ECLI:NL:RBDHA:2025:23750
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens overbodigheid na uitspraak op beroep
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de minister van Asiel en Migratie op 21 mei 2025 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen deze afwijzing en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft zonder zitting uitspraak gedaan en geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet langer nodig is omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL25.23550). Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 11 december 2025 door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en griffier Ż.A. Meinert, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open op grond van artikel 8:83, derde lid, Awb.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep.