ECLI:NL:RBDHA:2025:23721
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- N. Durdabak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake rechtmatig verblijf in Nederland
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie waarin het standpunt is gehandhaafd dat verzoeker geen rechtmatig verblijf meer heeft in Nederland op grond van het Unierecht.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 juli 2025 behandeld, waarbij beide partijen vertegenwoordigd waren.
Op 5 november 2025 heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.46392), waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.