ECLI:NL:RBDHA:2025:23769
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beroep tegen afwijzing asielaanvraag
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening in een bestuursrechtelijke procedure over een asielaanvraag. De minister van Asiel en Migratie heeft de asielaanvraag van de verzoeker op 10 juli 2025 afgewezen als kennelijk ongegrond. Hiertegen heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank.
Verzoeker heeft vervolgens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen, zodat de afwijzing voorlopig niet zou gelden. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat aangezien de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan op het beroep, het verzoek om een voorlopige voorziening niet meer nodig is.
Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de rechtbank reeds uitspraak heeft gedaan op het beroep.