ECLI:NL:RBDHA:2025:23736
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres, met Colombiaanse nationaliteit en een geldige verblijfsvergunning voor Spanje, diende op 15 april 2025 een asielaanvraag in Nederland in. De minister nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Spanje verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening, een besluit dat eiseres aanvecht.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen gebruik maakte van zijn discretionaire bevoegdheid om de aanvraag toch in behandeling te nemen, omdat eiseres geen bewijs leverde van een duurzame familieband met haar partner, die tevens de vader zou zijn van haar jongste en ongeboren kind. De minister had aanvullend navraag gedaan bij Spaanse autoriteiten, die bevestigden dat er geen gezinsrelatie bekend was.
Hoewel eiseres zich beroept op artikel 8 EVRM Pro, artikelen 9 en 10 IVRK en een werkinstructie voor zwangere Dublinclaimanten (WI 2024/2), leidt dit niet tot vernietiging van het besluit. De zwangerschap vormt slechts een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel, maar maakt Spanje niet onrechtmatig als verantwoordelijke lidstaat. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.