ECLI:NL:RBDHA:2025:23709

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 november 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
C/09/692606 / JE RK 25-1712
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:260 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling en afwijzing machtiging gesloten jeugdhulp voor minderjarige

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. De minderjarige kampt met ernstige psychische problemen en middelengebruik, wat haar ontwikkeling ernstig bedreigt. De moeder maakt zich grote zorgen over de situatie en benadrukt de noodzaak van GGZ-behandeling.

De kinderrechter beoordeelt dat de voorwaarden voor verlenging van de ondertoezichtstelling zijn vervuld, gezien het voortdurende risico door middelengebruik en emotionele problematiek. De minderjarige is echter weggelopen en er ontbreekt een gedragswetenschappelijke beoordeling en instemmingsverklaring, waardoor het verzoek tot gesloten uithuisplaatsing wordt afgewezen.

De ondertoezichtstelling wordt verlengd tot de meerderjarigheid van de minderjarige, en de beslissing wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden na de uitspraak.

De uitspraak benadrukt het belang van een gedwongen kader voor hulpverlening, maar ook de noodzaak van volledige procedurele waarborgen bij gesloten plaatsing. De zaak illustreert de complexiteit van jeugdbeschermingsmaatregelen bij ernstige verslavings- en psychische problematiek.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot haar meerderjarigheid en het verzoek tot gesloten uithuisplaatsing wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Familie- en Jeugdrecht
Zaaknummer: C/09/692606 / JE RK 25-1712
Datum uitspraak: 11 november 2025
Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp en verlenging ondertoezichtstelling
in de zaak van
Stichting Jeugdbescherming west Zuid-Holland, gevestigd te Leiden,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling,
over
[de minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] , [geboorteland] , hierna te noemen: [de minderjarige] ,
advocaat: mr. J. Looman uit Wassenaar.
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats] ,
advocaat: mr. R.P.M. Duijndam uit Lisse.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
- het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 6 oktober 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 11 november 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
- een vertegenwoordiger van de GI.
1.3.
[de minderjarige] is weggelopen, onduidelijk is waar zij nu verblijft. [de minderjarige] heeft haar mening over het verzoek niet gegeven.

2.De feiten

2.1.
Het huwelijk van de ouders is door echtscheiding ontbonden.
2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [de minderjarige] .
2.3.
[de minderjarige] verblijft feitelijk bij [instelling] .
2.4.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 14 november 2024 [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 14 november 2025.
2.5.
De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 3 juni 2025 een machtiging verleend [de minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 14 november 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De gecertificeerde instelling verzoekt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] te verlengen tot aan haar meerderjarigheid en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Ook verzoekt de gecertificeerde instelling een machtiging te verlenen om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot aan haar meerderjarigheid.
3.2.
De gecertificeerde instelling heeft het verzoek als volgt gemotiveerd. De zorgen zijn gelegen in het overmatig middelengebruik van [de minderjarige] . Er lijkt sprake te zijn van een patroon waarin zij middelen blijft gebruiken om met haar problematiek om te gaan, terwijl zij tegelijkertijd de wens heeft om dit te doorbreken. Het lukt [de minderjarige] niet om benodigde behandelingen vol te houden, wanneer zij vrijheden krijgt loopt zij weg en valt zij terug in oud gedrag, waarbij zij middelen gebruikt. Door haar middelenafhankelijkheid verkeert zij in onveilige situaties en heeft zij spullen moeten verkopen om aan geld te komen voor drugs en eten. Een gesloten plaatsing is noodzakelijk om [de minderjarige] de veiligheid te kunnen bieden die zij nodig heeft, daarnaast heeft zij behandeling nodig voor zowel haar verslaving als haar trauma’s. Ook zal er aandacht moeten worden besteed aan de overgang van het verblijf van [de minderjarige] in een gesloten setting naar een open woonvorm waarbij aandacht dient te zijn voor de triggers en verantwoordelijkheden die deze overgang voor haar met zich meebrengt om haar te helpen zich verder te ontwikkelen tot een emotioneel en fysiek gezonde volwassene. Het is niet te verwachten dat de problematiek van [de minderjarige] is opgelost op het moment dat zij achttien jaar is, zij is inmiddels aangemeld voor beschermd en begeleid wonen. De voorkeur gaat uit naar een woonvorm in [plaats] die gespecialiseerd zijn in jongeren die uit de gesloten jeugdzorg komen, daarvoor is verlengde jeugdzorg noodzakelijk.

4.De standpunten

4.1.
De advocaat heeft namens de moeder naar voren gebracht dat zij verdrietig is en teleurgesteld. De moeder maakt zich grote zorgen om [de minderjarige] , ondanks dat zij in een gesloten setting loopt zij toch iedere keer weg. Zij kampt met ernstige psychische en emotionele problemen, door het gebruik van middelen kan zij niet aan haar trauma werken. Sinds de komst van de hulpverlening is [de minderjarige] steeds verder afgegleden. De moeder heeft benadrukt dat [de minderjarige] emotioneel gezien nog niet volwassen is zij niet als een achttienjarige redeneert. Zij vindt dat er stappen richting de GGZ zouden moeten worden genomen.

5.De beoordeling

5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. [1]
5.2.
De kinderrechter overweegt daartoe als volgt. De ontwikkeling van [de minderjarige] wordt nog steeds ernstig bedreigd. Er is bij haar sprake van overmatig gebruik van alcohol en drugs. Hierdoor heeft zij lichamelijke schade opgelopen waardoor het risico op hartfalen is vergroot. Eerdere opnames bij Brijder zijn vroegtijdig beëindigd vanwege middelengebruik tijdens verlofmomenten. Ook zijn er zorgen over haar emotionele stabiliteit, mede door onverwerkt trauma en de invloed van negatieve contacten. Er is sprake van ernstige emotionele en psychologische problematiek waarbij [de minderjarige] kampt met depressieve klachten. Het lukt [de minderjarige] niet om benodigde behandeling vol te houden waardoor haar afhankelijkheid van middelengebruik in stand wordt gehouden. Een jeugdbeschermer is nog nodig zodat hulpverlening in het gedwongen kader betrokken blijft. De ondertoezichtstelling is daarom nog steeds nodig. De kinderrechter verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot haar meerderjarigheid, te weten [geboortedatum] 2026.
5.3.
De kinderrechter overweegt verder het volgende. [de minderjarige] is weggelopen en onduidelijk is waar zij op dit moment verblijft. Daarbij komt dat zij niet is gezien en gesproken door een gedragswetenschapper en een instemmingsverklaring zich niet bij de stukken bevindt. Dit betekent dan ook dat het verzoek om [de minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp wordt afgewezen.
5.4.
De kinderrechter verklaart de beslissing om [de minderjarige] onder toezicht te stellen uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [de minderjarige] tot [geboortedatum] 2026;
6.2.
wijst af het verzoek tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 11 november 2025 door
mr. E. van Die, kinderrechter, in aanwezigheid van S.A. van Schaik-van Dommelen als griffier, en op schrift gesteld op 20 november 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 1:260 BW Pro.