ECLI:NL:RBDHA:2025:23768

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
12 december 2025
Zaaknummer
661801
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Aansprakelijkheid voor onrechtmatige uitsluiting toekomstige veilingen en onrechtmatig beslag

In deze zaak, die voor de Rechtbank Den Haag is behandeld, heeft Taqa Gas Storage B.V. (hierna: Taqa) een rechtszaak aangespannen tegen Gunvor International B.V. en Gunvor Group Ltd. (gezamenlijk aangeduid als Gunvor c.s.) over de onrechtmatige uitsluiting van Gunvor van toekomstige veilingen en het leggen van conservatoire beslagen. De rechtbank heeft op 17 december 2025 uitspraak gedaan in deze zaak, waarbij de conventionele vorderingen van Taqa zijn afgewezen. De rechtbank oordeelde dat Taqa onrechtmatig heeft gehandeld door Gunvor uit te sluiten van toekomstige veilingen zonder objectieve criteria in acht te nemen, wat in strijd is met de Auction Rules. Taqa werd veroordeeld tot schadevergoeding aan Gunvor, die nader op te maken is bij staat, en tot vergoeding van de kosten van het onrechtmatige beslag. De rechtbank heeft ook de proceskosten van Gunvor toegewezen, die Taqa moet betalen. De uitspraak benadrukt het belang van transparantie en zorgvuldigheid in commerciële relaties en de noodzaak om contractsvrijheid te balanceren met maatschappelijke zorgvuldigheid.

Uitspraak

RECHTBANK Den Haag

Team handel
Zaaknummer: C/09/661801 / HA ZA 24-184
vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
TAQA GAS STORAGE B.V.te Den Haag,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
advocaten: mrs. J.W. de Groot en J.P.W.M. van Heijningen,
tegen

1.GUNVOR INTERNATIONAL B.V. te Amsterdam,

2. de vennootschap naar buitenlands recht
GUNVOR GROUP LTD.te Nicosia (Cyprus),
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaten: mrs. K.J. Krzeminski, I.J. Rozendal en S. Elavarasan.
Eiseres in conventie en verweerster in reconventie wordt hierna aangeduid als ‘Taqa’. De gedaagden in conventie en eisers in reconventie worden hierna individueel aangeduid als ‘Gunvor’ en ‘Gunvor Group’ en gezamenlijk als ‘Gunvor c.s.’ (vrouwelijk enkelvoud).

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit de rolbeslissing van 10 september 2025 waarin de rechtbank het verzoek van Taqa om tussentijds hoger beroep toe te staan heeft afgewezen.
1.2.
Vervolgens is een datum voor dit vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Voor dit vonnis wordt verwezen naar de vaststaande feiten zoals vermeld in het tussenvonnis van 9 juli 2025 (hierna: het tussenvonnis) en de in het tussenvonnis gebruikte afkortingen en definities.
In conventie
2.2.
De rechtbank heeft in het tussenvonnis de conventionele vorderingen van Taqa inhoudelijk beoordeeld en is tot de conclusie gekomen dat deze moeten worden afgewezen. De rechtbank heeft toen, op verzoek van partijen, geen beslissing genomen over de conventionele vordering om partijen in de gelegenheid te stellen een minnelijke regeling te treffen. Partijen zijn niet tot overeenstemming gekomen, zodat de rechtbank in dit vonnis uitspraak zal doen over de conventionele vordering conform haar eerdere beoordeling.
2.3.
Taqa is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gunvor c.s. worden begroot op:
- griffierecht € 9.825,00
- salaris advocaat € 13.071,00 [1]
- nakosten € 178,00 [2]
Totaal € 23.074,00
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
In reconventie
Inleiding
2.5.
De beoordeling van de reconventionele vordering is op verzoek van partijen aangehouden, omdat zij eerst een beoordeling van de rechtbank over de winstdelingsregeling wensten om daarna met elkaar in overleg te treden over een minnelijke regeling. De rechtbank begrijpt dat dit overleg niet heeft plaatsgevonden, althans dat geen overeenstemming is bereikt. Dit betekent dat de reconventionele vordering ook inhoudelijk beoordeeld zal worden.
2.6.
De reconventionele vordering bestaat uit drie onderdelen: (i) een verklaring voor recht dat Taqa in de nakoming van de SSSA en OA tekortgeschoten is en jegens Gunvor onrechtmatig gehandeld heeft; (ii) een vergoeding van de schade die Gunvor hierdoor geleden heeft, nader op te maken bij staat; en (iii) een vergoeding van de schade die Gunvor geleden heeft als gevolg van de onrechtmatig gelegde conservatoire beslagen. De rechtbank zal deze drie vorderingen hierna beoordelen.
Vordering (i): verklaring voor recht
Aanvullende feiten
2.7.
Voor de beoordeling van de gevorderde verklaring voor recht zijn, in aanvulling op de feiten die in het tussenvonnis van 9 juli 2025 onder het kopje ‘
Conflict tussen partijen’ zijn weergegeven, de volgende feiten nog van belang.
2.8.
Na het gesprek dat partijen op 7 februari 2023 hadden, heeft Taqa op dezelfde dag het volgende bericht gestuurd:

(…)
following up from our meeting just now I can confirm wrt my fourth next step (Freeze commercial relation Gunvor TAQA until further notice), for now this entails participation in future auctions/tenders.
(…)
2.9.
Gunvor heeft bij brief van 8 februari 2023 geprotesteerd tegen de beslissing dat zij is uitgesloten van toekomstige veilingen. Hierbij heeft Gunvor verwezen naar de door Taqa opgestelde Auction Rules die een objectieve rechtvaardiging voor uitsluiting van deelname aan een veiling vereisen.
2.10.
In een e-mailbericht van 9 februari 2023 heeft Taqa het protest van Gunvor verworpen en zich op het standpunt gesteld dat partijen in een ‘
severe legal dispute’ verwikkeld zouden zijn en dat dit geschil moet worden aangemerkt als een objectief criterium van artikel 2.2.3. van de Auction Rules. In het e-mailbericht is vermeld:

Thank you for your letter. As a first response wrt freezing our commercial relationship and excluding Gunvor from future auctions/tenders, incl. the upcoming auction Tuesday for which initially qualified; I hereby confirm TAQA withdraws such qualification in line with Article 2.2.3. of the Auction Rules.
The objective criteria being that GSB and Gunvor are in a severe legal dispute (see below).
The dispute and associated discussions, especially those where Gunvor tried justifying the prices used for the retrospectively added internal trades and which standpoint you suddenly departed again, resulted in GSB having no trust in Gunvor as a business partner anymore.
2.11.
In een e-mailbericht van 10 februari 2023 heeft Gunvor Taqa nogmaals verzocht om haar beslissing om de handelsrelatie te bevriezen te heroverwegen.
2.12.
Op 14 februari 2023 heeft Taqa laten weten dat zij bij haar beslissing blijft.
2.13.
Op de veiling van 14 februari 2023 heeft Gunvor een bod uitgebracht voor een nieuwe optimization agreement over de periode 1 april 2023 tot 1 april 2024. De notaris heeft dit bod geweigerd.
2.14.
Taqa heeft in een brief van 1 maart 2023 aan Gunvor de volgende positie ingenomen:

(…)
In order to move forward on the current situation TAQA, as a first step, again urges Gunvor to accept its request of an audit onalltrading related to the physical flows under the OA Injection Capacity by an independent third-party auditor and share your policy on internal trades.
If Gunvor accepts the foregoing requests with a written confirmation within 5 business days from the date of this letter, TAQA will lift the freeze of our commercial relationship and allow Gunvor to participate in future auctions pending the outcome of such audit. This, however, is without prejudice to our current claim for Gunvor compensating TAQA for the loss suffered due to Gunvor acting in breach of the OA, with aggregate OA book value loss is currently estimated at EUR 30 million.
(…)
Schending SSSA en OA door te dreigen met beslag
2.15.
Gunvor heeft zich op het standpunt gesteld dat Taqa op grond van de SSSA en de OA de verplichting had om tot en met 1 april 2023 2.000.000 SBU’s in de GSB aan Gunvor ter beschikking te stellen. Door tijdens het overleg van 7 februari 2023 met het leggen van beslag te dreigen, kon Gunvor niet langer vrijelijk over het opgeslagen gas beschikken. Als gevolg van deze mededeling van Taqa heeft Gunvor versneld haar gasvoorraad in de GSB moeten verkopen. Daarmee is Taqa tekortgeschoten in haar verplichtingen onder de SSSA en OA, aldus Gunvor.
2.16.
Uit de toelichting van Gunvor tijdens de mondelinge behandeling begrijpt de rechtbank dat de stelling van Gunvor primair gericht is op de uitlating van [naam] (hierna: [naam]) tijdens het overleg op 7 februari 2023 dat Taqa de commerciële relatie met Gunvor zou bevriezen. Op de vraag van de zijde van Gunvor wat daarmee bedoeld is, zou [naam] geantwoord hebben dat binnen Taqa gesproken is over de mogelijkheid om het door Gunvor opgeslagen gas in de GSB te bevriezen, maar dat hij daar niet verder op kon ingaan. Op de vervolgvraag of Gunvor kon doorgaan met haar gebruikelijke bedrijfsactiviteiten werd, volgens Gunvor door [naam] een ontwijkend antwoord gegeven. In het e-mailbericht van 7 februari 2023 dat na het overleg is verzonden (zie randnummer 2.8 van dit vonnis), vindt Taqa in de woorden ‘
for now’ een bevestiging dat Taqa zich niet zou beperken tot uitsluiting van Gunvor van toekomstige veilingen en dat Gunvor nog ‘het nodige stond te wachten’.
2.17.
De rechtbank overweegt dat Taqa betwist dat sprake is geweest van ‘dreigen’, zodat het precieze verloop en de inhoud van het overleg op 7 februari 2023 niet vaststaat. Maar zelfs als de rechtbank zou uitgaan van Gunvors weergave van het overleg van 7 februari 2023, zoals uiteengezet in het vorige randnummer, dan kan uit deze weergave geen toerekenbare tekortkoming van Taqa worden afgeleid. Daarbij acht de rechtbank het van belang dat Gunvor na 7 februari 2023 zonder enige restrictie toegang heeft gehad tot de GSB en Taqa haar daarin niet belemmerd heeft. Uit het feitelijk handelen van Taqa na 7 februari 2023 kan dus geen toerekenbare tekortkoming worden afgeleid.
2.18.
De rechtbank overweegt verder dat de enkele mededeling dat binnen Taqa gesproken zou zijn over het bevriezen van het opgeslagen gas, onvoldoende concreet is om een aanstaand beslag op het opgeslagen gas te vrezen. Dit geldt te meer nu in het overleg van 7 februari 2023 van de zijde van Taqa geen concrete maatregelen ter voorbereiding op het leggen van beslag zijn genoemd of dat dit anderszins concreet gemaakt is. Ook uit het e-mailbericht van 7 februari 2023 kan niet worden afgeleid dat Taqa concrete voornemens had om conservatoir beslag op gas in GSB te leggen. In het e-mailbericht wordt enkel vermeld dat Gunvor is uitgesloten van toekomstige veilingen, hetgeen ook onder het begrip ‘bevriezen’ van de commerciële relatie valt. In het bericht zijn geen andere maatregelen genoemd. De keuze voor de woorden ‘
for now’sluit weliswaar niet uit dat in de toekomst nog andere maatregelen getroffen zouden kunnen worden, maar er wordt niet concreet vermeld welke dat zouden kunnen zijn en dat het leggen van beslag in het bijzonder tot die mogelijkheden zou behoren. Verder blijkt uit het feitelijk handelen van Taqa na
7 februari 2023 ook niets waaruit Gunvor concrete vrees had kunnen ontlenen dat Taqa voornemens was beslag te leggen op het opgeslagen gas.
2.19.
Dit betekent dat de – gestelde – uitlatingen tijdens het overleg op 7 februari 2023 Gunvor naar het oordeel van de rechtbank geen objectief gerechtvaardigde vrees hebben kunnen geven voor een aanstaand beslag of ‘bevriezing’ van het opgeslagen gas. Dit betekent dat de feitelijke grondslag voor de gestelde toerekenbare tekortkoming onvoldoende onderbouwd is en de gevorderde verklaring voor recht om die reden zal worden afgewezen. Bij deze stand van zaken zal de rechtbank het verweer van Taqa dat geen verandering in de handelsstrategie van Gunvor na 7 februari 2023 is waargenomen, verder onbesproken laten.
Onrechtmatig handelen uitsluiten veiling
2.20.
Daarnaast heeft Gunvor aangevoerd dat Taqa onrechtmatig heeft gehandeld door haar uit te sluiten van toekomstige veilingen en daarmee de gehele commerciële relatie te bevriezen. Gunvor stelt dat Taqa hiermee in strijd gehandeld heeft met de Auction Rules, de Gaswet en de maatschappelijke betamelijkheid.
2.21.
Terecht heeft Taqa aangevoerd dat zij contractsvrijheid heeft. Dat betekent dat het Taqa in beginsel vrij staat om zelf te bepalen met welke partij(en) zij overeenkomsten sluit en ook met welke partijen zij dat niet wil doen. Wel is het zo dat bij de invulling van die contractsvrijheid de maatschappelijke zorgvuldigheid in acht genomen moet worden en dat de keuze om een potentiële wederpartij uit te sluiten van – de mogelijkheid om – een overeenkomst te kunnen sluiten onder omstandigheden onrechtmatig kan zijn. Voor Taqa geldt in het bijzonder dat haar marktpositie en verantwoordelijkheden als beheerder van de GSB, vereisen dat Taqa bij de toekenning van nieuwe contracten, op een zorgvuldige en transparante wijze te werk gaat. Die zorgvuldigheid is niet alleen van het belang om de continuïteit van de GSB te waarborgen, maar is er ook voor de commerciële belangen van Taqas (potentiële) klanten.
2.22.
Omwille van een transparant proces voor de toekenning van contracten, waaronder nieuwe optimization agreements, houdt Taqa (periodiek) veilingen. Voor die veilingen heeft Taqa Auction Rules opgesteld en die bevatten de volgende bepalingen over het toelaten en weigeren van bieders:

2.2 Following a request to be admitted as Bidder, GSB may:
2.2.1.
by written confirmation admit a Customer in an Auction, at which point it becomes a “Bidder”; the confirmation shall state theBidder limitfor that Bidder;
2.2.2.
request revised and/or additional documents within a set time period, and, upon review of such documents, admit or refuse a Customer in an Auction;
2.2.3.
refuse a Customer in an Auction. Any such refusal shall be based on objective criteria, and the reason shall be provided;
(…)
2.4.2
GSB may at any time revoke admission of Bidder as a participant in an Auction if:
a. Bidder does not satisfy, or any longer satisfies, the qualification criteria; or
b. Bidder breaches any of its obligations under the Auction Rules.”
2.23.
De rechtbank overweegt dat het voor de beoordeling van dit onderdeel van de vordering niet bepalend is of juridisch gezien de Auction Rules dienen te worden geduid als een op zichzelf staande contractuele verhouding tussen Taqa en (in dit geval) Gunvor – zoals Taqa bepleit – of dat zij dienen ter invulling van een buitencontractuele verhouding zoals Gunvor bepleit. De Auction Rules behelzen naar de kern genomen een regeling voor de wijze van de totstandkoming van de uiteindelijke contracten en in zoverre regelen ze de precontractuele fase van die overeenkomsten. Die precontractuele fase kan zowel door contractuele als buitencontractuele normen worden vormgegeven en daarbij kan er samenloop zijn. Het genoemde verschil van standpunt over de juridische kwalificatie van de Auction Rules maakt in dit geval materieel geen verschil voor de beoordeling. In de onderhavige zaak is het centrale verwijt aan Taqa dat Gunvor
nietals bieder is aangemerkt; niet voor de veiling van 14 februari 2023, en ook niet voor toekomstige veilingen. De rechtbank zal de Auction Rules – in navolging van de juridische grondslag van Gunvor –
betrekken bij de beoordeling van de vraag of Taqa haar contractsvrijheid om Gunvor te weigeren voor toekomstige veilingen in overeenstemming met de op haar rustende maatschappelijke zorgvuldigheid heeft toegepast. Daarbij heeft te gelden dat van Taqa in ieder geval mag worden verlangd dat zij haar eigen Auction Rules op een juiste en getrouwe wijze toepast.
2.24.
De rechtbank overweegt dat de enkele omstandigheid dat tussen partijen een juridisch geschil speelt, op zichzelf niet automatisch een objectieve reden voor een weigering tot deelname aan een veiling oplevert. Daarvan is pas sprake als dit geschil te herleiden is tot objectieve factoren, die buiten (de invloedssfeer van) Taqa gelegen zijn, zoals een betalingsonmacht aan de zijde van de wederpartij. In onderhavig geval heeft het juridische geschil zich (uiteindelijk) toegespitst op de uitleg van de winstdelingsregeling, waarin beide partijen een andere uitleg aan de betreffende bepalingen in de SSSA en OA gaven. De eigen uitleg van Taqa, die overigens in deze gerechtelijke procedure geen stand heeft gehouden, heeft (mede) aanleiding gegeven tot het geschil. Een geschil over een dergelijke uitlegkwestie biedt geen grondslag voor een weigering op basis van ‘
objective criteria’ als bedoeld in artikel 2.2.3 van de Auction Rules.
2.25.
Daarnaast heeft Taqa nog aangevoerd dat Gunvor zich in het tussen partijen gerezen geschil wisselende standpunten heeft ingenomen en onjuiste en tegenstrijdige verklaringen heeft gegeven over transacties in het najaar van 2022. Door deze niet-integere wijze van handelen heeft Gunvor zich volgens Taqa onbetrouwbaar opgesteld, hetgeen een zelfstandige grond geeft voor uitsluiting van Gunvor van de veiling van 14 februari 2023 en toekomstige veilingen.
2.26.
Ter onderbouwing van deze stelling heeft Taqa aangevoerd dat zij Gunvor op
10 november 2022 heeft gewezen op een verschil tussen de bij de GSB geregistreerde gasstromen en de transacties die stonden opgenomen in het OA Book tot oktober 2022. Gunvor zou hier tegenin hebben gebracht dat zij in de veronderstelling verkeerde dat geen verlieslatende transacties in het OA Book opgenomen mochten worden, dat zij achteraf haar nog niet verlieslatende en/of gehedgede transacties alsnog heeft toegevoegd, dat zij als gevolg van deze aanname een conservatieve handelsstrategie heeft aangehouden en dat deze strategie ook is toegepast op de
optimizationvan de Interruptible Space. Pas toen Taqa nadere vragen stelde, heeft Gunvor op 2 februari 2023 het standpunt ingenomen dat de transacties in de Relevante Periode buiten het bereik van de OA en de winstdelingsregeling vallen.
2.27.
De rechtbank volgt Taqa niet in deze stellingen. Zoals overwogen in de randnummers 4.27, 4.28 en 4.29 van het tussenvonnis heeft Gunvor ook al voordat tussen partijen een geschil gerezen is over de uitleg van de winstdelingsregeling, vragen gesteld die erop duiden dat zij ervan uitging dat de resultaten die met de Interruptible Space worden gerealiseerd niet betrokken hoeven te worden in de winstdelingsregeling. In lijn met deze opvatting heeft Gunvor de transacties met gebruik van de Interruptible Space buiten het OA Book gelaten. Vervolgens heeft overleg plaatsgevonden tussen partijen. Gunvor heeft aangevoerd dat zij in het kader van dit overleg en ter onderbouwing van haar eigen standpunt gasstromen inzichtelijk heeft gemaakt door achteraf geconstrueerde interne transacties toe te voegen. Dit heeft echter niet geleid tot duidelijkheid, maar juist tot verdere vragen van en onduidelijkheden aan de zijde van Taqa. Tegen deze achtergrond kan niet gesproken worden van wisselende en tegenstrijdige standpunten van Gunvor. De wijze waarop vanaf november 2022 de discussie is gevoerd, is te herleiden tot een verschil van inzicht over de uitleg van de winstdelingsregeling. Nu gesteld noch gebleken is dat het verschil in berekening van de hoogte van de af te dragen winst tot andere factoren te herleiden is dan dit geschil, heeft het verwijt dat Gunvor in dezen niet-integer gehandeld heeft geen grond.
2.28.
Ten slotte gaat de rechtbank voorbij aan het verweer van Taqa dat Gunvor ook om andere redenen niet kwalificeerde als bieder. Buiten het hiervoor besproken geschil zijn geen andere inhoudelijke redenen aangevoerd waarom Gunvor niet als bieder zou kwalificeren. Taqa heeft alleen gewezen op een aantal formele vereisten waaraan Gunvor niet zou voldoen, waaronder een bevestiging dat Gunvor toegelaten zou worden als bieder (zie 2.2.1 Auction Rules). De vraag of aan die eisen voldaan wordt is echter afhankelijk van de eigen beslissing van Taqa. De weigering om deze bevestiging af te geven hangt samen met het geschil tussen partijen. Het niet voldoen aan dit formele vereiste kan in de context van deze zaak Gunvor niet worden tegengeworpen.
2.29.
De conclusie is dan ook dat Taqa geweigerd heeft Gunvor toe te laten tot de veiling van 14 februari 2023 en toekomstige veilingen zonder ‘objective criteria’ in acht te nemen. Dat is in strijd met de Auction Rules. Taqa heeft de weigering van Gunvor tot toekomstige veilingen vooral gebruikt als drukmiddel in het geschil met Gunvor over de uitleg van de winstdelingsregeling. De weigering van Gunvor voor toekomstige veilingen valt onder deze omstandigheden niet binnen de contractsvrijheid van Taqa en is onrechtmatig jegens Gunvor.
2.30.
Nu Taqa reeds op deze grondslagen aansprakelijk is, zal de rechtbank de gestelde schending van de Gaswet verder onbesproken laten.
Vordering (ii): schadevergoeding nader op te maken bij staat
2.31.
Gunvor heeft een schadevergoeding nader op te maken bij staat gevorderd. Om tot toewijzing van een dergelijke vordering te komen, is voldoende dat Gunvor de mogelijkheid dat schade is geleden, aannemelijk heeft gemaakt. De rechtbank is van oordeel dat Gunvor daarin geslaagd is. Voor een beoordeling of schade geleden is, moet de situatie met en zonder het onrechtmatige handelen met elkaar vergeleken worden. Door de beslissing van Taqa om Gunvor voor de veiling van 14 februari 2023 te weigeren, heeft Gunvor in ieder geval geen nieuwe optimization agreement kunnen verwerven. Hetzelfde geldt voor veilingen na 14 februari 2023. Indien Taqa niet onrechtmatig gehandeld zou hebben, dan had Gunvor een bod kunnen uitbrengen op deze veilingen en had zij een kans gehad op een nieuwe optimization agreement waarmee zij vervolgens winst had kunnen realiseren. Het missen van deze kans(en), en de schade die daaruit voortvloeit in de vorm van mogelijk gederfde winst, zijn het gevolg van het onrechtmatig handelen van Taqa.
2.32.
Taqa wordt veroordeeld tot een vergoeding van deze schade. Voor de begroting van deze schade wordt de zaak verwezen naar de schadestaatprocedure. Over de geleden schade is wettelijke rente verschuldigd.
Vordering (iii): schadevergoeding conservatoire beslagen
2.33.
Taqa heeft ter zekerstelling van haar vorderingen op 5 januari 2024 conservatoir (derden)beslag laten leggen op aandelen die Gunvor Groep in Gunvor houdt, onder drie grootbanken en onder Clearbay. Na afgifte van een bankgarantie van Rabobank op 9 januari 2024 ten bedrage van € 18.548.000 ten behoeve van Taqa, en voor rekening van Gunvor c.s., zijn de conservatoire beslagen opgeheven. De kosten voor het in stand houden van deze bankgarantie bedragen € 508,16 per dag.
2.34.
Naar vaste rechtspraak is de partij die conservatoir beslag legt ten behoeve van een vordering die in de daarop volgende bodemprocedure wordt afgewezen, waarmee die vordering dus ongegrond is, aansprakelijk voor de schade die bij de beslagene veroorzaakt is. Nu de rechtbank heeft geoordeeld dat de vorderingen van Taqa in conventie worden afgewezen, staat de ongegrondheid van de conservatoire beslagen en daarmee de onrechtmatigheid van die beslagen in rechte vast. Taqa dient de schade voor dit onrechtmatige conservatoire beslag te vergoeden.
2.35.
Niet in geschil is dat de kosten voor het stellen en in stand houden van de bankgarantie voor schadevergoeding in aanmerking komen en evenmin dat deze kosten
€ 508,16 per dag bedragen. De periode waarover de schade moet worden berekend vangt aan op 9 januari 2024 en eindigt op de dag waarop Taqa de bank die de bankgarantie heeft afgeven bericht dat deze kan komen te vervallen.
2.36.
Tegen de gevorderde wettelijke rente over de schadevergoeding voor het onrechtmatige beslag is geen verweer gevoerd. Deze vordering wordt toegewezen.
Proceskosten
2.37.
Taqa is overwegend in het ongelijk gesteld in de reconventionele procedure en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Gunvor c.s. worden begroot op:
- salaris advocaat € 1.929,00 [3]
- nakosten € 178,00 [4]
Totaal € 2.107,00

3.De beslissing

De rechtbank:
in conventie
3.1.
wijst het door Taqa gevorderde af;
3.2.
veroordeelt Taqa in de proceskosten van Gunvor c.s., tot op heden begroot op
€ 23.074,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Taqa niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Taqa € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.3.
veroordeelt Taqa in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek (BW) over de in randnummer 3.2 van dit vonnis vermelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan;
3.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling en de daarover verschuldigde rente (zie randnummers 3.2 en 3.3 van dit vonnis) uitvoerbaar bij voorraad;
in reconventie
3.5.
verklaart voor recht dat Taqa onrechtmatig jegens Gunvor heeft gehandeld met haar handelswijze na het tussen partijen ontstane geschil door Gunvor de toegang tot alle toekomstige veilingen te ontzeggen;
3.6.
veroordeelt Taqa tot vergoeding van de door Gunvor dientengevolge geleden schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 december 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.7.
veroordeelt Taqa tot vergoeding aan Gunvor van de schade die Gunvor heeft geleden als gevolg van de gelegde conservatoire beslagen, ten bedrage van € 508,16 per dag of een gedeelte daarvan, dat Gunvor vanaf 9 januari 2024 de bankgarantie in stand moet houden, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van
31 december 2025 tot aan de dag der algehele voldoening;
3.8.
veroordeelt Taqa in de proceskosten van Gunvor, tot op heden begroot op
€ 2.107,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Taqa niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Taqa € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening;
3.9.
veroordeelt Taqa in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de in randnummer 3.8 van dit vonnis vermelde proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis zijn voldaan;
3.10.
verklaart de veroordelingen in de randnummers 3.6, 3.7, 3.8 en 3.9 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; en
3.11.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mrs. R.C. Hartendorp, D.E. Alink en M.A. Schueler en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.

Voetnoten

1.3 punten x € 4.357 (tarief VIII).
2.Plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.
3.1 punt x € 1.929 (tarief V).
4.Plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing.