ECLI:NL:RBDHA:2025:23747

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
NL24.21897
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:20 AwbAlgemene wet bestuursrechtBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor vrouwelijke genitale verminking in Gambia

Eiseres, een Gambiaanse vrouw, diende op 29 augustus 2022 een asielaanvraag in vanwege haar vrees voor uithuwelijking en vrouwelijke genitale verminking (FGM) bij terugkeer naar Gambia. De minister wees de aanvraag op 4 september 2024 af, waarna eiseres beroep instelde tegen het niet-tijdig beslissen en het bestreden besluit.

De rechtbank stelde vast dat de identiteit en nationaliteit van eiseres geloofwaardig zijn, evenals haar problemen met familieleden in Gambia. Echter, de rechtbank oordeelde dat eiseres onvoldoende objectieve gegevens heeft geleverd om aannemelijk te maken dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade zoals FGM. De vrees werd als speculatief beoordeeld, mede omdat er een aanzienlijke tijd zat tussen de dreiging en haar vertrek uit Gambia zonder concrete stappen tot uitvoering.

Verder werd meegewogen dat eiseres behoort tot de Aku stam, waar FGM minder voorkomt, en dat zij bescherming kan zoeken bij Gambiaanse autoriteiten en NGO’s. Hoewel FGM in Gambia strafbaar is gesteld, erkende de rechtbank dat het effect hiervan nog beperkt is, maar verweerder toonde aan dat er vooruitgang is geboekt en dat er beschermingsmogelijkheden bestaan.

Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen werd toegewezen, waardoor verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Het beroep tegen het bestreden besluit werd ongegrond verklaard en het verzoek om asiel werd afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wegens onvoldoende gegronde vrees voor FGM wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.21897

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], eiseres,

V-nummer: [V-nummer],
(gemachtigde: mr. J.E. de Poorte),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Procesverloop

Op 24 mei 2024 heeft eiseres beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op haar asielaanvraag van 29 augustus 2022.
Bij besluit van 4 september 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als ongegrond.
Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb [1] heeft het beroep mede betrekking op het bestreden besluit.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
De rechtbank heeft het beroep op 19 november 2025 op zitting behandeld in Breda. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiseres is geboren op [datum] 1996 en heeft de Gambiaanse nationaliteit. Zij heeft op 29 augustus 2022 een asielaanvraag ingediend in Nederland. Hieraan heeft zij het volgende ten grondslag gelegd. De moeder en tante van eiseres hebben haar verteld dat zij met een oudere man moet trouwen. Voordat dit gebeurt, moet zij ook besneden worden. Zij vreest daarom bij terugkeer naar Gambia voor uithuwelijking en het ondergaan van FGM [2] door haar tante.
2. Verweerder heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig geacht. Ook heeft verweerder geloofwaardig geacht dat eiseres problemen heeft gehad met haar moeder en tante in Gambia. Dit maakt volgens verweerder echter niet dat eiseres te vrezen heeft voor vervolging of dat zij een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. Daartoe heeft verweerder overwogen dat de verklaringen van eiseres afdoen aan de zwaarwegendheid van haar vrees en dat zij bescherming kan vragen bij de autoriteiten van Gambia of internationale of lokale NGO’s.
3. Eiseres stelt in beroep nog altijd te vrezen dat haar tante op de hoogte raakt van haar eventuele terugkeer naar Gambia. Deze vrees kan zij niet baseren op feiten omdat zij nog niet is teruggekeerd. De aanwezigheid van NGO's en het feit dat FGM verboden is in Gambia, kan niet garanderen dat zij geen slachtoffer zal worden hiervan. Wat zij in de zienswijze heeft gesteld over de NGO's is direct afkomstig van de websites hiervan. Dat FGM volgens onderzoek bij christenen en de etnische groep van eiseres minder voorkomt, betekent niet dat er geen reëel risico op FGM bestaat. Ter zitting heeft eiseres nader toegelicht dat zij niet langer tot de Aku behoort, aangezien haar vader is overleden. Dit maakt dat zij nu behoort tot de stam van haar moeder en tante, de Serere stam. Binnen deze stam komt FGM vaker voor. Ook is haar tante moslim. Verder stelt verweerder dat het IND-rapport achterhaald is, omdat FGM in 2016 strafbaar gesteld is en het beeld dat het rapport schetst daardoor niet meer klopt. Verweerder geeft daarbij echter geen nieuwe cijfers of een nieuw onderzoek. Er moet van het oude rapport worden uitgegaan totdat verweerder informatie inbrengt dat een ander beeld schetst.
De rechtbank oordeelt als volgt.
Beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen
4. Ter zitting heeft eiseres de gronden van het beroep voor zover gericht tegen het niet tijdig beslissen ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
5. Tussen partijen is niet in geschil dat verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van eiseres heeft beslist. Nu eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen, zal het verzoek om een proceskostenveroordeling worden toegewezen.
Beroep gericht tegen het bestreden besluit
6. Verweerder heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt gesteld dat de ernst van de vrees van eiseres niet zodanig is dat sprake is van een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade. Daarbij heeft verweerder niet ten onrechte overwogen dat de verklaringen van eiseres afdoen aan de zwaarwegendheid van haar vrees. Het is aan eiseres om met objectieve gegevens aannemelijk te maken dat haar tante erachter zal komen wanneer zij terugkeert naar Gambia. Eiseres is hier niet in geslaagd. De vrees van eiseres is slechts speculatief. Daarbij is relevant dat er aanzienlijke tijd heeft gezeten tussen het moment dat de tante van eiseres opperde dat zij moest trouwen en het moment dat eiseres is vertrokken uit Gambia. Dit was een periode van 10 maanden. In deze periode zijn geen concrete stappen ondernomen om de uithuwelijking of een besnijdenis te realiseren. Verder heeft verweerder niet ten onrechte meegewogen dat eiseres in Oekraïne verbleef om te studeren, maar dat zij daar geen asielaanvraag heeft ingediend. Bij een oprechte, dringende behoefte aan bescherming, ligt het in de lijn der verwachting dat eiseres zich zo spoedig mogelijk meldt bij de eerste beschikbare autoriteiten van een Europese staat met het verzoek om bescherming. Het voorgaande doet verder afbreuk aan de zwaarwegendheid van haar vrees.
7. Verder heeft verweerder terecht vastgesteld dat eiseres, als christelijke vrouw en behorend tot de Aku stam, niet behoort tot een groep waarbij FGM veel voorkomt. Uit het IND-rapport over FGM in Gambia van januari 2022 [3] blijkt dat besnijdenis het minst voorkomt binnen de Aku gemeenschap, namelijk 2,9%. Ook blijkt uit dit onderzoek dat onder moslima´s een hoger percentage van de vrouwen besneden is (74,3%) dan onder christelijke vrouwen (19,3%). Ter zitting heeft eiseres het standpunt ingenomen dat zij niet langer tot de Aku behoort omdat haar vader is overleden. Eiseres heeft echter niet aannemelijk gemaakt dat zij niet langer welkom is bij de Aku stam en dat zij bij terugkeer naar Gambia is aangewezen op de Islamitische familie en de stam van haar moeder en tante. Verweerder mag er dan ook van uitgaan dat eiseres behoort tot de Aku gemeenschap, wat maakt dat zij een aanzienlijk kleiner risico loopt op FGM. De kans op FGM is daarmee geen 0%, zoals eiseres stelt, maar een kleine kans levert nog geen ‘reëel risico’ op. Daarom valt ook niet in te zien dat eiseres binnen haar gemeenschap onder sociale druk zal komen te staan om FGM te ondergaan.
8. Daarnaast heeft verweerder niet ten onrechte aan eiseres tegengeworpen dat zij bescherming kan zoeken bij de Gambiaanse autoriteiten of beschikbare NGO’s in Gambia. FGM is in 2015 strafbaar gesteld in Gambia. Hoewel uit het IND-rapport van 2022 volgt dat de strafbaarheidsstelling nog weinig effect had, heeft verweerder in de besluitvorming, het verweerschrift en ter zitting, voldoende gemotiveerd waarom daarvan anno 2025 niet meer kan worden uitgegaan. De conclusies in het rapport zijn gebaseerd op bronnen uit 2016, toen FGM pas net strafbaar was gesteld. Die informatie geeft daarom geen volledig beeld van de vooruitgang en ondersteuning die nu beschikbaar is in Gambia. Daarbij wijst verweerder erop dat in het rapport ook staat dat de Gambiaanse overheid in 2020 meer heeft gedaan om de competentie van rechtshandhavers te versterken en om de wetgeving rond FGM toe te passen. In datzelfde jaar heeft het ministerie van Vrouwen, Kinderen en Sociale Welzijn een nationaal strategisch plan geïntroduceerd om in de periode 2020-2025 te werken aan het elimineren van FGM. Daarmee kan volgens verweerder niet langer worden aangenomen dat de strafbaarstelling maar een beperkt effect heeft. Daarnaast heeft verweerder ter zitting benadrukt dat de Gambiaanse autoriteiten het verbod op FGM nog altijd handhaven.
9. Ook het bestaan van de NGO's
Safe Hands for Girlsen
Think Young Womenduidt op aandacht voor de veiligheid van vrouwen in Gambia. Ze vormen een extra laag van bescherming en ondersteuning. Deze organisaties zetten zich in voor preventie en bewustwording van FGM in Gambia. Zo bieden ze educatieve programma’s, sociale ondersteuning en veilige opvang voor vrouwen die risico lopen. Het bestaan van zulke organisaties toont aan dat er waarborgen zijn om de veiligheid van eiseres te garanderen. Daarnaast is onweersproken dat er hulplijnen werkzaam zijn die juist zijn gericht op het voorkomen en signaleren van FGM. Dat de bescherming tegen FGM niet volledig gegarandeerd wordt, doet niet af aan het voorgaande. Het is immers aan eiseres om een reëel risico op ernstige schade aannemelijk te maken. Zij heeft daarbij niet aannemelijk gemaakt dat zij geen toegang zou hebben tot de voorgenoemde beschermingsmogelijkheden.
Conclusie
10. Het beroep gericht tegen het bestreden besluit is ongegrond.
11. De rechtbank ziet aanleiding verweerder te veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten die zij redelijkerwijs heeft moeten maken in verband met de behandeling van het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de aanvraag. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 453,50 (1 punt voor het indienen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen, met een waarde van € 907 per punt en een wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan op 11 december 2025 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.
3.Dit rapport draagt de titel ‘Gambia, vrouwelijke genitale verminking’.