documentatie heeft;
- een uittreksel uit het curateleregister.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de verpleegkundige, mevrouw [naam 2];
- de dochter van betrokkene, mevrouw [naam 3].
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

Door en namens betrokkene is naar voren gebracht dat het naar omstandigheden goed gaat, maar dat zij veel last heeft van bijwerkingen door de medicatie. Zij ervaart pijnprikkels door een zenuwontsteking in haar tandvlees. Daarnaast lijdt zij aan gonartrose. Tevens geeft betrokkene aan zich geestelijk niet nuchter te voelen door het medicatiegebruik. De advocaat pleit primair voor afwijzing van het verzoek. Een zorgmachtiging is een ultimum remedium en alleen aan de orde als het niet anders kan. Dat is nu niet het geval. Betrokkene kan vrijwillig in zorg blijven en verkeert momenteel in een stabiele omgeving met veel ondersteuning. Hierdoor krijgt betrokkene de kans om te laten zien dat zij zelfstandig kan functioneren en vrijwillig meewerkt aan de zorg. Subsidiair pleit de advocaat, bij een toewijzing van de zorgmachtiging, voor een kortere duur dan is verzocht. Na afronding van de second opinion in het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMC Utrecht) kan worden gekeken naar de afbouwmogelijkheden van de medicatie. Meer subsidiair pleit de advocaat voor afwijzing van de vormen van verplichte zorg
“insluiting”,
“uitoefenen van toezicht op betrokkene”, “onderzoek aan kleding of lichaam”en
“onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen”. Deze vormen van verplichte zorg zijn niet nodig en niet voorzienbaar. Tot slot betwist de advocaat dat er sprake is van ernstige nadeel.
De verpleegkundige heeft aangegeven dat betrokkene bijwerkingen ervaart van haar medicatie. Naar aanleiding van het verzoek van betrokkene is er een onderzoek aangevraagd bij het UMC Utrecht. In de brief aan het UMC Utrecht staat dat er een onafhankelijke arts naar het dossier van betrokkene moet kijken en moet adviseren over de medicatie. De dosering van de medicatie is enige tijd geleden iets verlaagd. Een dergelijke verlaging is doorgaans niet onmiddellijk merkbaar. De medicatie wordt niet verder verlaagd in verband met het risico op ontregeling. In het verleden is gebleken dat het staken van medicatie bij betrokkene leidt tot manische ontregeling en psychotische verschijnselen. Dit kan op termijn schadelijke gevolgen hebben voor de hersenen.
De dochter heeft naar voren gebracht dat er een second opinion is aangevraagd om de situatie van haar moeder te laten beoordelen. Aanstaande donderdag, 13 november 2025, vindt het de second opinion plaats in het UMC Utrecht. Het valt de dochter op dat haar moeder in een paar jaar tijd lichamelijk achteruit is gegaan. In het verleden heeft de medicatie voor stabiliteit gezorgd, maar de medicatie veroorzaakt nu veel bijwerkingen. De dochter benadrukt het belang van de second opinion voor de mogelijkheden voor de afbouw van de medicatie.

Beoordeling

Op 26 november 2024 is door de rechtbank een zorgmachtiging verleend voor de duur van twaalf maanden, tot en met 26 november 2025.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een schizoaffectieve stoornis.
In het verleden heeft betrokkene zich aan zorg onttrokken als dit niet verplicht was. Tijdens deze periodes stopte zij met het innemen van medicatie en dronk en at dan onvoldoende. Dit heeft geleid tot een psychiatrische decompensatie en gedwongen opname.
Naar aanleiding van wat er ter zitting is besproken neemt de rechtbank aan dat voormelde stoornis in geval van een ontregeling leidt tot ernstig nadeel gelegen in “ernstig lichamelijk letsel” en “ernstige psychische schade”.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint en de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen zowel medicatie, omdat zij haar lichamelijke klachten aan de medicatie toeschrijft. Zij wil stoppen met medicatie innemen. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg zonder meer noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie.
Gelet op hetgeen ter zitting is besproken ziet de rechtbank geen aanleiding voor het opleggen van verplichte zorg in de vorm van:
- insluiten;
- uitoefenen van toezicht;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen.
Niet gebleken is dat deze vormen van zorg in het verleden noodzakelijk zijn geweest en niet voorzienbaar is dat het opleggen hiervan direct noodzakelijk zal zijn. Het verzoek zal daarom in zoverre worden afgewezen.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De voorgestelde verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal derhalve worden verleend. De rechtbank acht de uitkomsten van het onderzoek van het UMC Utrecht van belang om te kunnen oordelen over de door betrokkene gewenste afbouw dan wel staken van de verplichte medicatie en de daarmee gewenste samenhangende vrijwillige zorg.
Gelet op hierop zal de rechtbank het verzoek toewijzen voor een periode van zes weken,
tot en met 23 december 2025en de resterende duur van het verzoek op een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 23 december 2025, verder behandelen.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats], [land],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg in ieder geval de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van vocht;
- toedienen van voeding;
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- andere medische handelingen en therapeutische maatregelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
en daarnaast ook de volgende maatregelen indien sprake is van decompensatie van het toestandsbeeld van betrokkene en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- opnemen in een accommodatie;

bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 23 december 2025;

houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan
tot een nader te bepalen zitting, gelegen vóór 23 december 2025.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.S. Perniciaro, rechter, bijgestaan door L. Batenburg als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 11 november 2025.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 21 november 2025.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.